Topper in tweede millennium

Posted by Co Buysman on 10 april 2017 in Verslag |

Met het overhandigen van de wisseltrofee aan Peter Holscher moet de succesvolste deelnemer van het Westfries kampioenschap in dit millennium bij de prijsuitreiking naar voren komen. Na 1998, 2000, 2005, 2008, 2011, 2013 en 2014 (met Jaap Gorter en Ronald Ritsema) eindigt de routinier uit Zwaag ook dit jaar bovenaan. Peter weet met acht titels alleen Arie Karreman – tien keer winnaar – boven zich.


De slotronde heeft plaats in de vernieuwde Nieuwe Doelen, in de speelzaal van KTV. ,,Koffie, thee, vieux’’, zegt Marco Bergsma met een knipoog. Als oud-speler van De Groene Zes en oud-deelnemer van het Westfries kampioenschap (2001, 2002, 2011) komt hij langs om de ontknoping mee te maken. Hij is eind jaren tachtig na het lezen van ‘Hoog spel’, de autobiografie van Garri Kasparov, in de ban van het schaken geraakt en leerde snel. Toen Marco’s rating boven de 1800 kwam, is hij gestopt met het spelen van partijen, maar het lijkt erop dat de schaakkriebels terugkeren. Hij loopt zeer geïnteresseerd langs alle borden, ook die van de KTV’ers die aan de clubcompetitie meedoen, en ziet rap voor welke problemen de ene speler staat en waar de kansen voor de ander liggen.
Bijvoorbeeld bij Robbert van Dijkhuizen – Toine Molenaar. Twee 20-jarigen, twee WFK-debutanten, twee deelnemers die op vijftig procent staan en daar graag iets boven willen eindigen. Rond de dertigste zet is er strijd om de zwarte d-pion. Bij een afruil moet de witspeler de juiste volgorde aanhouden om niet zijn dame te verliezen. Op een aantal meters afstand laat Marco Bergsma met zeer zachte stem weten hoe het partijverloop zou kunnen gaan en wat correct en wat fataal is. Om te besluiten met: ,,Hij heeft het trucje gezien.’’
De Nieuwe Doelen is vernieuwd, maar de gastvrijheid is van ouderwetse kwaliteit: uitstekend. Geheel in stijl met de naam van de schaakvereniging komt gastvrouw Carina langs met kaas, topbitterballen en vleesplakjes. Schaken in ‘Henkuzen’ is meer dan alleen in stilte de zetten doen.
Het is druk in de Enkhuizer speelzaal, want de viertallen van de thuisclub en De Groene Zes/Schaaklust treffen elkaar voor de bondscompetitie in de D-groep. Daarom pendelt ook Dirk Mantel heen en weer. Dirk, eveneens oud-deelnemer van het WFK, volgt zijn Schaaklust-clubgenoten Jaap Gorter en Piet Reus bij hun partijen in de slotronde, terwijl Piet Sinnige invalt in het combinatiekwartet.
Peter van Waert, de Westfries kampioen van 1991, is de volgende belangstellende toeschouwer. Twee dagen eerder zat hij tijdens de vijfde ronde van het NHSB-lenteveteranenkampioenschap tegenover Peter Holscher, die ook daar ranglijstaanvoerder is. Peter denkt lang na over zijn achttiende zet tegen Jasper Seelemeijer. ,,Volgens mij gaat hij … f5 spelen’’, fluistert Peter van Waert. Dat gebeurt inderdaad. ,,Hij schaakt toch wel aardig’’, vervolgt de speler van De Groene Zes met een glimlach.
Van de zes partijen in de speelzaal van KTV krijgen vijf geen winnaar. Dat ‘remise’ en ‘saai’ twee woorden zijn die lang niet altijd bij elkaar passen, wordt door Piet Aardenburg en Fred Avis aangetoond. Het is dringen bij hun bord. ,,Idiote stelling’’, mompelt de voorzitter van de Noordhollandse Schaakbond die daaraan mede heeft bijgedragen. Om een tip van de sluier te lichten: hij staat een stuk achter en doet zijn dame in de aanbieding. Moet Piet daarop ingaan of niet?
Veel KTV-spelers en tevens oud-WFK-deelnemers als Tom Balla, Alex Brouwer, Adri Haakman, Arie Karreman, Henk Keesman en Vasco Metten volgen de ontwikkelingen. Het is een mooi ritueel. Schaakpubliek dat naar een stelling kijkt en van het bord wegloopt om de laatste zet te bespreken. Na de koffie en thee is een vieuxtje nu zeer welkom.

