Mooie voorstellingen bij een dorpsclub

Posted by Co Buysman on 7 maart 2018 in Verslag |

Een dag na de vierde ronde van het Westfries kampioenschap heeft de regionale sportpagina in het Dagblad voor West-Friesland een verhaal met als kop ‘Schaakclubs slaan handen ineen’. Bestuursleden van acht verenigingen (Aartswoud, Caïssa-Eenhoorn, Degoschalm, De Groene Zes, KTV, De Pionier, Schaaklust en Torenhoog) hebben onlangs een eerste brainstormsessie gehad over de toekomst van het schaken in de regio. Vooral in de dorpen gaat het niet goed en door samenwerking hopen ze het tij te keren.

En voor die vierde ronde zijn we te gast bij een dorpsclub: Degoschalm. In het sfeervolle dorpshuis De Schalm in Westwoud is ditmaal de speelzaal van Degoschalm volledig gereserveerd voor de veertien WFK-deelnemers. Zelf zoeken de leden de bar op, waar in het voorcafé een tiental biljarters op twee tafels hun partijen spelen en waar achterin – dicht bij de bar – een lange tafel is gemaakt om te gaan snelschaken. Muziek erbij, bestellingen halen op loopafstand, een praatje maken mag. Het is dezelfde sfeer als tijdens de rapidavonden in De Kreek, waar Caïssa-Eenhoorn ook de barruimte opzoekt voor de snellere variant van de schaaksport.
Een tiental spelers van Degoschalm doen mee en gaan regelmatig naar hun speelzaal om de verrichtingen op de Westfriese borden te volgen. Als je daar binnenkomt, zie je meteen rechts aan de muur een bord met de tekst ‘Vandaag voorstelling’ en dat klopt zeker. Vooral Robin Duson en Marc Helder maken er een prachtige voorstelling van, maar in alle andere partijen gebeurt eveneens veel. Aan het einde van de avond feliciteren we zeven winnaars en troosten we zeven verliezers; voor de tweede keer dit kampioenschap. Er zijn nu 28 partijen gespeeld en slechts zes zijn in remise geëindigd.
Het Westfries kampioenschap heeft een metamorfose ondergaan. Vier clubs meldden zeven jonge spelers aan (in alfabetische en niet in ratingvolgorde: Robin Duson, Robbert van Dijkhuizen, Rowan Louter, Nick Manshanden, Toine Molenaar, Kevin Smit en Emil Zaal) en in de eerste helft van het evenement maken zij de dienst uit. Ze staan bijna allemaal in de bovenste helft van de ranglijst. De meeste partijen zijn de moeite van het volgen waard en er gebeurt veel op de borden.
Zo’n metamorfose heeft ook het schaakleven in Westfriesland nodig. Misschien is het Westfries kampioenschap wel de eerste zet op weg naar vernieuwing. Het schaakbeeld bij veel mensen is dat van ouderen die urenlang met hun hoofden boven de stukken hangen. Daar is de afgelopen weken in Andijk, Abbekerk, Hoogwoud en nu Westwoud niets van gebleken.
Maar de regionale schaaksport heeft jong én oud nodig. Er is in de recente jaren veel onderzoek gedaan naar de invloed van het schaken op het leven. Bekend is dat schakende kinderen beter presteren op de basisscholen en dat ze minder primair gedrag vertonen. Bovendien wordt het zoeken naar oplossingen gestimuleerd. Daarnaast is aangetoond dat schaken het dementieproces aanzienlijk vertraagt en dat het helpt tegen eenzaamheid. Ook is de schaaksport zeer toegankelijk voor mensen met een lichamelijke beperking. Allemaal belangrijke punten om jeugd, senioren en ouderen ertoe te bewegen minstens eenmaal per week zich met schaken bezig te houden.
Waar moeten we in de Westfriese dorpen naar toe gaan? Kunnen er geen vriendengroepjes worden gevormd: vier jongens, vier meisjes, vier familieleden, vier buren, vier collega’s, vier gepensioneerden. Ze krijgen eerst schaakles en gaan daarna meedraaien op de clubavonden van de dorpsverenigingen. Caïssa-Eenhoorn heeft aangeboden om de jeugd op te vangen (op vrijdagavond) en na het volgen van de stappenmethode kunnen de kinderen in hun eigen dorp bij de schaakclub terecht. Er zal natuurlijk ook een leuk jaarprogramma moeten worden bedacht en tijdens het brainstormen noemden de Westfriese bestuursleden al het idee van een Westfriese Schaakdag.
Tijdens de vierde ronde zag ik een filmpje over Sjors Broersen – als schaaktalent opgegroeid in Westwoud en speler van Caïssa-Eenhoorn 2 – die in Londen onlangs met vrienden de voetbalwedstrijd Arsenal – Everton had bezocht. Op een markt in de Engelse hoofdstad stond een tafel met een stuk of zes schaakborden en op een ervan wilde een man (die deed denken aan een Russische grootmeester van vele jaren geleden) snelschaken tegen passanten. Eén minuut bedenktijd. Sjors ging op de uitnodiging in en versloeg de onbekende grootheid. ,,Mijn eerste verliespartij in zeven jaar’’, was zijn eerste reactie, maar hij omhelsde de Westfriese topper sportief en feliciteerde hem.
Schaken op de markt (één keer in de maand, steeds op een andere Westfriese locatie), hardloopschaak op het schoolplein, bedeesd schaak bij een verzorgingshuis. Zo maar enkele ideeën. Over enkele maanden kunnen we in ieder geval met grote stukken buiten schaken, in de binnentuin van de bibliotheek in de Hoornse binnenstad.

