Talent van toen tegen talent van nu

Posted by Co Buysman on 25 februari 2018 in Verslag |

Een Westfriese ronde in de speelzaal van schaakclub Aartswoud en de topper van de avond wordt gespeeld door Marc Helder. Dan ontkom je er niet aan om aan de veelvoudig clubkampioen van de gastheer meer aandacht te besteden.

Het is pas zijn derde deelname aan het Westfries kampioenschap. Marc debuteert in 1990 en is dan bijna net zo jong als zijn tegenstander (Nick Manshanden) van deze derderonde-avond. In die tijd is – net als nu – sprake van een wisseling van de wacht. Het tijdperk-Karreman is ten einde gekomen. Arie Karreman, topspeler van KTV, heeft in 1986 voor de tiende keer de Westfriese titel veroverd en dat is nog altijd een record. Het jaar erop zegeviert Dimitri Reinderman, daarna Rob Bijpost en in 1989 grijpt Jaap Gorter voor de eerste maal de macht.
Marc Helder is in 1990 als derde geplaatst, achter Jaap en Arie. HSV De Eenhoorn is twee jaar eerder opgericht en verrijkt het deelnemerveld met Ron Deen en Mark van Ojik. Dirk Lont, de verrassende clubkampioen van Caïssa, geldt als outsider en clubgenoot Wilko van der Gracht is in de Westfriese schaakwereld de coming man. Kort na afloop van het Westfries kampioenschap zal hij de eerste van zeven Caïssa-kampioenschappen in de wacht slepen.
Tom en Thomas Balla vertegenwoordigen met Arie Karreman KTV. Rob Bijpost, de huidige voorzitter van Aartswoud en uit zijn boek over de historie van het evenement kan ik weer prachtige informatie halen, vergezelt Marc Helder. Dirk Mantel en Henk Bouw zijn de tweede en derde man van Schaaklust. Jan Posch houdt de eer van De Groene Zes hoog, Niels Bot die van Attaqueer.
De digitale klok moet nog worden uitgevonden. In 1990 bedraagt het speeltempo negentig minuten voor 36 zetten, daarna twintig minuten voor twintig zetten, vervolgens tien minuten voor vijftien zetten en tenslotte nog eens tien minuten om de partij te beëindigen. Ja, u leest het goed: er zijn vier tijdcontroles.
Gebruikelijk in die tijd is dat in de eerste ronde clubgenoten tegen elkaar spelen. Marc Helder en Rob Bijpost maken er een vriendschappelijke remise van. Na een reglementair winstpunt moet Marc aan de bak tegen Jan Posch die hij in een matnet vangt. Een Franse partij tegen Arie Karreman levert in de vierde ronde na een zware strijd een half punt op.
De jeugd van 1990 domineert de vijfde ronde. Tom Balla tekent voor een verrassende overwinning op de verrassende koploper Dirk Lont. Marc Helder tovert tegen Jaap Gorter een geweldige koningsaanval uit de hoge hoed en beide talenten gaan met vier punten aan de leiding. Ze zitten in de voorlaatste ronde tegenover elkaar. Een pionoffer van Marc levert geen resultaat op. Tom verdedigt prima en de topper krijgt geen winnaar. Daar profiteert Dirk van door in zijn partij tegen Arie Karreman de winstpoging van de KTV-topper te ondermijnen en met zijn zege voegt hij zich bij de ranglijstaanvoerders.
Drie man aan kop dus, als het WFK-circus in Andijk zijn tenten opslaat voor de beslissende avond. Tom Balla gaat in de aanval tegen Mark van Ojik, maar die slaat niet door en hij delft het onderspit. Mark zal daardoor naar de tweede plaats stijgen. Bij Marc Helder – Dirk Lont gaat het in eerste instantie om de bezetting van het d5-veld. Zwart wint die slag, maar ruilt een paard dat een sterke positie in het centrum had kunnen innemen. Vanaf dat moment ligt het initiatief bij de Aartswoud-speler en met een bekwame aanpak in een dame-eindspel zegeviert Marc en wordt als 18-jarige Westfries schaakkampioen.
En dan blijkt in de derde ronde van dit Westfries kampioenschap dat er na 28 jaar weinig is veranderd. Opnieuw wordt in een partij van Marc Helder d5 een belangrijk veld. We schakelen over naar de topper tegen Nick Manshanden. Het talent van toen speelt tegen het talent van nu.