Ter afsluiting van het 66e Westfries kampioenschap een overzicht van alle Westfriese kampioenen:
Arie Karreman (10 keer kampioen)
Peter Holscher (8)
Jaap Gorter (5)
Wim Gutter (4)
Alexander David (3)
Nico Hauwert (3)
Erik Luder (3)
Dirk Appel (2)
Jan Bos (2)
Jan Dekker (2)
Wilko van der Gracht (2)
Adri Haakman (2)
Bert Meester (2)
Ronald Ritsema (2)
Rob Bijpost
Ron Deen
Jeroen Edeling
Marc Helder
Rob van den Heuvel
Soes Martojo
Willem Meyles
D.F. Noë
Dimitri Reinderman
Wouter van Rhoon
Peter van der Schee
Jac. Struik
Lourens van Veelen
Rein van der Veen
Wouter Waagmeester
Peter van Waert
Joost Wempe
Ton Wessels

Jan Stapel (1799) – Ronald Ritsema (2071) 0-1
De zevende ronde begint op dinsdag 4 april in de speelzaal van Caïssa-Eenhoorn. Jan Stapel is op vrijdag verhinderd en Ronald Ritsema vindt het prima om vooruit te spelen.
Op de damevleugel vinden de eerste schermutselingen plaats. In het vroege middenspel worden enkele pionnen geslagen en zit zwart opgescheept met een isolani op d6. De dame erachter staat in de penning, maar Jan speelt te vroeg zijn e-pion op en verliest die door een gebrek aan verdedigers. Met een aftrekaanval kan wit de geïsoleerde pion veroveren (23. La7), maar hij kiest voor een andere voortzetting.
Na een toren- en loperruil krijgt de zwartspeler de overhand. Op de dertigste zet pakt de Aartswoud-routinier alsnog de d6-pion en meteen zet Ronald aan voor een beslissend offensief. Een actief paard, mooie diagonalen voor de dame en de koningsloper en een open lijn voor een toren, zijn stukken kunnen prima samenwerken en al snel heeft de titelverdediger een mataanval in zicht. Niet veel later feliciteert wit hem met zijn vijfde partijzege van deze titelstrijd die de clubkampioen van Caïssa-Eenhoorn de tweede plaats oplevert.

Jasper Seelemeijer (1837) – Peter Holscher (1913) ½-½
Koploper Peter Holscher begint de slotronde in de wetenschap dat een half punt voldoende is om de titel te veroveren. Jasper Seelemeijer op zijn beurt zal met een remise op de derde plaats eindigen. In dat geval kan alleen Fred Avis bij winst op gelijke hoogte komen, maar de Aartswoud-speler heeft iets meer weerstandspunten verzameld.
Toch willen beide spelers er geen rustige partij van maken. Ze zoeken naar het initiatief. In het middenspel zijn de witte paarden geruild voor de zwarte torens. Er staan van elk zeven pionnen op het bord, maar met name Peter heeft goede velden voor zijn lichte stukken en hij gaat daarom snel tot actie over op de koningsvleugel. Jasper kan evenwel de eerste aanval afslaan en krijgt zicht op de mooie diagonaal a1-h8. Voor zwart zit er dan weinig muziek in de stelling en na negentien zetten wordt de vrede getekend. Peter Holscher kroont zich zo voor de achtste keer tot Westfries schaakkampioen.

Piet Aardenburg (1795) – Fred Avis (1842) ½-½
In de partij van Piet Aardenburg en Fred Avis is aanvankelijk weinig aan de hand. Er worden enkele lichte stukken geruild, al is het na zeventien zetten wel opvallend dat wit alle stukken achter zijn pionnen heeft en de zwartspeler de meeste stukken tussen en voor zijn pionnen. Dan begint ook langzamerhand het spektakelstuk.
Met enkele paardsprongen dwingt Piet zijn opponent tot gedwongen antwoorden en verovert daarmee een pion. Er onstaat ruimte op de koningsvleugel en dat lijkt in het voordeel van zwart die opeens veel stukken paraat heeft. Fred kan tijdens een strijd in het centrum snel switchen naar de flank, hoewel hem dat een stuk kost.
In een ingewikkelde stelling gebeurt er opeens van alles. Ten faveure van een enorme druk op veld g2 laat zwart zijn dame instaan. Wit vindt het te link om het offer aan te nemen, wint een tweede stuk en probeert zijn opponent te truken. Daar trapt Fred niet in, waarna zwarts pion op f3 inzet wordt van de strijd. Er volgt een grote afruil en met weinig tijd op de klok belanden de twee spelers in een toreneindspel met een extra paard voor Piet. Daarmee moet hij twee verbonden vrijpionnen zien tegen te houden. De weg naar de eindstreep is voor beiden nog lang, waarop ze remise overeenkomen.