Marc Helder (2029) – Robin Duson (1863) 0-1
Marc Helder en Robin Duson hadden op de dag van de vierde ronde de krant gehaald. ‘Helder en Duson excelleren’ luidde de kop in het maandagse sportkatern van het Dagblad voor West-Friesland. Beide WFK-spelers waren afgelopen weekend op het Tapijtgigant/ASK-toernooi in Alkmaar in de veertig man tellende hoogste groep hoog geëindigd. In het gezelschap van een Belgische grootmeester, enkele FIDE-meesters en een flink aantal Noord-Hollandse toppers werd Marc met vier punten gedeeld vijfde en Robin (die de ratingprijs won) met een halfje minder gedeeld negende.
Robin neemt haar Alkmaarse vorm mee naar Westwoud. Er komt iets van een eigen variant (Marc speelt 2. g3) van het Siciliaans op het bord. Na twaalf zetten hebben de twee kort gerokeerd, mist de zwartspeelster haar g-pion en staat de witte g-pion op de vijfde rij. Op de koningsvleugel lijkt een Aartswoudse aanval in de lucht te hangen, maar zo ver komt het niet. Robin speelt totaalschaak. Haar koning staat veilig, ze controleert het centrum en slaat toe op de damevleugel. Het begint met pionwinst op c3 en eindigt met stukwinst. In een open stelling is van alles mogelijk. Na een forse afruil zijn de beste papieren voor het Caïssa-Eenhoorn-talent dat haar dame op het voor Marc vervelende veld a1 heeft geposteerd. Een loper staat in de penning, zijn dame wordt niet verdedigd dan heb je nog de koning op g1. De strijd op de eerste rij is kort en hevig. Robin kan toewerken naar een eindspel, waarin zij nog een paard heeft en de witspeler alleen enkele kwetsbare pionnen. Dat wacht hij niet af.

