Macht der getallen?

Posted by Co Buysman on 21 maart 2018 in Verslag |

Als aan het einde van de avond in de speelzaal van Caïssa-Eenhoorn de stofwolken zijn opgetrokken, blijkt de top drie van de ranglijst te worden ingenomen door drie spelers van de gastheer van de vijfde ronde. Komt tijdens dit Westfries kampioenschap de macht der getallen tot uiting of is het meer toeval?

Caïssa, later HSV De Eenhoorn en vanaf de zomer van 2012 Caïssa-Eenhoorn, ze behoorden/behoren al tientallen jaren tot de grootste schaakverenigingen van Westfriesland. En met meer leden heb je meer kans op hoge klasseringen, dat is althans een logische gedachte. Maar dat geldt alleen de laatste tijd. Vanaf 2007 hebben Ton Wessels, Peter Holscher en Ronald Ritsema samen acht Westfriese titels bij onze club gebracht. Dat is er één minder dan het totaal van de 72 jaren ervoor.
Het eerste Westfries kampioenschap werd in 1934 gehouden, toen de regio slechts drie schaakverenigingen (Caïssa, KTV en Schaaklust) telde. Later kwamen A-Z uit Medemblik en Aartswoud er bij. Opmerkelijk is dat een grote club als Caïssa veertig jaar lang geen Westfriese kampioen kon leveren. In 1974 werd Nico Hauwert de eerste Caïssa-speler die de Westfriese schaaktitel veroverde. KTV had er toen elf, Schaaklust vijf, A-Z twee en Aartswoud één, waarbij aangetekend dat in de periode 1934-1974 niet elk jaar een kampioenschap was georganiseerd.
Van dat eerste succes van de toen 15-jarige Nico is niet veel bekend. De kranten besteedden weinig aandacht aan het evenement. In het boek van Rob Bijpost over de historie van het Westfries kampioenschap staat één bericht. ,,De succesvolle jeugdschaker Nico Hauwert heeft zeer verrassend het kampioenschap van West-Friesland op zijn naam gebracht. Uit de zeven partijen die in de periode van 11 februari tot 20 maart werden gespeeld, behaalde Nico 5½ punt, een heel punt meer dan zijn naaste concurrent A. Karreman uit Enkhuizen die dit kampioenschap viermaal achtereen heeft gewonnen. De partijen voor dit kampioenschap zijn in Aartswoud, Andijk, Hoorn en Enkhuizen gespeeld.’’
A-Z bestond niet meer en de verenigingen Aartswoud, Caïssa, KTV en Schaaklust werden elk door twee leden vertegenwoordigd. De acht speelden eenmaal tegen elkaar en dat leverde de volgende eindstand op: 1. Nico Hauwert (Caïssa) 5½, 2. Arie Karreman (KTV) 4½, 3. P. Willemse (KTV) 4, 4. W. Koesen (Aartswoud) 3½, 5. Jan Dekker (Schaaklust) en Nico Tonneman (Caïssa) 3, 7. Rob Bijpost (Aartswoud) 2½, 8. Dirk Mantel (Schaaklust) 2.
Twee jaar later kroonde Nico Hauwert zich weer tot Westfries kampioen en over het verloop van dat toernooi is meer bekend. Gebruikelijk was dat in de eerste ronde de clubgenoten tegen elkaar speelden. Nico nam het op tegen Karel Pieters en won, maar Arie Karreman bleef op remise steken tegen P. Willemse en titelverdediger Jan Dekker miste zijn vorm van 1975 en verloor van Wouter van Rhoon. In de Aartswoudse tweestrijd Ron van Putten – Rob Bijpost ging het punt naar de witspeler.
Op de tweede avond handhaafde Nico als enige zijn score van honderd procent. Hij raakte in de derde ronde de koppositie kwijt. De 17-jarige Hoornaar moest zijn meerdere erkennen in Arie Karreman die in het hol van de leeuw – het clublokaal van Caïssa – de leiding overnam, met een half punt voorsprong. Daar had de KTV’er nog twee ronden plezier van. In de speelzaal van Aartswoud werd hij verrast door de uittredende kampioen Jan Dekker, terwijl Nico Hauwert tegen Rob Bijpost geen fout maakte en zo, met nog één ronde te gaan, een halfje meer had dan zijn concurrent uit Enkhuizen.
Weer bij Caïssa ging het op de slotavond beter met Nico. De Westfries kampioen van 1974 versloeg de Westfries kampioen van 1975. Schaaklust-speler Jan Dekker meende met een combinatie een pion te kunnen veroveren, maar het Caïssa-talent kwam met een fraaie weerlegging en won een stuk. Voldoende om de partij naar zich toe te trekken. Clubvoorzitter Frans Bouwman overhandigde hem de wisselbeker.
We zijn nu ruim veertig jaar verder en er is weinig veranderd. De voornamen en leeftijden zijn bijna uitzelfde. Nico Hauwert verliet destijds de speelzaal van Caïssa als kampioen, Nick Manshanden verliet gisteravond de speelzaal van Caïssa-Eenhoorn als enige koploper.

