Val aan!

Posted by Co Buysman on 16 februari 2020 in Verslag |

Attaqueeren en Attaqueer. Nibbixwoud had en heeft schaakclubs met die naam. Misschien hoort er achter Attaqueer wel een uitroepteken, want het betekent ‘Val aan’! En dat gebeurt ook tijdens de eerste ronde van het 69e Westfries kampioenschap.

We zijn op deze vrijdagavond te gast bij Attaqueer, waar ook de speelzaal is aangevallen. De Nibbixwoudse schaakvereniging huist al jaren bij de schaatsvereniging en de ijsclubkantine wordt momenteel verbouwd. Een stellage staat op de plaats waar vroeger de toiletruimte was en doet voor de schakers dienst als kapstok. De zaal is groter en oogt nog wat rommelig, maar door de verbouwing heen zie je dat er wat moois kan komen.

Attaqueeren is de in 1937 opgerichte schaakclub van Nibbixwoud. Al een halve eeuw eerder werd er geschaakt in het dorp, maar niet georganiseerd. Onder de kop ‘Schaakclub opgericht’ kan men in het Westfriesch Dagblad van maandag 13 september 1937 lezen:

,,Vrijdagavond werd alhier in café Haring een simultaanseance in het schaken gegeven door den heer Jac. Haring uit Hoorn. Er werd aan elf borden plaats genomen en reeds na eenige zetten bleek dat de meesten hun meerdere moesten erkennen in den heer Haring. Een van de deelnemers wist nog een punt te winnen door remise te spelen.

Na de seance, die ruim twee uur duurde, gaf de simultaanspeler een zeer interessante lezing over eenige eindstanden, waarin duidelijk zeer verrassende matstanden werden uiteengezet. Hierdoor kwam de ingewikkelde doch tevens mooie kant van het schaken heel goed tot uiting. Het was dan ook niet te verwonderen dat, toen het tot het oprichten van een schaakclub kwam, alle elf deelnemers van de seance onmiddellijk toetraden. Tot voorzitter werd gekozen de heer P. Schoenmaker. Als naam van de club werd aangenomen ‘Attaqueeren’. Na nog eenige besprekingen over de wekelijksche schaakavond, die op Vrijdagavond werd vastgesteld, en over inleggeld en contributie behoorde deze goed geslaagde avond weer tot het verleden en begon Attaqueeren zijn bestaan.’’

De vrijdagavond als schaakavond was toen al populair in Nibbixwoud en dat is nooit veranderd. In 1938 trad Attaqueeren toe tot de Rooms-Katholieke Westfriesche Schaakbond en werd een van de toonaangevende clubs. Na de Tweede Wereldoorlog volgde een reorganisatie van de sport in Nederland en gingen de RK WFSB en ook de ‘gewone’ WFSB ter ziele. De meeste clubs bij de neutrale bond stapten over naar de heropgerichte Noordhollandse Schaakbond, de katholieke schaakverenigingen stopten.

Er kwam weer schaakleven in de brouwerij in 1974, toen Attaqueer het levenslicht zag. Aan enthousiasme geen gebrek. Omdat in de verkiezingsprogramma’s van de politieke partijen werd beloofd om het verenigingsleven te bevorderen, daagde Attaqueer – dat destijds in Wognum zat – de gemeenteraadsleden uit om begin 1979 een wedstrijd tegen de schaakclub te spelen. Uiteindelijk waren het voornamelijk PvdA’ers die de zetten deden. Over een uitslag is niets bekend.

De rode kleur maakt op deze vrijdagavond plaats voor zwart en wit. In een gemoedelijke sfeer zitten twaalf spelers van het Westfries kampioenschap tegenover elkaar alsmede acht voor de clubcompetitie van Attaqueer. Het WFK-deelnemersveld telt vier namen minder dan in 2019. Enerzijds omdat KTV (Enkhuizen) en Torenhoog (Hoogkarspel) niet zijn vertegenwoordigd, anderzijds omdat de grote inbreng van Caïssa-Eenhoorn is geslonken. De Hoornse vereniging had een jaar geleden vijf representanten, ditmaal alleen Fred Avis en Peter Poncin. Kwalitatief ziet het er desondanks goed uit. Vijf van de twaalf WFK-gangers hebben een of meer titels veroverd. Je zou het veld in tweeën kunnen splitsen: er is een grote groep kanshebbers en er is een grote groep outsiders.

