Twee kampioenen

Posted by Co Buysman on 28 mei 2019 in Verslag |

Voor de derde keer in de 86-jarige historie van het Westfries kampioenschap zijn er meerdere titelhouders. Nadat in 1983 Arie Karreman en Bert Meester de titel hadden gedeeld en in 2014 Jaap Gorter, Peter Holscher en Ronald Ritsema alledrie op de eerste plaats waren geëindigd, staan dit jaar Tom Balla en Peter Poncin samen bovenaan. Voor beiden is het de eerste keer dat ze tot Westfries schaakkampioen zijn gekroond.

Die ontknoping is geen verrassing. Qua rating zitten ze dicht bij elkaar (1990 voor Tom, 1963 voor Peter), ze kunnen allebei de stelling uitstekend doorgronden en ze hebben allebei een enorme schaakkennis. Dat blijkt ook uit de analyses. Beide barragepartijen tellen 72 halfzetten en de twee kersverse kampioenen hebben samen 35 halfzetten uitgevoerd die de computer aanbeveelt. Daar zitten weliswaar enkele gedwongen zetten bij (bijvoorbeeld een door een pion aangevallen paard dat weggespeeld moet worden), maar het geeft vooral aan dat er geen mindere zetten zijn uitgevoerd die een aanknopingspunt voor de opponent kunnen vormen. De beoordeling van alle stellingen in beide partijen varieert van globaal plus 0,3 tot min 0,3.

Zowel de eerste (op dinsdag 21 mei in de speelzaal van Caïssa-Eenhoorn) als de tweede barragepartij (op maandag 27 mei in dorpshuis De Schalm in Westwoud) duurt zo’n twee uur en toont aan dat er weloverwogen is gespeeld. Tom heeft zijn zinnen gezet op het veroveren van de titel, maar komt na de twee finales tot de conclusie dat winnen van een Peter in deze vorm een onmogelijke klus is. De Caïssa-Eenhoorn-routinier blijft voor de 36e keer in een toernooipartij ongeslagen. In die reeks zitten onder meer het Tata Steel Chess-toernooi (2 gewonnen, 6 remise, 0 verloren), het lenteveteranenkampioenschap van de NHSB (4-3-0), het Westfries kampioenschap inclusief de barrage (4-5-0) en het Kattenburger Open in Amsterdam (4-3-0).

De barrage als ontknoping van het Westfries kampioenschap is de laatste jaren geen uitzondering. Sinds 2013 is het de vijfde keer dat de eerste plaats van de eindstand wordt bezet door meer dan één deelnemer. In de jaren daarvoor zijn er minder beslissingspartijen gespeeld. Een overzicht.

Het evenement gaat in 1933 van start en is aanvankelijk een onderdeel van de Westfriesche schaakdag. In de hoogste groep van dit vierkampentoernooi wordt om de titel gestreden. In 1941 eindigen Bos (A-Z, Medemblik) en David (KTV, Enkhuizen) bovenaan in hun dubbele mini-competitie met Dekker (Schaaklust, Andijk) en Keetbaas (Caïssa, Hoorn). Ieder speelt zes partijen; twee op Hemelvaartsdag (22 mei), twee op tweede pinksterdag tijdens de Westfriesche schaakdag in de speelzaal van Caïssa (2 juni) en twee de zondag erop (8 juni). Bos en David veroveren elk 4½ punt; voor de eerste maal moet een barrage de kampioen aanwijzen.

Het is niet duidelijk wanneer die is verspeeld. In de Nieuwe Hoornsche Courant van maandag 7 juli 1941 wordt de uitslag vermeld. Zwart wint beide malen in de eerste twee barragepartijen, waarna de eerste die daarna zegeviert de nieuwe kampioen is. Bos – David wordt remise, David – Bos wordt 0-1. Vermoedelijk zijn die vier partijen op de zondagen 15, 22 en 29 juni en 6 juli afgewerkt.

In 1942 behalen Noë (Aartswoud) en Dijkstra (Schaaklust) 3½ punt en heeft de barrage eind september plaats bij Caïssa-voorzitter Haring thuis. Noë wint.

Na de Tweede Wereldoorlog wordt het Westfries kampioenschap – eens in de twee jaar – voortgezet. In 1952 triomfeert Gutter (Schaaklust) in een barragedriekamp met David en Zwier (KTV). Arie Karreman moet in 1971, vanaf nu wordt het evenement elk jaar gehouden, aan de bak tegen Kooiman (Schaaklust) die een jaar eerder nog 2½ achterstand had op de kampioen. De KTV-speler prolongeert zijn titel. In 1979 komt het tot een extraatje tussen Rein van der Veen (KTV) en Bert Meester (Caïssa) die alletwee met de witte stukken winnen. De derde partij wordt een prooi voor eerstgenoemde. Twee jaar later neemt Meester revanche door Van der Veens clubgenoot Karreman in de barrage met 2-0 te verslaan. In 1982 is de score andersom (Karreman – Meester 2-0), waarna het jaar erop beide toppers de titel delen.