Robin Duson (1863) – Nick Manshanden (1928) 0-1
In een volle theaterzaal van De Kreek wordt op het eerste bord ‘the battle of the youth’ gespeeld. De twee jongste deelnemers van dit Westfries kampioenschap gaan aan de leiding en nemen het in de vijfde ronde tegen elkaar op.
Rond de tiende zet begint het spektakel, als Nick Manshanden kort rokeert en Robin Duson voor de lange variant kiest. Vaak worden dan meteen aanvallende acties op de koning van de tegenstander ondernomen en dat is nu niet anders. Op 11. g4 volgt … b5 en het lijkt erop dat de paarden worden bedreigd. Zwart schuift zijn pion meteen door, zijn clubgenote doet dat zeven zetten later en is dan te laat. Want Nick voert ook met zijn a-pion de druk op en heeft op de damevleugel ruimte om zijn stukken in stelling te brengen.
Een zwarte toren zorgt voor een blokkade op c3, terwijl Robin enkele tempi verspeelt met gedwongen damezetten en Nick gelijktijdig zijn aanval versterkt. Met zijn slotzet haalt de zwartspeler een belangrijke verdediger weg en creëert meteen een veld voor een paardvork op koning en dame.

Wilko van der Gracht (2053) – Marc Helder (2029) 1-0
Op basis van hun ratings zijn Wilko van der Gracht en Marc Helder de grootste favorieten van dit Westfries kampioenschap, maar moeten het doen met een middenmootpositie. In de clubcompetitie van Aartswoud staan ze op respectievelijk de tweede en eerste plaats, mede doordat in de onderlinge score Marc met 1-2 leidt.
Zwaag – bepaald geen onbekend dorp voor de witspeler – wordt de locatie voor de revanche, nadat hij een maand geleden heeft verloren van zijn opponent. Beide Aartswoud-routiniers rokeren op de dertiende zet tegengesteld. Wit heeft de meeste pionnen meer naar voren geschoven, waar bij zwart de meeste pionnen op de zesde en zevende rij staan. Er zijn ruimteproblemen voor Marc die niet worden opgelost na een afruil van alle torens en enkele lichte stukken.
Het lijkt erop dat Wilko een paard offert, maar aannemen levert hem een winnend eindspel op en dat gebeurt dan ook niet. Toch blijft de situatie precair voor de zwartspeler. Met enkele pionzetten breekt hij de stelling open en dat pakt in het voordeel uit voor wit die snel de matzet vindt.

Toine Molenaar (1758) – Kevin Smit (1922) ½-½
Toine Molenaar en Kevin Smit maken deel uit van een achtervolgingsploeg van vijf man die aan het begin van de avond een punt minder heeft dan de koplopers. Remise levert dan niet zo veel op. De twee zijn aan elkaar gewaagd en geven de partij een rechtvaardige uitslag.
Na 21 zetten zijn alle lichte stukken van het bord, waarop wel van elk zeven pionnen staan. Even denkt Toine de zwarte achilleshiel (b7) te hebben gevonden, maar hij voelt zelf ook een kwetsbare plek (b2) en na dameruil is het verband aangebracht en de stelling nog steeds in evenwicht. Kevin verdubbelt zijn torens op de open d-lijn, wit doet dat op de tweede rij en na enkele zetten wordt niet meer aangedrongen.

Robbert van Dijkhuizen (1855) – Rowan Louter (1648) 1-0
Na de 73 zetten in zijn openingspartij tegen Wilko van der Gracht verbetert Robbert van Dijkhuizen in de vijfde ronde het record langste partij van dit kampioenschap met één zet. Dat dat een punt oplevert, zal hem meer deugd doen. Hij klimt ineens naar de gedeelde tweede plaats.
In eerste instantie zorgt Rowan Louter voor wat druk op de damevleugel. Wit geeft een randpion om zijn opponent terug te dringen en neemt heel langzaam het initiatief over. Hij wint een randpion terug en bouwt een sterke positie op op de open c-lijn. De zwarte verdediging is wat kwetsbaarder en om dat te onderstrepen offert Robbert nogmaals een pion. Rowan lijkt zo een gevaarlijke vrijpion te krijgen. Zijn dame beschikt over een gering aantal goede velden en als zij wordt aangevallen, wil zwart dat probleem oplossen met het doorschuiven van de vrijpion. Dat kost hem echter een stuk.
Om een zwarte pion op d2 draait daarna de strijd. Wit wil die veroveren, zwart wil die handhaven en liefst laten promoveren. Zo ver komt het niet. Na een afruil houden ze allebei een toren en twee pionnen op de koningsvleugel over en heeft de Caïssa-Eenhoorn-speler een loper extra. Het duurt ruim twintig zetten om de matzet uit te voeren, het voldoende voor een nieuw record.