Kevin Smit (1922) – Nick Manshanden (1928) 0-1
De tweede topper van de vierde ronde gaat tussen Kevin en Nick die net als Marc en Robin de avond beginnen met 2½ punt. Het karakter van deze partij is heel anders. In een Geweigerd Damegambiet wordt lange tijd gemanoeuvreerd. Als er het een en ander is geruild, raakt zwart een pion achter. Nick heeft evenwel goed berekend dat hij met één damezet twee zwakke pionnen kan aanvallen. Het evenwicht wordt hersteld, maar na dameruil staat Kevin iets beter. De Hoogkarspelse WFK-debutant beschikt over een vrijpion op de d-lijn. Die schopt het tot de zesde rij en zijn opponent moet alle resterende stukken (koning, toren, paard) erbij halen om dat gevaar af te wenden. Als dat lukt, ontstaat een remise-achtig eindspel.
Voor wit gaat het na de laatste ruil – van de torens – mis. Beiden hebben twee pionnen op dezelfde lijnen. De koningen kunnen een vrijpion creëren: Nick in zeven zetten, Kevin (die aan zet is) in acht. Hij speelt in grote tijdnood echter 55. Kd4 in plaats van 55. Kb4 en staat meteen verloren.

Jaap Gorter (1885) – Toine Molenaar (1758) 0-1
Voor de 37e keer doet Jaap Gorter mee aan het Westfries kampioenschap, maar hij is geen wandelaar op de begaande paden. Tegen Toine Molenaar komt de Berlijnse Verdediging op het bord, onbekend terrein voor de Schaaklust-routinier. ,,Als ik het niet weet, zal hij het ook wel niet weten’’, zegt Jaap. ,,Het leuke is dat je nu alles zelf moet uitzoeken.’’
Hij heeft nog een appeltje te schillen met het talent van schaakclub Aartswoud dat vorig seizoen de oud-kampioen in de zesde ronde verraste. Door een vlotte dameruil haalt wit de rokademogelijkheid voor zijn opponent uit het spel. De ontwikkeling gaat gelijk op, hoewel Jaap gaandeweg over een aanvallender stelling beschikt.
Dat breekt hem eigenlijk op. Na een kleine dertig zetten is de hele tweede rij leeg, terwijl zwart vier pionnen op de zevende rij heeft. De Andijker koning staat daardoor enigszins open en bloot op g1 en na een afruil houdt Toine bovendien een actievere loper over. Beide hebben dan ook nog een toren. Er komen verzwakkingen in Jaaps stelling en daar profiteert de zwartspeler optimaal van. De pleisters om de boel heel te houden hebben geen grip. Eerst verliest wit een stuk en als hij ziet dat een vrijpion op d6 eveneens het veld zal moeten ruimen, staakt hij zijn verzet.

Eugène Koomen (1445) – Robbert van Dijkhuizen (1855) 0-1
Eugène Koomen en Robbert van Dijkhuizen trakteren het publiek op een Franse Siciliaan, waarin zwart al snel druk geeft op de damevleugel. Dat levert hem daar meteen pionwinst op, terwijl zijn opponent nauwkeurig moet spelen om overeind te blijven.
In zijn tweede WFK-jaar doet de Grootebroeker dat goed. Hij posteert de dame en een toren op de half open b-lijn, waardoor Robbert op zijn beurt alert moet zijn. De Caïssa-Eenhoorn-speler laat zijn dame van de dame- naar de koningsvleugel switchen en brengt via de open c-lijn zijn koningstoren – die lang inactief is geweest – in stelling. Met dreigingen van twee kanten worden de problemen voor Eugène groter. De samenwerking van de zwarte stukken is prima, maar wit is een taaie tegenstander en na een grote afruil ontstaat er een eindspel van een GZ-paard contra een Hoornse loper. Nog steeds heeft Robbert, op de damevleugel, een pion meer en daar wint hij uiteindelijk de partij mee. In de slotstelling is Eugènes koning overbelast. Het verdedigen van het laatste stuk en het tegenhouden van een vrijpion op de f-lijn gaan niet samen en hij feliciteert zijn opponent.

