Schaken en supporters

Posted by Co Buysman on 27 maart 2017 in Verslag |

Aan een van de muren in de schaakzaal van Het Nieuwe Bonte Paard hangt een mooie spreuk.
Hier,
waar we leven,
lachen en spelen.
Waar we vrienden omhelzen.
Waar we dansen en zingen,
liefhebben en soms ruzie maken.
Waar we huilen en troosten,
waar we veilig zijn en warmte vinden.
Hier
is thuis.

Veertien schakers voelen zich thuis bij De Pionier. De schaakclub uit Abbekerk is gastheer voor de zesde en voorlaatste ronde van het Westfries kampioenschap. Er wordt geleefd, er wordt gelachen (met name door de winnaars), er wordt gespeeld (door iedereen). Of er omhelzingen zijn geweest, weet ik niet, maar in ieder geval zijn er wel vriendelijke begroetingen.
Want we trekken publiek. Zo is daar Jeroen, met dochter Minoesch en zoon Ramon. Jeroen is een trouw fan van Sido Quarré die het deze avond opneemt tegen Robbert van Dijkhuizen. Aan supporterssteun geen gebrek, maar de KTV-debutant treft het niet dat zijn opponent in vorm is en supergemotiveerd. Na een maand zonder zege wil Robbert weer de smaak van de overwinning proeven.
We verwelkomen Adrie, de vader van Toine Molenaar. Hij wordt vergezeld door dochter Suzanne en hun aanwezigheid werkt wel, want het 20-jarige talent van schaakclub Aartswoud zorgt voor een knappe prestatie door oud-Westfries kampioen Jaap Gorter te verslaan. Misschien heeft hij ook mentale steun gekregen van Jessica Stratmann, Jouke van Groningen, Theo Laan, Dale Neijzing, Gerco Stapel en Arnold Velthuis die hun partijen voor de clubcompetitie van De Pionier spelen en supporters op korte afstand zijn. Toine is immers bij de Abbekerkse vereniging als schaker opgegegroeid.
Wilko van der Gracht is eveneens een zeer geïnteresseerd toeschouwer. Hij is voormalig speler van Caïssa en van HSV De Eenhoorn en alweer jaren actief voor Aartswoud. De ervaren schaker uit Sijbekarspel volgt veel clubgenoten en oud-clubgenoten en enkele oud-tegenstanders.
Schaaktoeschouwer zijn heeft wel wat. Ik heb het zelf enkele maanden geleden meegemaakt, toen Caïssa-Eenhoorn 4 een belangrijke wedstrijd in Andijk had. Met clubgenoot Arend Stapel reed ik mee naar dorpshuis Centrum om daar de topper tegen Schaaklust bij te wonen. In een volle speelzaal stond toevallig een tafel met een schaakbord zonder spelers en gedurende het eerste deel van de avond wisselden Arend en ik ons rondje langs de velden af met enkele rapidpotjes. Daar hadden we tijdens het tweede deel van de avond geen tijd voor, want het zinderde overal. Je kwam ogen te kort om de nog aan de gang zijnde partijen te volgen.
Voor supporterende Hoornse schakers is 31 maart 2014 een datum om nooit te vergeten. De gezamenlijke slotronde van de acht ploegen in de eerste klasse A heeft plaats in De Jansheeren in Heemskerk. Door een nederlaag in de tweede ronde staat Caïssa-Eenhoorn 3 lange tijd tweede op de ranglijst en speelt in de laatste bondswedstrijd tegen koploper Bergen en moet winnen. De WFK-deelnemers Robbert van Dijkhuizen en Peter Holscher alsmede Arend Stapel en ik vormen de supportersschare die een onvergetelijke dinsdagavond meemaken. Bij een 3½-½ voorsprong wordt het toch nog spannend. Erik van Tooren slaat een remise-aanbod af en verliest, oud-Westfries kampioen Ton Wessels ook. Fred Avis en Piet van Aardenburg, nog twee WFK-spelers dit seizoen, hebben goede stellingen door stukverlies zien verkleuren naar grauw. De wederopstanding komt op het achtste bord, waar Piet met een geweldig eindspel alsnog het ontbrekende punt in de wacht sleept. Caïssa-Eenhoorn 3 wordt de eerste kampioensploeg van de fusieclub. Als de speelzaal leeg is, lopen Hoornse toeschouwers en spelers de polonaise en adopteert een van hen een fraaie bloemenvaas – met grote oren, vergelijkbaar met de Europacup – als hoofdprijs. Maar schaaksupporters zijn niet te vergelijken met de duizenden voetbalhooligans bij wie het gebrek aan gezond verstand evenredig is aan de enorme vernielingen die zij aanrichten. In De Jansheeren wordt alles in de oorspronkelijke staat teruggezet en op een plezierige manier afscheid genomen van gastheer Excelsior.
Het is altijd leuk als je een schaakpartij speelt en er komt publiek bij. Bij De Pionier is daar geen gebrek aan. Een aardig detail is dat de langste partij van de avond door de clubkampioen wordt gespeeld. Lukas Boots treft het tegen een geconcentreerde Jasper Seelemeijer niet. Door de nederlaag valt hij terug naar de grote middenmoot. Het enige applaus valt oud-Pionier-talent Toine Molenaar ten deel. Arnold Velthuis schat de prestatie van zijn voormalig clubgenoot op de juiste wijze in.
Hier,
waar we leven,
lachen en spelen.
Waar we vrienden omhelzen.
Waar we dansen en zingen,
liefhebben en soms ruzie maken.
Waar we huilen en troosten,
waar we veilig zijn en warmte vinden.
Hier
is thuis.
Hier, in de hoek van de speelzaal, blijft één schaakbord leeg. Titelverdediger Ronald Ritsema ontbreekt deze avond. Hij is plotseling in het veilige en warme Westfriesgasthuis opgenomen. De Westfriese spelers en organisatie hopen op een goed herstel.

