Seniores priores op het WFK

Posted by Co Buysman on 13 februari 2019 in Verslag |

Westwoud wereldstad. De tweede ronde van het Westfries kampioenschap wordt gespeeld in dorpshuis De Schalm, waar de parkeerplaats propvol is. In de wijk aan de overkant van de Dr. Nuijensstraat zijn nauwelijks lege plekken om een auto neer te zetten. Wat een drukte in het hart van het Westfriese dorp.

Het is allemaal verklaarbaar. Op de eerste verdieping van het dorpshuis zijn drummers actief. In de ruimte bij de bar spelen biljarters en volleyballers hebben bezit genomen van de sporthal ernaast. Schaakvereniging Degoschalm – dit seizoen samen met Revanche uit Wervershoof – is vaak actief in een zaaltje links naast de ingang, maar daar is nu een bijeenkomst van fruittelers. Bij de deur staat op een bord ‘Schaken in SP (buitenom)’. Voor de clubschakers en de WFK-deelnemers is ruimte gereserveerd bij de Seniores Priores.

Seniores Priores? We halen de website van de sympathieke ouderenvereniging erbij. ,,Oprichter Jos Veldhuis merkte dat Westwoudse ouderen verhuisden naar een naburig dorp door het ontbreken van voorzieningen in eigen dorp, terwijl ze liever in Westwoud waren gebleven. Door enkele voorzieningen terug te brengen (een winkel, een bus) en door in te zetten op de al aanwezige saamhorigheid in Westwoud, meende Jos Veldhuis de ouderen in Westwoud te kunnen houden.’’

Die saamhorigheid wordt vertaald in ‘onderlinge dienstverlening’. Vrijwilligers helpen bij klusjes in huis en in de tuin. Ze runnen ook ’t Winkeltje en ’t Seniorencentrum, beide ondergebracht in een aanbouw dat op 4 februari 2005 werd geopend. En hier heeft veertien jaar en acht dagen later de tweede ronde van het Westfries schaakkampioenschap plaats.

Het is er gezellig druk. Veertien leden van Degoschalm en Revanche spelen partijen voor de clubcompetitie. Veel bekende gezichten. De avond ervoor hebben Henk Duyverman en Nico Reus Degoschalm/Revanche vertegenwoordigd tijdens het Westfriesland Cup-toernooi en met een score van vier uit vier vormden ze het succesvolste duo. Ditmaal zitten ze tegenover elkaar en allebei blijven ze ongeslagen deze week: remise.

Renate Spruit, de enige vrouw in het gezelschap, treft een oud-deelnemer aan het Westfries kampioenschap: Carlo Oud. Op de eerste avond van het Westfriesland Cup-toernooi, waarbij alleen een verenigingsklassement wordt opgemaakt, heeft Renate een punt behaald voor haar club en maandag maakte ze met Erik Piet, George Tadrous en Frans Kool deel uit van het viertal dat de uitwedstrijd tegen Aris de Heer (Middenbeemster) met 3-1 won. De Degoschalm/Revanche-speelster hield Herman Zwaneveld op remise. Tegen Carlo lukt dat niet. Hij verovert in het eindspel een pion en legt daarmee de basis voor zijn overwinning.

De zestien WFK-spelers zitten in een gedeelte dat als bibliotheek kan worden bestempeld. Op de planken aan de lange muur staan een kleine driehonderd boeken. Daar zitten geen schaakboeken tussen, maar met enige fantasie kunnen enkele titels wel op het schaken slaan. We zien ‘Onaantastbaar’ (Karin Slaughter), ‘Schemerspel’ (Arnaldur Indriðason) en ‘De vuurtoren’ (P.D. James) prominent aanwezig, al zal dat laatste wel niet over de Hoornse donderdagmiddagschaakvereniging gaan.

Er is een klein nadeel aan de verhuizing: het verkrijgen van bier en frisdrank. De versnaperingen moeten bij de bar worden gehaald. Caïssa-Eenhoorn-speler Robbert van Dijkhuizen neemt het op tegen Lukas Boots (Aartswoud) en halverwege de avond gaat hij buitenom en keert met een glas pils en een cola terug. ,,We kunnen zeker bij jou bestellen?’’ zegt clubgenoot Roy Kerkhoven die vlakbij hun tafel staat, als Robbert na een minuut of vijf terugkomt.