De huidige grootmeester Dimitri Reinderman is één keer Westfries kampioen geworden. Het 14-jarige talent van Caïssa verliest in de slotronde van Soes Martojo (Aartswoud), waardoor Jaap Gorter (Schaaklust) langszij kan komen. De dubbele finale levert Hoorns succes op. Outsider Rob Bijpost (Aartswoud) verrast in 1988 iedereen door eerst gedeeld eerste te worden en aansluitend twee punten te pakken tegen Adri Haakman (KTV). In 1992 telt het deelnemersveld zestien namen en met meer goede spelers erbij wordt de kans op een barrage groter. Jaap Gorter blijft Arie Karreman de baas.

De oprichting van HSV De Eenhoorn in 1988 draagt bij aan de uitbreiding van het aantal spelers. In 1994 eindigen namens de jongste Hoornse schaakclub Jerrel Thakoerdien en William de Wit bovenaan met Wilko van der Gracht, lid van de oudste Hoornse schaakclub. De Caïssa-speler triomfeert in zijn beide partijen. Drie jaar later gebeurt hetzelfde: Caïssa (via Willem Meyles) troeft in de barrage HSV De Eenhoorn (Wilko van der Gracht) af. In 1999 delft laatstgenoemde in de toegift het onderspit tegen Adri Haakman, in 2013 als Aartswoud-speler tegen Peter Holscher (Caïssa-Eenhoorn).

We zijn in de recente historie aanbeland. In 2014 worden in de laatste ronde door omstandigheden twee partijen uitgesteld, waarbij Gorter – Holscher van belang is voor de top van de eindstand. Die partij heeft plaats op 8 mei. Zwart zal bij remise zijn titel prolongeren, maar hij verliest en dan staan er ineens drie man bovenaan: Jaap Gorter (Schaaklust), Peter Holscher (Aartswoud) en Ronald Ritsema (Caïssa-Eenhoorn). Omdat het schaakseizoen al ver is gevorderd, lukt het niet overeenstemming te bereiken over een barrage en roept de organisatie de drie tot kampioenen uit.

Lourens van Veelen (KTV) en Piet Reus (Schaaklust), respectievelijk zesde en zevende op de plaatsingslijst, pakken in 2015 verrassend de meeste punten, ondanks dat ze hun laatste partij verliezen: vijf. Van Veelen slaat in het vervolg toe. Dat doet Ronald Ritsema een jaar later tegen Peter van Waert (De Groene Zes), nadat beide spelers in het reguliere toernooi 5½ punt hebben verzameld.

En dat is ook de eindscore van Tom Balla (KTV) en Peter Poncin (Caïssa-Eenhoorn). In hun eerste barragepartij zorgt wit met zijn Réti-opening voor een degelijke verdediging en wil op de damevleugel aanvallen. Maar Peter verdedigt prima en van begin tot einde is sprake van een gelijke stelling. Van elk worden drie pionnen geruild en er komt wat meer ruimte, maar het evenwicht wordt niet verstoord. Aardig detail is dat beiden in de vierde ronde van het Westfries kampioenschap, ook in de speelzaal van Caïssa-Eenhoorn, eveneens remise hebben gespeeld.

‘Monday, monday’ klinkt het op 27 mei in de bar van dorpshuis De Schalm, als Peter voor even de speeltafel verlaat en naar de hit van de Mama’s & Papa’s luistert. Popmuziek uit de jaren zestig vult de lege zaal. Wat een verschil met dinsdag 12 februari, toen op dezelfde locatie de tweede WFK-ronde op het programma stond. Een propvolle parkeerplaats, schakers die moeten uitwijken naar het seniorencentrum, omdat alle ruimtes in De Schalm bezet zijn.

Als de tweede barragepartij een uur onderweg is, oogt De Schalm verlaten. Petanquespelers die op de twee banen voor het dorpshuis een balletje hebben gegooid, zijn naar huis. Enkele sportievelingen in de sportzaal gaan naar huis. In de kale speelzaal van Degoschalm staat één tafel opgesteld, waar Tom en Peter hun zetten doen. De organisatoren Nico en Co pendelen tussen de schaakstrijd en de bar, waar ze een praatje maken met een invalkracht. Meer mensen zijn er niet.

Opnieuw komt er geen winnaar. Tom verrast de witspeler met zijn opening (1. d4 c5, 2. d5 e5). Er is strijd om de koningsvleugel, waar de spanning zo lang mogelijk in de stelling wordt gehouden. Op de dertiende zet heeft een ruil van de zwartveldige lopers plaats. Rond de klok van tien uur schudden de twee toppers elkaar de hand en wordt het gelijkspel bezegeld; Fritz geeft dan min 0,09 aan.

Niet eerder in de 86-jarige geschiedenis van het Westfries kampioenschap krijgt een barrage twee remise-uitslagen. De afgelopen maand is een zoektocht geweest naar geschikte data voor de extra partijen en omdat beiden erg aan elkaar gewaagd zijn, wordt in onderling overleg besloten de titel te delen. En dat is wel het beste. Geen van de twee ‘verdient’ de tweede plaats.

 

Tom Balla (1990) – Peter Poncin (1963) ½-½

 

Peter Poncin (1963) – Tom Balla (1990) ½-½

Copyright © 2010 Westfries Schaakkampioenschap | Website realisatie: BeNancy Media