Peter Holscher (1913) – Piet Aardenburg (1795) 1-0
Peter Holscher begint tegen een Piet Aardenburg die zijn laatste vier partijen van ‘het Westfries’ niet heeft verloren. De zwartspeler mist echter de vorm van vorig seizoen, hoewel hij aanvankelijk aardig tegengas geeft aan de titelkandidaat.
Met een actieve opstelling dwingt de routinier van Aartswoud en Caïssa-Eenhoorn zijn opponent tot verdedigen. De damevleugel is min of meer geblokkeerd door pionnen op de a- en b-lijn die tegenover elkaar staan. Zwart heeft veel stukken op de achtste rij die niet goed kunnen samenwerken. Bij Peter is dat anders, zo blijkt na een doorstoot in het centrum. Hij wint een loper op e6 en Piet kan vanwege de positie van zijn koning (op dezelfde diagonaal als de witte dame) niet terugnemen. Bovendien beschikt wit over een ijzersterke loper op b2 en dan weet de zwartspeler dat aan een keurige reeks van drie uit vier een einde komt.

Fred Avis (1842) – Jan Stapel (1799) 1-0
Voor Fred Avis is het een drukke week. Net als opponent Jan Stapel speelt hij op woensdagmiddag in de hoogste groep van het lenteveteranenkampioenschap van de Noordhollandse Schaakbond. Er is nog een clubpartij op dinsdagavond en de laatste bondswedstrijd van Caïssa-Eenhoorn 3 is op de vrijdagavond na deze Westfriese ronde.
Zijn totaalscore wordt één uit vier, dankzij het succes in Het Nieuwe Bonte Paard. Mede door die uitslag is het stuivertje wisselen in de grote middengroep.
Wit bedient zich weer van de Trompowsky-aanval, maar in het middenspel ligt het initiatief toch bij Jan. Dat verandert, als hij te snel … e5 speelt. Zijn opponent neemt het initiatief over en brengt alles in stelling voor een aanval op de koningsvleugel.
Als Fred de zwarte pionnenstructuur daar aantast, komen er barstjes in de Lambertschaagse verdediging. De open g-lijn is een mooi terrein voor de beide witte torens en met een schijnactie (31. Tg7) wint wit een stuk. Het doel is niet de zevende rij, maar een paard op f6. Na dameruil heeft Jan geen serieus tegenspel meer.

Jasper Seelemeijer (1837) – Lukas Boots (1762) 1-0
Na eerdere winstpartijen met zwart (in 2012 en in 2014) verslaat Jasper Seelemeijer ook met de witte stukken Lukas Boots die met een mooie serie van vier uit drie naar de subtop is geklommen en nu wat plaatsen prijsgeeft.
Nog net in de opening komt de witspeler een pion voor, omdat zijn opponent een pion op e5 verkeerd terugneemt. Jasper moet nog wel zijn ontwikkeling voltooien en dat biedt zwart de gelegenheid enkele aanvallende zetten te doen. De stelling wordt vereenvoudigd en het plusje wordt een plus.
De extra pion is een vrijpion op de d-lijn die probleemloos de zevende rij haalt. En dan is het voor Lukas alle hens aan dek. Hij heeft een passief loperpaar, terwijl bij zijn Aartswoud-clubgenoot alle stukken meedoen. Wit wint de kwaliteit, waarna de zwartspeler sportief Jasper de mataanval laat afronden.