Peter Poncin – ook van Caïssa-Eenhoorn, maar bondsspeler bij de Alternatieve Aalsmeerse Schaakvereniging – woont sinds 2017 in Hoorn en is afkomstig uit de Haarlemse regio. Hij is niet bekend met het woord ‘schalm’ en vraagt het aan het begin van de avond op de parkeerplaats aan enkele mensen die De Schalm hebben verlaten. Ook zij weten het niet. Lukas Boots, dus niet alleen een goed schaker, geeft binnen het antwoord. Een schalm is een (vaak langwerpige) ring en een flink aantal schalmen aan elkaar vormen een ketting.

Een kleine halve eeuw geleden liepen daar enkele schaakliefhebbers rond die een vereniging oprichtten. De naam was snel gevonden: De Schalmloper. In 1998 volgde een fusie met Degona (DEnk GOed NA) uit Venhuizen en gingen beide clubs als Degoschalm verder. De samenwerking met Revanche uit Wervershoof heeft ervoor gezorgd dat er een interessante clubcompetitie wordt gespeeld.

We hadden het in het begin van dit verslag over seniores priores en die zijn er in de schaakwereld ook. Daarom geven we ditmaal prioriteit aan onze eigen oud-gedienden. Want, toeval of geen toeval, wie gaan er rond middernacht met de maximale score aan de leiding: Tom Balla, Marc Helder en Peter Poncin. De seniores priores van het WFK.

 

Marc Helder (2076) – Kevin Smit (1949) 1-0

Marc Helder en Kevin Smit krijgen waar voor hun geld. Hun partij eindigt op de 86e zet. De laatste keer dat spelers meer dan tachtig zetten in actie kwamen, was in 2016 (ook in de tweede ronde). Ronald Ritsema versloeg toen Fred Avis in 82 zetten. Het record is overigens in handen van Piet Reus en Peter Holscher die twee jaar eerder 96 zetten speelden in een remisepartij.

In het Koningsgambiet verovert wit op de negende zet zijn geofferde pion terug. Zijn voordeel ebt wat weg, als de sterke e-pion wordt geruild tegen de f-pion en Marc komt zelfs iets minder te staan met een isolani op e4 (gekomen van g2). Hij verliest die ook, maar Kevin opent de e-lijn en biedt zijn opponent de gelegenheid om via een torenschaak het materiële evenwicht te herstellen.

Dan breekt er een lange fase van manoeuvreren aan. In een toreneindspel heeft de Aartswoud-routinier de loper en zwart het paard. Het klassieke dilemma zijn de ver van elkaar verwijderde pionnen die voor de speler met het paard moeilijker aan te vallen zijn. Marc, sterk in dit soort eindspelen, geeft na torenruil zijn koning een actieve rol. De Hoogkarspeler mist de kans om de h-pion te veroveren op het moment dat wit op zijn a7-pion aast. Kevin moet nu opboksen tegen een pionnenminderheid op de damevleugel. Daar wordt alles opgeruimd en hij hoopt nog even op zijn koning alleen die het hoekveld met de verkeerde kleur kan bereiken. Dat staat de witspeler niet toe en dan is de beslissing gevallen.

 

 

Piet Reus (1849) – Tom Balla (1990) 0-1

De eerste avond is voor Jaap Gorter vervelend verlopen. Met een ernstige blessure (gebroken knieschijf) valt hij uit en clubgenoot Piet Reus stelt zich beschikbaar om Jaaps plaats in te nemen. Een mooi gebaar en een uitstekende oplossing, omdat het deelnemersveld zo op een even aantal blijft.

Piet treft het niet met Tom Balla als eerste opponent. Toch komt hij prima uit de Versnelde Draak. Het kritieke punt is de vijftiende zet. Bij een loperruil op e5 geeft zwart schaak. De beste voortzetting is om dat met een damezet op te lossen, maar de Schaaklust-speler doet het met een loperzet. Prompt ontstaat er een probleem op de damevleugel, waar de b2-pion kwetsbaar is en ook het paard op c3. Tom wint de pion en pakt – na een flinke afruil – het eindspel met toren en paard voor beiden uitstekend aan. De lichte stukken worden in de stal gezet, de zwarte koning komt erbij en ondersteunt de opmars van de vrije e-pion die tenslotte alleen door het geven van een toren is af te stoppen. En dat staat voor wit gelijk aan verlies.

 

 

Peter Poncin (1963) – Toine Molenaar (1778) 1-0

Peter Poncin heeft een veelzijdig openingsrepertoire. Gezien zijn optreden op het Kattenburger Open van de Amsterdamse schaakvereniging De Raadsheer (met drie uit drie een van de koplopers; de slotronde is op 19 mei) is hij in vorm. Met andere woorden: de Caïssa-Eenhoorn-routinier is favoriet in zijn partij tegen Toine Molenaar.