Nick Manshanden (1928) – Marc Helder (2029) ½-½
Nick en Marc zijn als enigen met een score van honderd procent uit de eerste twee ronden gekomen. Wit krijgt de kans om revanche te nemen voor zijn nederlaag een maand eerder in het Tata Steel-toernooi, toen in de vierde ronde van de tienkampengroep 3A en in Wijk aan Zee spelend met de zwarte stukken.
In een Konings-Indische partij gaat de strijd lang gelijk op. De troef van Caïssa-Eenhoorn probeert het initiatief te krijgen, maar zwart bouwt een solide stelling op. Even is er geroezemoes in de speelzaal van schaakclub Aartswoud, als lijkt dat de Hoornse dame op h6 geen vluchtvelden meer heeft. Die zijn er na 22. f3 ook niet, maar Marc gaat er van uit dat zijn opponent de wel aanwezige ontsnappingsroute vindt en onderneemt geen poging te proberen de vorstin te vangen.
De twee spelen nog eens twintig zetten perfect verder. Er wordt veel geruild en het eindspel met een witte loper contra een zwart paard ziet er remise-achtig uit. Nick wil evenwel meer dan een halfje en gaat in dat streven een stap te ver. Na een afruil van de laatste stukken kijkt hij tegen een verliezend eindspel aan. Op de vijftigste zet bereikt de Aartswoudse koning d5 en neemt de oppositie in. Met een tussenzetje (… c5) kan hij een positie bereiken die Nick een paar minuten later redding brengt: monarch voor een vijandelijke pion. Zwart kiest voor het opspelen van zijn b-pion en meteen grijpt de witspeler zijn kans op een puntdeling. Met een tijdelijk pionoffer komt zijn koning voor een zwarte pion die zal sneuvelen, waarmee hij van de remisestelling verzekerd is.

Kevin Smit (1922) – Wilko van der Gracht (2053) 1-0
Kevin Smit is een van de drie achtervolgers met een half punt achterstand op de beide koplopers.Met zijn winstpartij tegen oud-Westfries kampioen Wilko van der Gracht voegt hij zich bij de leiders.
De spanning wordt aanvankelijk in de stelling gehouden. Als het eerste materiaal van het bord verdwijnt, gaat zwart over tot actie. Hij komt met zijn dame in de Hoogkarspelse verdediging, maar na een vlotte ruil zijn er geen dreingingen meer.
Wit heeft het loperpaar (tegen loper met paard voor Wilko), terwijl zijn beide torens een actievere positie innemen. Met name Kevins lichte stukken vormen een obstakel voor zijn opponent, als de stelling een open krarakter krijgt. Het wordt voor de zwartspeler vrijwel onmogelijk om geen materiaalverlies te lijden en na de slotzet blijkt dat de kwaliteit te zijn.

Robin Duson (1863) – Rowan Louter (1648) 1-0
Ook Robin Duson en Rowan Louter beginnen aan de derde ronde met een halfje minder dan de ranglijstaanvoerders. De winnares of winnaar zal dan ook goede zaken doen.
In het vroege middenspel pakt de witspeelster meteen een voordeel. Ze krijgt de kans om ‘een paard aan de rand’ te ruilen tegen de witveldige – actieve – loper. De Hoornse dame wordt meteen de frontvrouw van een aanval, waar drie lichte stukken aan meewerken. Robins loperpaar doet dat van een flinke afstand, maar zijn wel degelijk belangrijke peilers voor het offensief. Het begint met een offer op g5. Vier stukken van Rowan zijn te ver verwijderd om een bijdrage te leveren aan het verdedigen. Wit verovert een derde pion op de koningsvleugel alsmede de kwaliteit en heeft gewonnen spel.

Fred Avis (1835) – Gerard Beerepoot (1627) 1-0
De achterste zaal van café Het Huis van Egmond in Hoogwoud zit op deze laatste februarivrijdag vol met schakers. Voor de clubcompetitie van Aartswoud zijn elf partijen gepland en wij van het WFK komen met veertien man. Als eerste van dat hele gezelschap is Fred Avis klaar. Het lijkt erop dat hij de weg omhoog weer heeft gewonnen. Na een wel heel matige serie van twee punten uit vijftien partijen heeft de oud-voorzitter van Caïssa-Eenhoorn onlangs de toptienspelers Sjoerd Kelder en Gijs Leene verslagen (Fred staat nu op de tweede plaats) en met zijn succes tegen Gerard Beerepoot komt hij op drie uit drie.
In eerste instantie is er weinig aan de hand. Zwart ontwikkelt echter zijn toren op a8 en de loper op h8 niet en raakt ook nog eens zijn h7-pion kwijt. Met een trucje wint hij het materiaal terug, maar de witspeler staat nog altijd veel actiever. Dat blijkt na 23. … g4. ,,Zo, die is over de helft’’, zegt Gerard. ,,Maar niet voor lang’’, luidt het antwoord van Fred die de pion met een paard slaat. Dat offer kan hij uitvoeren, omdat er een mat in negen in de stelling zit. Dat lijkt ver. Met een dame en een toren op een open flank tegen een eenzame koning is die evenwel in de loop der zetten te zien. De debutant van Attaqueer gaat niet op het aanbod in. Als even later de Hoornse dame de ruimte krijgt om op de koningsvleugel binnen te komen, staat zwart verloren.

