Gevulde koek

Posted by Co Buysman on 7 april 2019 in Verslag |

Bij de dertigste ronde van de clubcompetitie van KTV krijgen alle deelnemers een gevulde koek. Over enkele dagen viert Herman van Stralen zijn negentigste verjaardag en de nestor van de schaakclub uit Enkhuizen trakteert alvast. Voor de zestien spelers van het Westfries kampioenschap, te gast in de haringstad, ligt er ook wat lekkers bij de koffie of thee.

Herman neemt het met wit op tegen Jack Glas en speelt een puike partij. Hij heeft constant druk op de stelling van zijn clubgenoot en die vermindert niet als er veel is geruild. De nog 89-jarige belandt in een iets beter toreneindspel – met vijf pionnen elk – en kan toewerken naar een vrijpion op de damevleugel. Maar de oud-voorzitter van KTV heeft veel tijd gestoken in zijn aanvalsplannen. Nadat de ene na de andere partij uit KTV’s interne is beëindigd, zijn Herman en Jack, en naast hen Jeroen Graaf en Adri Haakman, als enigen bezig.

Om tien over elf komt er een abrupt slot aan de strijd. Terwijl enkele routiniers van de Enkhuizer schaakvereniging met Eugène Thole praten (hij wordt in december 90 jaar en komt vaak op de fiets naar de clubavonden), valt de vlag van Herman. De nederlaag brengt hem op een score van vijftig procent: negen punten uit achttien partijen.

Herman heeft één keer meegedaan aan het Westfries kampioenschap, in 1991. In een veld met zestien deelnemers was hij met zijn rating van 1641 als twaalfde geplaatst. Het speeltempo bedroeg negentig minuten voor 36 zetten, daarna twintig minuten voor twintig zetten, vervolgens tien minuten voor vijftien zetten en na de derde tijdcontrole bleef er nog tien minuten over om de partij te beëindigen. Op de houten klokken kon de toegevoegde tijd van tien seconden per zet – zoals nu gebruikelijk – uiteraard niet worden ingevoerd.

Jarenlang vaardigden de Westfriese clubs twee man af die in de eerste ronde tegen elkaar moesten en die partij werd op de clubavond afgewerkt. Daarom was Hermans eerste opponent Arie Karreman (rating 1975), met Job Bueno de Mesquita organisator van het Westfries kampioenschap en met tien titels recordkampioen. Arie, met wit, zegevierde tegen zijn clubgenoot.

De eerste gezamenlijke avond (waarop de tweede ronde werd gespeeld) had plaats in dorpshuis Centrum in Andijk. Bij gastheer Schaaklust verloor Herman opnieuw, ditmaal van Adri Haakman die HSV De Eenhoorn vertegenwoordigde. De jonge Hoornse vereniging ontving vier dagen later – op vrijdag 22 februari – het WFK-circus in cultureel centrum De Huesmolen, waar Herman van Stralen te sterk was voor Rob Ott (De Groene Zes) en zo voor zijn eerste winstpartij op het Westfries kampioenschap tekende. Michel van der Pal, clubgenoot van Rob, hield Herman op remise in buurthuis Princensluis in Bovenkarspel.

Lucas Krijnsen (Attaqueer) versloeg Herman in het Verenigingsgebouw in Hoogkarspel, maar de KTV’er beschikte over een sterke eindsprint. Bij Aartswoud (Het Huis van Egmond) en Caïssa (Het Kontaktcentrum) pakte hij het volle punt tegen respectievelijk Ruud Velthuis – spelend namens Schada uit Berkhout – en Kees Bot (Attaqueer). Met een score van vijftig procent legde Herman beslag op de elfde plaats. Hij had slechts een halfje minder dan Arie Karreman die vierde werd. Peter van Waert, momenteel in een uitstekende vorm verkerend in de clubcompetitie van Caïssa-Eenhoorn, greep overtuigend de titel.

Er is sinds 1991 veel veranderd. Andere klokken, ander tempo, andere locaties. KTV speelde destijds in De Witte Duif, het wijkcentrum aan het Koperwiekplein en een stuk noordelijker gelegen dan De Nieuwe Doelen. Wat niet veranderd is, is de sfeer en de gezelligheid rondom gastvrouw Carina. En de spanning van elke schaakpartij.

 

Tom Balla (1990) – Toine Molenaar (1778) 1-0

We beginnen het overzicht natuurlijk met de partij van Tom Balla, ranglijstaanvoerder in de clubcompetitie van KTV en voor eigen publiek in de vijfde ronde van het Westfries kampioenschap startend als een van de vier koplopers. Hij neemt het met wit op tegen concurrent Toine Molenaar, kiest voor het Engels en heeft in het middenspel een goede stelling opgebouwd. Die levert kortstondig een pion voorsprong op.