In een Engelse partij biedt zwart lange tijd prima tegenstand. Er komt wat kentering in de strijd, als de witspeler zijn positie in het centrum keurig opbouwt en de paarden naar belangrijke velden laat springen. Het wordt een ruil van lichte stukken, waarna Peter het loperpaar overhoudt en zijn opponent de paarden.

Na het slaan van de voorste dubbelpion – op b6 – heeft wit een pionnenmeerderheid op de damevleugel. Toine zoekt zijn heil dan ook op de andere flank, waar zijn dame op de open f-lijn goed staat en de lichte stukken als solide voorposten dienst doen. De druk valt na dameruil weg, maar wit verspeelt zijn c-pion en opeens ziet de stelling (met een Hoornse loper contra een zwart paard) er remise-achtig uit. In tijdnood raakt de Aartswoud-speler echter zijn laatste stuk kwijt; opgejaagd door een pion op h4. En dan is het ineens uit.

 

 

Fred Avis (1917) – Aris Ruijter (1649) ½-½

Heeft Fred Avis zijn zinnen gezet op het spektakelklassement? Na zijn enerverende partij tegen clubgenoot Roy Kerkhoven zindert het ook tegen Aris Ruijter, voorlopig de revelatie van dit Westfries kampioenschap. Er gebeurt van alles op het bord, maar de Attaqueerder – die na jaren stilstand in september 2018 zijn rentree heeft gemaakt – ziet veel. Er wordt over en weer geofferd en met de remise krijgen beiden een passende beloning, want een verliezer verdient de strijd niet.

In het Geweigerd Damegambiet doen de twee aanvankelijk niet voor elkaar onder. Rond de twintigste zet bereidt wit zijn eerste verrassingsactie voor. De dame en twee lichte stukken zijn gericht op zwarts pion op h6. Nauwelijks heeft Fred een stuk voor twee pionnen geofferd of zijn opponent doet een paard in de aanbieding. Daar komt nog een loper op h2 bij. De oud-voorzitter van Caïssa-Eenhoorn verwacht evenwel een aanval op de open h-lijn en gaat daar niet op in. Vervolgens geeft hij zijn dame en dat doet Aris ook. Voor de goede orde: hier zijn geen prutsers bezig, want Fritz beveelt veel van de gespeelde zetten aan.

De amusementswaarde blijft hoog. Er wordt veel geruild en in het eindspel staat Fred een stuk achter. Zwart verspeelt die echter in tijdnood en dan resteert een remisestelling.

 

 

Robin Duson (1990) – Roy Kerkhoven (1984) 1-0

In de clubcompetitie van Caïssa-Eenhoorn heeft Robin Duson de afgelopen twee seizoenen tweemaal met wit tegen Roy Kerkhoven gespeeld. De tussenstand is 1-1, maar in de tweede ronde van de Westfriese titelstrijd neemt de 16-jarige Hoornse een voorsprong.

Hier is sprake van een kampioenenduel. De Nederlands jeugdkampioene tegen de clubkampioen van Caïssa-Eenhoorn. Tussen beider ratings zit weinig verschil en dat is in de partij terug te zien. Het duurt even voor zwart zijn ontwikkeling heeft voltooid. Na de rokade en een ruil van alle torens stuurt Robin haar pionnen op de koningsvleugel naar voren. De spanning neemt toe en op een elegante wijze betrekt de witspeelster haar dame in de strijd.

Dan verslikt Roy zich. Zijn doelwit is een achtergebleven pion op d3 die hij met het logische 27. … Dc3 aanvalt. Zwart geeft echter de achtste rij prijs en zijn opponente slaat meteen toe. Het is het begin van een bijzondere finish. De ‘roi’ van Roy staat op g8, als Robin haar tweede damezet in het eindspel (28. Dd8+) uitvoert. Zes zetten later wordt de zwarte vorst – op g3 – matgezet door de dame op h2.

 

 

Robbert van Dijkhuizen (1843) – Lukas Boots (1779) ½-½

Twee jaar geleden legde Lukas Boots beslag op de gedeelde vijfde plaats; nog steeds zijn beste eindklassering op het WFK. Robbert van Dijkhuizen maakte toen zijn debuut en werd in de derde ronde een van de slachtoffers van de Wognumse dadendrang. Als vice-kampioen heeft hij nog een appeltje te schillen met Lukas en dat lijkt te gaan lukken, maar uiteindelijk dankt de Aartswoud-speler aan zijn behendigheid in het eindspel dat het remise wordt.