Toine Molenaar (1676) – Jaap Gorter (1894) 1-0
Het lijkt erop dat Toine Molenaar zich thuis voelt in het Westfries kampioenschap. De schuchterheid is eraf en met drie winstpartijen uit de laatste vier ronden wordt de 20-jarige Aartswoud-speler iemand om rekening mee te houden. Oud-kampioen Jaap Gorter moet dat ervaren.
Wit is niet langer geïmponeerd door een opponent met een hogere rating en hij bouwt zijn stelling goed op. De ervaren schaker uit Andijk raakt opgezadeld met een achtergebleven pion op e6. Wel kost het enige moeite om die te incasseren. Zwart op zijn beurt verovert de a2-pion en zo blijft het materiële evenwicht gehandhaafd.
Met een sterke paardsprong (29. Pg6) dreigt wit het een en ander: een schaakvork op e7, maar ook een vork op e5. Toch kan de zwartspeler de problemen redelijk oplossen en uiteindelijk bedraagt de schade op korte termijn slechts één pion. Op langere termijn is die groter, want Jaap kijkt nu tegen twee isolani’s aan. Vlot verovert de jonge Aartswoud’er ze beiden, maar hij weet ook dat de Schaaklust-speler heel handig is. Toine blijft secuur en werkt na een afruil toe naar een eindspel met een eigen actieve loper en een paard voor zwart dat echter niet in staat zal zijn om drie vrijpionnen tegen te houden. Daarop feliciteert Jaap de WFK-debutant.

Sido Quarré (1649) – Robbert van Dijkhuizen (1835) 0-1
Met een kleine ongeslagen serie (twee remises, eenmaal winst) is Robbert van Dijkhuizen na zes ronden op een score van vijftig procent gekomen. Mede-debutant Sido Quarré wacht nog op zijn eerste winstpartij. Tegen de jonge Hoornaar krijgt hij daar geen kans op.
Nadat zwart kort heeft gerokeerd, kiest de KTV-speler voor de lange variant en hij lijkt na zo’n vijftien zetten bepaald geen slechte stelling te hebben. Zwart heeft bijvoorbeeld twee geïsoleerde pionnen en twee stukken die nog op de beginvelden staan. Met 17. a3 voorkomt Sido een paardmanoeuvre op de damevleugel, maar die wordt nu op de andere flank uitgevoerd en kost hem een pion en daarna de kwaliteit.
Robbert geeft een centrumpion voor een mataanval en dat doorziet zijn opponent. De pressie via de open d-lijn, in combinatie met een sterke witveldige loper, blijft evenwel groot. Na een afruil komen beiden in een dame-eindspel met een Hoornse toren en een Enkhuizer paard. Wit houdt prima spel en heeft de buit binnen, als hij het lichte stuk verovert.

Jeroen Graaf (1726) – Piet Reus (1812) ½-½
Anderhalve maand geleden zaten ze in de bondswedstrijd De Groene Zes/Schaaklust – KTV 2 bijna tegenover elkaar. Jeroen Graaf speelde namens de gastploeg aan het eerste bord tegen Jaap Gorter, Piet Reus namens de Bovenkarspels/Andijker combinatie aan het tweede bord tegen Nurko Agovic. Beide Schaaklust-spelers zegevierden en droegen een flinke steen bij aan de 4½-3½ overwinning. De remise van wit in deze zesde WFK-ronde mag daarom een halve revanche worden genoemd.
En daar is niets van gestolen. In een Franse partij blijft de stelling tot in het vroege middenspel synchroon. De zwartveldige lopers worden geruild alsmede alle torens en dan heeft de KTV’er de partij goed onder controle. Er is een open e-lijn die er niet meer toe doet. De lichte stukken (paard en loper voor wit, twee paarden voor zwart) houden de koningsvleugel gesloten voor vijandelijke activiteiten en met alle pionnen tegenover elkaar zit er op de andere flank ook geen vooruitgang in. Een remise-akkoord wordt snel bereikt.

Eugène Koomen (1430) – Rob Bijpost (1786) ½-½
In partijen zonder rokades zit vaak veel spanning. Bij Eugène Koomen – Rob Bijpost is dat niet anders. Een Siciliaan krijgt Franse eigenschappen, als beiden in het vroege middenspel scherp spelen en wit door dameruil wordt geforceerd om een koningszet te doen. De zwartspeler kan kort rokeren, maar kiest ook voor een koningszet naar de d-lijn en dat kost hem door een penning een pion.
Ondertussen is veel materiaal geruild en zijn alleen de vier torens overgebleven. Die van de Grootebroekse debutant staan op de open b-lijn en zijn sterker dan de twee van zwart, geposteerd op de achtste rij. Na een torenruil worden enkele pionnen gesnoept. Wit mag nog steeds denken aan zijn eerste winstpartij op dit Westfries kampioenschap. Maar Rob, met een jarenlange schaakervaring in zijn bagage, verzet zich met hand en tand. Uiteindelijk blijft er in een theoretisch toreneindspel één pion over, de voorsprong van Eugène. Als zwart torenruil kan bewerkstelligen, wordt meteen duidelijk dat ook die laatste pion zal sneuvelen.

Copyright © 2010 Westfries Schaakkampioenschap | Website realisatie: BeNancy Media