In een spannende fase zoekt de witspeler iets te enthousiast de aanval op op de koningsvleugel en daar profiteert Toine van door twee pionnen te veroveren. Met 21. … Pxe4 vergroot het Aartswoud-talent zijn voorsprong naar twee boertjes en lijkt een – verrassende – zege in zicht. Ondanks zijn mindere positie blijft Tom naar offensieve mogelijkheden kijken. Die komen er bij de 29e zet, na een kwaliteitsoffer. Een dubbelpion staat ijzersterk op f5 en f6, met een onmiddellijke matdreiging op g7. De dame bereikt de zevende rij en ook de toren op de open d-lijn is een machtig wapen. Zwart – met weinig tijd op de klok – moet zijn dame geven voor dat zware stuk, maar het vervolg blijft kansloos voor hem. Vakkundig speelt de KTV-routinier het eindspel uit naar winst.

 

Peter Poncin (1963) – Robin Duson (1990) 1-0

Twee dagen na de gewonnen topper tegen Peter Holscher die hem een met Piet de Haas gedeelde eerste plaats bij het NHSB-lenteveteranenkampioenschap oplevert, zegeviert Peter Poncin ook in de WFK-topper tegen mede-koploopster Robin Duson. Beide evenementen hebben nog twee ronden te gaan en hebben de Caïssa-Eenhoorn-speler als een van de twee ranglijstaanvoerders. Met Tom Balla deelt hij in de Westfriese titelstrijd de leidende positie.

In een rustige Siciliaan bouwt wit aan een betere stelling, met name door met pionnen op c4 en e5 voor blokkades te zorgen. De zwartspeelster moet zoeken naar goed tegenspel en verrast met het op het oog gewaagde 18. … Pb2. Peter lijkt het stuk te kunnen insluiten, maar de rollen zijn omgedraaid en 19. … Dd4 had hem in grote problemen kunnen brengen. In een ingewikkelde stelling kiest Robin voor een andere voortzetting, waarna haar opponent bezit neemt van de diagonaal a1-h8 en dan is stukverlies onafwendbaar.

De strijd is evenwel nog niet beslist. Op een handige manier vergroot zwart haar compensatie tot drie pionnen. Peter let meer op een voor hem vervelende toren in zijn stelling en mist 36. Th1 als beslissende zet. Hij verslikt zich in het taaie verzet van zijn clubgenote die een vrijpion op g2 krijgt, waardoor het winstpad is overwoekerd met remiseplanten. In een fase dat beiden niets kunnen doen en Robin enkele tientallen seconden over heeft, gaat ze voor promotie en daarmee verliest zwart de partij. Het komt tot een ruil van de laatste stukken en in een volkomen symmetrische stelling (koning op de e-lijn, pionnen op de a-, b- en c-lijn) stelt het tempo voorsprong Peter in staat de winst veilig te stellen.

 

Roy Kerkhoven (1984) – Marc Helder (2076) 0-1

Het is niet het seizoen van Roy Kerkhoven. De clubkampioen van Caïssa-Eenhoorn kan die titel niet prolongeren, in de bondspartijen heeft hij 2½ uit zeven behaald en ook tijdens het Westfries kampioenschap lukt het niet erg. Tegen Marc Helder wordt het een ‘pièce de spectacle Française’ (Frans spektakelstuk), waarin wit onverdiend ten onder gaat.

De Aartswouder is de schaker van het avontuur en Roy gaat daarin mee. Op de dertiende zet krijgt hij de kans om kort te rokeren, maar de witspeler wil de druk op de koningsvleugel vergroten en besluit tot h4. Vanaf dat moment gebeurt er van alles. Marc heeft op de andere flank de gaten in de verdediging gevonden en rommelt daar met een actieve dame in. In een gelijkwaardige stelling gaat de Caïssa-Eenhoorn-speler een stap te ver met zijn aanvallende plannen. Zijn opponent kan alle kritieke momenten oplossen en slaat toe met het principe van de dubbele aanval. Met zijn slotzet 22. … Da6 geeft Marc schaak en valt een onverdedigde loper op h6 aan.

 

Kevin Smit (1949) – Emil Zaal (1830) ½-½

Winnen van Kevin Smit, dat is voor weinig opponenten van de Hoogkarspeler weggelegd. In de NHSB-bondscompetitie veroverde hij bij tweedeklasser De Groene Zes/Schaaklust 5½ punt uit zeven partijen en in deze 69e editie van het Westfries kampioenschap slaagde alleen titelkandidaat Marc Helder erin om de Torenhoog-troef op een nul te trakteren. De aan een opmars bezig zijnde Emil Zaal blijft op remise steken.

In een Konings-Indische partij zet de Attaqueerder een solide verdediging op, waarop zijn opponent 10. g4 speelt om de kwaliteit ervan te testen. Emil lokt een en passant op e6 uit om ruimte te maken voor een paard op h6 dat dreigt te worden ingesloten. Het zijn lange tijd de enige pionnen die naast het bord staan. Pas even na elven verdwijnt er meer materiaal. Er is dan veel gemanoeuvreerd. Op de koningsvleugel bouwt Kevin een stevige pionnenmuur op om daarachter stukken voor de beslissende aanval te posteren. Die komt er niet. Met 23. … e5 als startpunt breekt zwart de halve muur af. In een kort tijdsbestek worden enkele stukken geruild, waarna beiden elkaar vinden in remise.