Robbert van Dijkhuizen (1835) – Toine Molenaar (1676) ½-½
In het Grünfeld-Indisch zoeken Robbert van Dijkhuizen en Toine Molenaar snel naar kleine voordelen. Het eerste initiatief ligt bij zwart, maar zijn opponent bouwt een solide en goede stelling op. Er worden enkele lichte stukken geruild en langzamerhand neemt Robbert wat meer het heft in handen.
De meeste zwarte stukken staan wat passiever en het Aartswoud-talent beseft dat hij baat heeft bij een open stelling. Die komt er, waarna beiden richting een eindspel met alle zware stukken gaan. Voor geen van de twee zitten er dan aanvalsmogelijkheden in en de laatste partij van de avond krijgt daarom geen winnaar.

Lukas Boots (1762) – Piet Reus (1812) ½-½
In zijn vijfde Westfries kampioenschap heeft Lukas Boots weer vooruitgang geboekt en de grootste sinds zijn debuut in 2012. De clubkampioen van De Pionier werd toen veertiende, sloeg een jaar over en klasseerde zich daarna als dertiende, elfde en tiende. Met zijn remise tegen Piet Reus legt Lukas dit keer beslag op de zesde plaats.
Zwart snoept in een Franse partij een centrumpion mee, maar heeft wel enige tijd ontwikkelingsachterstand. Als hij kort kan rokeren, kiest de Schaaklust-speler voor een riskante koningsmanoeuvre. Met veel pionnen op de koningsvleugel kan het witte loperpaar daar niet veel uitrichten en wil Lukas op de andere flank iets ondernemen. De zwarte vorst vindt een veilige troon op g8 en Piet kan tegengas geven via de open a-lijn.
Na torenruil zit de stelling evenwel dicht. Wit kan de extra pion van zijn opponent blokkeren en beiden kunnen geen progressie maken. Remise is daarom een logisch resultaat.

Jaap Gorter (1893) – Sido Quarré (1649) 1-0
Achter de naam van Jaap Gorter staat niet vaak ‘½-½’. De oud-kampioen heeft tijdens de laatste vijftien evenementen 104 partijen gespeeld – inclusief die van dit jaar – en deelde slechts zeventien keer het punt. Tegenover 28 verliespartijen staat bijna het dubbele aan zeges: 52 stuks.
Ook tegen Sido Quarré mag hij weer een ‘1’ noteren. De KTV-debutant geniet weinig voordeel van de thuiswedstrijd. Wit trekt in de Pirc snel het initiatief naar zich toe. Verschillende partijen op deze slotavond geven een strijd van het loperpaar tegen twee paarden te zien en dat is hier ook het geval. De zwarte paarden kunnen echter nauwelijks vooruit springen, terwijl de Schaaklust-routinier bezit neemt van kruislingse diagonalen: a1-h8 en a8-h1. Dan is het ineens snel gebeurd. Wit maakt optimaal gebruik van de ruimte om de Enkhuizer koning in het nauw te brengen.

Rob Bijpost (1786) – Jeroen Graaf (1726) ½-½
Met een remise tegen oud-kampioen Rob Bijpost sluit Jeroen Graaf zijn eerste deelname aan het Westfries kampioenschap af. De KTV-speler mist het zoet der overwinning, maar heeft het met ook halfjes tegen Jasper Seelemeijer, Dirk Lont en Piet Reus bepaald goed gedaan. Zijn vijfde remise is tegen Eugène Koomen en dat valt dan misschien na die eerdere prestaties een tikkeltje tegen. Dat geldt tevens voor de verliespartijen tegen Piet Aardenburg en Toine Molenaar.
Zwart laat zich niet verrassen door de b4-opening van zijn opponent. Hij bouwt met name op de damevleugel en rond het centrum een solide stelling op. Er volgt een grote afruil van elk een toren en veel lichte stukken. Beide spelers behouden de controle en besluiten vlot tot deling van het punt.

Copyright © 2010 Westfries Schaakkampioenschap | Website realisatie: BeNancy Media