Jaap Gorter (1885) – Robbert van Dijkhuizen (1855) ½-½
Van de middenmoters heeft Robbert van Dijkhuizen een pittig programma. In de tweede ronde tegen Fred Avis, oud-kampioen van een van de sterkste clubs van Westfriesland. In de eerste ronde tegen Wilko van der Gracht en op de derde avond tegen Jaap Gorter, samen goed voor zeven Westfriese titels.
In een Gesloten Siciliaan doen de twee niet voor elkaar onder. Zwart krijgt redelijk vlot een vrijpion op b3, maar die is door de Andijkse routinier tegen te houden. Sterker, als Robbert torenruil uit de weg wil gaan, besluit wit daartoe en kan met het weglokken van een verdediger die b3-pion inrekenen.
Het betekent ook een ommekeer in de partij, want Jaap komt beter te staan. Vooral zijn opkomende e- en f-pion dwingen zijn opponent tot alertheid. De witspeler kijkt tegen een veelbelovende stelling aan, maar kiest niet voor het beste vervolg en heeft in het eindspel zelfs een stuk minder. Met weinig tijd op de klok toont de Hoornaar zich tevreden met remise.

Toine Molenaar (1758) – Lukas Boots (1781) ½-½
Na drie ronden wacht Lukas Boots nog op zijn eerste overwinning. Tegen Toine Molenaar lijkt die er aan te komen, als de zwartspeler de dame verovert. De partij tussen de nummers 1 en 2 uit de clubcompetities van De Pionier van vier en vijf jaar geleden krijgt evenwel geen winnaar.
Het eerste voordeel is voor wit die via een dameschaak zwarts c-pion verovert. Na zeventien zetten onstaat voor hem een interessante stelling. Lukas heeft op de open d-lijn achter elkaar een onverdedigd paard, een kwetsbare loper en een onverdedigde dame. Valt hier iets te halen voor het Aartswoud-talent? Een onvoltooide ontwikkeling is echter zijn nadeel en dat breekt hem snel op. Als de drie stukken van de d-lijn verdwijnen, wordt een groot probleem voor wit zichtbaar. Lukas’ toren op d8 valt de dame aan en als zij weggaat, volgt een mat achter de paaltjes. Toine kan de schade beperkt houden tot kwaliteitsachterstand (twee torens contra dame, paard contra toren) en brengt een vrijpion naar d6. Zijn opponent beschikt over weinig tijd en biedt in de onduidelijke stelling remise aan. Ook voor wit zit er niet meer in.

Emil Zaal (2000) – Eugène Koomen (1445) 0-1
De verrassing van het kampioenschap is voorlopig Eugène Koomen. Vorig jaar maakte hij zijn WFK-debuut met drie remises en een reglementaire winstpartij, tegen Emil Zaal pakt hij op eigen kracht het volle punt. Als zestiende geplaatst bezet de Groene Zes-speler een mooie en stevige middenmootpositie.
Door een lichte ontwikkelingsvoorsprong komt wit iets beter in het middenspel te staan. Dat verandert als Emil enkele stukken moet omspelen om een paard op b3 niet te verliezen. Er wordt het een en ander geruild en ook het paard gaat op stal. Zwart wint wat tempi dankzij de noodgedwongen zetten van zijn opponent en kan zijn torens een sterke positie geven op de b- en c-lijn. Torenruil verlicht de druk niet. De samenwerking van de zwarte stukken is veel beter. Een aangevallen toren heeft geen vluchtveld. De witspeler denkt het materiële verlies te kunnen beperken tot de kwaliteit, maar komt er snel achter dat de Grootebroekse matzet niet ver weg is.

Copyright © 2010 Westfries Schaakkampioenschap | Website realisatie: BeNancy Media