 

David Verweij (1725) – Peter van Waert (1884) 0-1

De eerste winnaar van de avond is Peter van Waert, de Westfries kampioen van 1991. Hij neemt het op tegen de 16-jarige debutant David Verweij die de afgelopen anderhalf jaar in de clubcompetities van Aartswoud en Caïssa-Eenhoorn veel sterke spelers de stuipen op het lijf heeft gejaagd. Dat lukt niet tegen de routinier van De Groene Zes. Wit schotelt hem de Réti-opening voor en wil te snel een geblokkeerde e-pion attaqueren.

Peter zet zijn stukken goed neer, gericht op de zwakke plekken in de stelling van zijn opponent. Met name de diagonaal naar Davids koning op g1 is een sterk wapen en aan het einde van een flinke afruil staat zwart een pion voor. En belangrijker: de witspeler kijkt tegen een dubbelpion en drie isolani’s aan. Er zitten gaten in de Hoornse verdediging, met een vlotte mataanval van dame en toren snel door de oud-kampioen aangetoond.

 

 

Peter Poncin (2005) – Jan Stapel (1803) ½-½

Hoger gerate spelers moeten zich steeds waarmaken en dat valt niet altijd mee. Peter Poncin – in 2019 met Tom Balla Westfries kampioen – opent als titelverdediger tegen Jan Stapel. De Aartswoud-crack heeft meer dan een halve eeuw schaakbagage. Hij maakt na twee seizoenen afwezigheid zijn rentree op het WFK. In 2017 legde Jan beslag op de vijfde plaats.

In een Engelse partij kan Peter toewerken naar een stelling, waarin na een ruil van twee lichte stukken elk zwart een dubbelpion op de c-lijn krijgt. Dat duurt niet lang. Er is veel ruimte en de witspeler geeft de voorkeur aan een volgende ruil (16. Pxd6 cxd6), waarna hij een loper overhoudt en Jan een paard. Vooral de torens moeten het werk doen en hoewel Peter veel tijd steekt in het versterken van zijn positie, geeft zijn opponent geen krimp. Afwisselend switchen de zware stukken naar de c- en d-lijn. Beiden komen met een remise-aanbod en uiteindelijk wordt het punt ook gedeeld. Het is de enige onbesliste partij van de avond.

 

 

Gerard Beerepoot (1602) – Fred Avis (1859) 0-1

Fred Avis begint zijn dertiende Westfries kampioenschap tegen ‘witte’ Gerard Beerepoot, van wie hij twee jaar geleden heeft gewonnen. De Attaqueerder is een van de avontuurlijkste spelers in de regio en daarmee onberekenbaar.

Lange tijd doet hij geen onverwachte zetten. De Wognumse stelling ziet er gezond uit en na wat verdedigende acties begint wit zich te roeren. Op de 25e zet kan Gerard zich toch niet inhouden. Vijf van de zes stukken zijn gericht op de koningsvleugel, terwijl een zwarte loper op d3 enigszins geblokkeerd wordt door een eigen pion op e4. Met Freds koning op h7 besluit de thuisclubtroef tot Lxh6, met het idee om een stuk te offeren voor twee pionnen en zijn opponent op te zadelen met een verzwakte defensie.

Het plan pakt niet goed uit. De zwartspeler gaat niet op het offer in en maakt de stelling gecompliceerder. Even later heeft hij twee stukken gewonnen en kort erna ook de partij.

 

 

Rob van den Heuvel (1880) – René Brouwer (1631) 1-0

Rob van den Heuvel is teruggekeerd in Westfriesland en Aartswoud zendt hem meteen uit naar de titelstrijd die hij in 2012 heeft gewonnen. Op een spectaculaire manier. Acht jaar geleden waren vijf punten in het zevenrondige toernooi voldoende om solo op de eerste plaats te eindigen. Een zeldzaamheid. Er zijn hogere scores behaald, waarna uit een barrage de winnaar moest komen.