Aan het Geweigerd Damegambiet houdt zwart een isolani op d5 over. Daar richt Robbert zich op. Er wordt in vlot tempo geruild en dat levert Lukas en passant een dubbelpion op de f-lijn op. Hij biedt taai verzet, maar kan toch niet voorkomen dat het gevecht om de d-pion verloren gaat. Met leep spel krijgt zwart compensatie. Lukas raakt de kwaliteit achter, maar zorgt wel voor een pionnenmeerderheid op de damevleugel.

In een dame-eindspel met een witte toren tegen een goed opgestelde zwarte loper ontstaat voor de Caïssa-Eenhoorn-speler één mogelijkheid om aan meer dan een half punt te denken: 31. h4. Daarmee wordt de activiteit van Lukas’ dame beperkt. Met 31. Dd4 heeft wit wel een dreigende aanval, maar zijn opponent kan nog net ontsnappen. Na dameruil is de stelling voor de oud-clubkampioen van De Pionier solide (loper met vijf pionnen contra Hoornse toren met drie pionnen, eindigend met drie om twee pionnen en de beide stukken) om zijn remisekansen te behouden.

 

 

Axel Zee (1595) – Emil Zaal (1830) 0-1

Axel Zee heeft een flinke sprong gemaakt op de ratinglijst. Hij is aan een prima bondsseizoen bezig – met 3½ uit vier ongeslagen in De Groene Zes/Schaaklust 2 en zijn debuut in het eerste leverde een goede overwinning op de sterkere Ron Vlugt op; het duel tegen Aartswoud 2 werd met het kleinst mogelijke verschil gewonnen – en draait bovenin mee in de clubcompetitie van de Bovenkarspelse vereniging. Emil Zaal heeft zijn handen vol aan de WFK-debutant, maar wint (na een lange zit) wel.

In een gelijkwaardige stelling vanuit een Siciliaan speelt wit zijn e-pion op, maar die is niet te behouden omdat het paard op f3 (een verdediger) in de penning staat. Emil heeft in het verdere verloop ruim veertig zetten nodig om het voordeeltje te verzilveren in partijwinst. Zwart wil de stelling vereenvoudigen door onder meer dameruil en daar gaat zijn opponent niet op in. Wel verdwijnen alle torens van het bord en houden beiden naast het zwaarste stuk een loper (Axel) en een paard over alsmede zes om zeven pionnen.

De witspeler zoekt naar aanvalskansen. Die zijn er niet en na een ruil van de lichte stukken komt de Attaqueerder dichter bij zijn doel. Tijdens een langdurige manoeuvreerperiode moet Axel eigenlijk alleen damezetten doen. Als hij 48. g3 speelt, ontstaan er enkele zwakke plekken in zijn verdediging. Wit raakt een tweede pion achter en dan weet Emil dat de zege hem niet kan ontglippen.

 

 

Rik Slaman (1838) – Rik van Ingen (1745) 1-0

Het getal 7 hoort geluk te brengen, maar de zevende deelname van Rik van Ingen aan het Westfries kampioenschap brengt tot nog toe pech. In de eerste ronde – ook met zwart – heeft hij een goede stelling niet kunnen behouden en tegen Rik Slaman geeft hij een loper weg. Dat is in een eindspel een dure misser.

De Aartswoud-speler verliest overigens zelden in zijn eerste partij (vijf remises) en puntloos zijn na twee ronden is voor hem een nieuwe ervaring. Hij zadelt Rik Slaman met een dubbelpion op de e-lijn op. Lange tijd kijkt Rik van Ingen tegen een goede stelling aan en op de 24e zet levert hem dat pionwinst op. Drie zetten later gaat het fout. Zwart is te voorzichtig en voert een verdedigingszet uit, als zijn dame wordt aangevallen. Met … Dg5 zou hij de druk op de koningsstelling hebben vergroot. Als Rik Slaman zijn dame op de open d-lijn posteert en zijn opponent alert moet zijn op mat achter de paaltjes, maakt de zwartspeler een gaatje. Maar het plan van de Torenhoog-deelnemer is anders. Met de volgende damezet valt hij twee onverdedigde stukken aan. Loperverlies levert de minste schade op. Wit heeft voldoende kwaliteit en ervaring in huis om de winst veilig te stellen.

Copyright © 2010 Westfries Schaakkampioenschap | Website realisatie: BeNancy Media