Emil Zaal (2000) – Jaap Gorter (1885) 0-1
Emil Zaal heeft dit seizoen al tegen een speler van de Groene Zes/Schaaklust-combinatie gespeeld. In de bondswedstrijd tegen het tweede team was hij te sterk voor Nico Weel, mede-organisator van het Westfries kampioenschap. Het is een van zijn vier partijzeges en inmiddels heeft hij er tien op rij gewonnen. Jaap Gorter komt in de hoofdmacht van De Groene Zes/Schaaklust uit dat een paar klassen hoger speelt en neemt revanche voor zijn streekgenoot.
Meteen na de korte rokade van zwart wil Emil de koningsvleugel aantasten. Jaap op zijn beurt wil het centrum in handen hebben en heeft daar een pion voor over. Er wordt veel geruild. Beiden gaan voor de winst en de partij krijgt na de twintigste zet een spectaculair karakter. Een aanvalszet van de een wordt gevolgd door een aanvalszet van de ander. Nog steeds staat de Andijker routinier een pion achter, maar hij heeft wel een betere stelling. Vooral zijn loper op d3, verdedigd door een pion op c4, is ijzersterk. De witte koning wordt omringd door pionnen op zwarte velden en kan weinig kanten op. Attaqueers kopman maakt de enige ontsnappingsroute voor de monarch (veld f3) niet vrij en kan daardoor zijn dame – via een aftrekschaak – niet behouden. Dat wacht hij niet af.

Fred Avis (1835) – Eugène Koomen (1445) 1-0
Voor Fred Avis komt na zijn overwinning op Eugène Koomen de middenmoot in zicht en zelfs de vierde plaats is niet onhaalbaar. De Groene Zes-speler heeft een halfje minder en voor hem is ieder succes meegenomen.
Er is al snel veel strijd op de damevleugel. Een zwarte pion staat in de penning en die valt dan ook. Daardoor krijgt Fred een vrijpion op b2 die daar overigens in het vervolg van de partij blijft. De schermutselingen verplaatsen zich naar de andere flank, waar beide spelers vier pionnen hebben. Freds pion op e5 is voor zwart een vervelend obstakel en via en passant verdwijnt die. Maar het veroorzaakt een andere zwakte in de Grootebroekse verdediging, waardoor een wat passief wit paard naar mooie velden kan springen.
De partij krijgt een plotseling einde, als de betere opstelling van de Hoornse stukken ervoor zorgt dat de Caïssa-Eenhoorn-routinier de zwarte dame kan insluiten.

Lukas Boots (1781) – Gerard Beerepoot (1627) ½-½
Gerard Beerepoot viert op de avond van de vijfde ronde vakantie en heeft zijn partij tegen Lukas Boots vooruitgespeeld. Dat is anderhalve week eerder bij Attaqueer gebeurd.
In vertrouwde omgeving ontdoet Gerard zich van de nul. De thuisclubfavoriet heeft sinds kort een nieuwe baan. Alle medewerkers daar hebben een telefoon, ,,maar het is een vast toestel op het bureau en ik kan dus niet gebeld worden.’’ Na een klein half uur gaat zijn telefoon wel af. Geen collega, maar een clubgenoot die vraagt of hij nog intern kan spelen. Dat is mogelijk en na die mededeling schaken Lukas en Gerard verder. In het Koningsgambiet gaat de strijd gelijk op, als wit op de vijftiende zet twijfelt. Hij wil eigenlijk een paard naar het actieve veld f4 laten springen. Aanlokkelijk is evenwel de pion op a7 die wordt aangevallen door een toren en een loper. Drie mogelijkheden en de veelvoudig kampioen van De Pionier kiest voor de blunderoptie. Lukas krijgt meteen een remise-aanbod dat hij na stukverlies niet kan weigeren. Fritz beoordeelt de eindstelling overigens gelijkwaardig.

Copyright © 2010 Westfries Schaakkampioenschap | Website realisatie: BeNancy Media