Rowan Louter (1648) – Fred Avis (1835) 1-0
Fred Avis is al vele jaren de speler van het spektakel en dat is tegen Rowan Louter niet anders. Met 16. h3 wil het Aartswoud-talent de witveldige loper van zijn opponent verjagen en op dergelijke momenten kijkt Fred vaak naar offermogelijkheden. Die zijn er. Hij geeft het lichte stuk voor de g- en h-pion van wit en dame, toren, loper en paard zijn direct inzetbaar voor een aanval op de koningsvleugel. Een mooie plus is ook dat de Hoornse routinier snel bezit neemt van de open d-lijn, waardoor ook de tot dan passieve toren op a8 meedoet.
Het duurt niet lang of Rowan moet zijn stuk voorsprong inleveren en staat dan een pion achter, omdat hij als compensatie een centrumpion kon veroveren. Zwart heeft een prima stelling, maar daar zit ook de dreiging van een mat achter de paaltjes in en een Wognumse loper op de diagonaal naar g7 staat is een dominant stuk. De Caïssa-Eenhoorn-speler sluit die niet af, waardoor Rowan zijn dame kan ruilen voor twee torens en meteen kansen voor een mataanval heeft. Die wordt enkele zetten later voltooid.

Wilko van der Gracht (2053) – Lukas Boots (1781) 1-0
Zes jaar geleden hebben Wilko van der Gracht en Lukas Boots voor het laatst als WFK-deelnemers tegenover elkaar gezeten. Het was toen de eerste keer dat onderlinge partijen van clubgenoten niet in de eerste ronde op het programma stonden. Als HSV De Eenhoorn-speler moest Wilko daardoor niet tegen Bas Dudink, maar tegen Lukas die zijn debuut maakte en na een spannende strijd verloor.
Anderhalve maand geleden zegevierde de Sijbekarspelse routinier in de clubcompetitie van Aartswoud opnieuw en in de speelzaal van Degoschalm gaat hij, weer met wit, op herhaling. Wilko speelt op de vijftiende zet h3 om Lukas’ loper te verjagen. In tegenstelling tot Fred Avis in de partij tegen Rowan Louter ruilt de Pionier-vertegenwoordiger op f3 en dat gebeurt in een fase dat zijn opponent beetje bij beetje de druk opvoert en Lukas een centrumpion verspeelt. Enkele zwarte stukken zijn passief, terwijl wit mooie diagonalen voor het loperpaar heeft en een aantrekkelijke open d-lijn voor een toren. Eerst wordt de zwarte verdediging aangetast en door de goede samenwerking van zijn stukken kan Wilko toewerken naar een eindspel met dames en alle torens plus voor hem een loper als extraatje. Met een aardige combinatie rondt hij de partij succesvol af.

Gerard Beerepoot (1627) – Emil Zaal (2000) 0-1
In sommige puzzelboekjes staan wel eens rekenraadsels. Zoiets als: Co lost 32 rekenraadsels op in een uur, zijn schaakvriend Jan doet er drie uur over. Als ze samen 32 rekenraadsels hebben opgelost, hoe lang zijn de twee daar dan mee bezig geweest?
Emil Zaal bedenkt op deze maandagavond een eigen variant. ,,Attaqueer gaat zijn score verdrievoudigen. Hoeveel punten heeft de ene speler voor het begin van de partij en hoeveel punten heeft zijn clubgenoot?’’
Emil neemt het met zwart op tegen Gerard Beerepoot. Beide Attaqueer-spelers staan in de onderste regionen en winst is noodzakelijk om aansluiting met de middenmoot te verkrijgen. In een Siciliaan gaat zwart beter het middenspel in, maar na de ruil van een licht stuk en een toren wint Gerard een pion en is de stelling gelijkwaardig.
Voor hem is de witveldige loper van groot belang. De Wognumse debutant verzuimt om het stuk op het bord te houden. Emil wil de kwaliteit offeren om een paard een beslissende rol te laten spelen. Dat plan wordt doorzien, al blijven de zorgen groot. Zwart verovert twee pionnen en trekt met alle overgebleven stukken (dame, toren, loper) ten aanval. Als Gerard met een foutieve paardzet het zwaar belaagde veld h2 wil verdedigen, is het snel afgelopen.

Copyright © 2010 Westfries Schaakkampioenschap | Website realisatie: BeNancy Media