Robs eerste opponent is René Brouwer, debutant van Schaaklust. Tijdenlang vormen Jaap Gorter, Dirk Mantel en Piet Reus het Andijker gezicht op het WFK, maar René is erbij gekomen en hij opent met een zinderende strijd tegen de oud-kampioen. Komt René hier met een eigen variant van de Schmid Benoni? Grappig is dat hij op de achtste zet voor de tweede keer … f5 speelt. Vervolgens kiest wit voor de lange en zwart voor de korte rokade, waarmee de attractiviteit blijft gewaarborgd.

Er volgt een bijzondere loperruil op de b-lijn die de Schaakluster een pion kost en ruimte oplevert. Om nog meer de koningsstelling te ontwrichten besluit hij tot een (correct) loperoffer. Het gaat mis met het vervolg: 24. … Tb4+ (en daarna … Pxf4) in plaats van het gespeelde … Pb4. Dat antwoord kost René een toren en de partij.

 

 

Jaap Gorter (1822) – Wilko van der Gracht (2057) 0-1

Met 1. Pf3 begint Jaap Gorter aan zijn 39e Westfries kampioenschap. De vijfvoudig kampioen viel een jaar geleden letterlijk geblesseerd uit en heeft meer dan 250 WFK-partijen achter zijn naam staan. Aan beide records valt voorlopig niet te tornen.

Zijn openingszet wordt beantwoord door Wilko van der Gracht, de beste in 1994 en 2006 en met een rating van 2057 ditmaal eerste op de plaatsingslijst. De Aartswoud-kanshebber doet voor de 29e keer mee en heeft in de laatste zeven ‘onderlinge’ tegen Jaap 2½ punt behaald. In dat licht bezien is de Andijker favoriet.

Pas rond half tien verdwijnt het eerste materiaal van het bord. Even later doen alle paarden niet meer mee en dat maakt het er, met zestien pionnen nog aanwezig, niet gemakkelijker op. Als er meer ruimte ontstaat, kan Jaap een randpion winnen (30. Lxh5), maar hij kiest voor torenruil om de open e-lijn te veroveren. Dat lukt niet en na dameruil komt Wilko’s laatste toren in de witte stelling. Jaap kiest voor de aanval, maar zijn vrijpion op de d-lijn strandt in het zicht van de haven. Zwart heeft ondertussen de kwaliteit gewonnen en met een vrijpion op b2 gewonnen spel.

 

 

Emil Zaal (1836) – Axel Zee (1586) 1-0

Beider achternaam begint met de laatste letter van het alfabet en ze zijn in de eerste ronde ook als laatste klaar. Emil Zaal en Axel Zee hebben 75 zetten nodig om het resultaat te kunnen invullen en dat is hetzelfde als op 12 februari 2019, toen de Attaqueerder hun eerste WFK-partij – van 61 zetten – naar zich toetrok.

Emil heeft zijn pionnen meer naar voren dan zwart en kan daarom wat makkelijker bewegen, maar daar is ook alles mee gezegd. De damevleugel slibt dicht en daar staat het zware materiaal van de thuisclubfavoriet. Rond half elf gaat pas de eerste pion van het bord: 26. gxh4, gevolgd door … Dxh4.

Omdat op de andere flank ruimte komt, verplaatst de strijd zich daar naar toe. Het draait om de achtergebleven pion op g6. Axel verdedigt uitstekend en zijn opponent schiet nauwelijks iets op. Tot de outsider van De Groene Zes die pion opschuift. Na pion- en torenruil krijgt Emil een aanknopingspunt (veld g6) en als de zwartspeler dat prijsgeeft, slaat hij toe. Hij kan zijn loper erbij halen en zo wordt de aanvallende opstelling van de witte stukken beter dan de defensieve opstelling van de zwarte.

Axel moet de kwaliteit geven, maar de problemen blijven. Wit beslist de partij door de kwaliteit terug te geven. Hij heeft een paar velden meer tot zijn beschikking en kan met zijn koning in de stelling van de GZ’er komen om pionnen op te ruimen en de weg vrij te maken voor promotie. Dat wacht Axel niet af.

 

 

 

 

Copyright © 2010 Westfries Schaakkampioenschap | Website realisatie: BeNancy Media