 

Piet Reus (1849) – Robbert van Dijkhuizen (1843) 0-1

Na een halve avond bij de jeugdafdeling van Caïssa-Eenhoorn actief te zijn geweest moet bij Robbert van Dijkhuizen, als hij in Enkhuizen arriveert, de knop om. Geen les geven, maar zelf de beste zetten vinden in zijn partij tegen Piet Reus. Twee jaar geleden speelden de twee – met verwisselde kleuren – remise tegen elkaar en het lijkt ditmaal ook die kant op te gaan. In het eindspel verslikt de Schaaklust-routinier zich en dat kost hem een stuk.

Ze spelen een totaal andere Franse partij dan Roy Kerkhoven en Marc Helder op de andere lange tafel. De stelling is lang gesloten. Gaandeweg verschuift het accent naar de koningsvleugel, waar Robbert de aanvallende rol speelt en wit in de verdediging moet. Met 24. … g4 begint de beslissende fase. Zwart heeft zwaar materiaal op de g- (toren) en h-lijn (dame) en gooit er een geniepige loperzet (25. … Lg5 met de dreiging van een vork op koning en dame) tegenaan.

Beland binnen de laatste vijf minuten lijkt Piet alle problemen te kunnen en te gaan oplossen. Een aanval op een onverdedigd paard op g4 schat hij echter verkeerd in. Wit kan het stuk wegspelen naar f6 en dan is er niets aan de hand. Met 26. Dd1 krijgt het paard een verdediger, maar Robberts antwoord … Lxf4 zorgt ervoor dat het stuk tweemaal wordt aangevallen. Het levert de Hoornaar zijn eerste zege van dit WFK op.

 

Aris Ruijter (1649) – Lukas Boots (1779) ½-½

Als deelnemer met de op een na laagste rating blijft Aris Ruijter verbazen door zich tussen de toppers van het Westfries kampioenschap staande te houden. Met de remise tegen Lukas Boots blijft hij op een score van vijftig procent staan. In het sterke gezelschap is Robin Duson de enige die er in is geslaagd om de Attaqueer-speler te verslaan.

De strijd tegen Lukas gaat aanvankelijk gelijk op. Dat verandert na de enpassantzet 14. Dxe6. Door het openvallen van de diagonaal a8-h1 verliest wit de controle over het centrum. Hij hoopt die met loperruil op g2 terug te krijgen, maar de Aartswoud-speler anticipeert goed op de nieuwe situatie en laat zijn damepaard naar e5 springen, waarmee meteen een dubbele vork op f3 – op koning, dame en toren – zichtbaar wordt. Voor Aris is kwaliteitsverlies niet te voorkomen. Vervolgens bouwt hij een degelijke stelling op. Er wordt het een en ander geruild, waarbij Lukas de drie zwaarste stukken overhoudt en zijn opponent dame, toren en een loper. Zwart staat er wel beter voor, maar met minder tijd in voorraad dringt hij niet aan.

 

Fred Avis (1917) – Rik van Ingen (1745) 1-0

Net als clubgenoot Robbert van Dijkhuizen behaalt Fred Avis pas in de vijfde ronde zijn eerste overwinning van dit kampioenschap. Fred doet voor de twaalfde keer mee en tekent voor zijn 23e partijzege in totaal. In 2010 versloeg hij met de witte stukken ook Rik van Ingen.

De Aartswoud-speler treft het niet dat de oud-voorzitter van de NHSB en Caïssa-Eenhoorn in ouderwetse doen is. Hij offert in het vroege middenspel tijdelijk zijn d-pion om een van de torens een actievere rol te geven. Meteen steekt Fred de lont aan. Door zijn ontwikkelingsvoorsprong staan veel stukken gericht op de koningsvleugel of hebben een goede positie naar het centrum. Bij zwart doen de toren op a8 en de loper op c8 pas vanaf de twintigste zet mee, maar dan is de druk op zijn veste al behoorlijk toegenomen.

De samenwerking van de Hoornse stukken staan aan de basis van de zege. Kort nadat wit een pion heeft gewonnen, denkt  Rik die met 23. … Lxa2 terug te krijgen. Hij heeft de e-lijn geopend voor een dubbele aanval op een paard. Een naar d7 doorschuivende vrijpion gooit echter roet in het eten. In de daaropvolgende afruil verliest de zwartspeler een stuk en het dame-eindspel met een extra loper voor Fred is voor hem kansloos. Met een aftrekschaak rondt wit zijn goed gespeelde partij af.

 

Axel Zee (1595) – Rik Slaman (1838) ½-½

Na zijn remise tegen Robbert van Dijkhuizen (rating 1843) houdt WFK-debutant Axel Zee ook Rik Slaman (1838) in bedwang. Een dikverdiend succes voor de Groene Zes-speler die geen moment in gevaar is geweest.

Wit bouwt zijn stelling goed op en neemt het initiatief over, als zijn opponent te vroeg … c5 speelt. Een verdediger van de d5-pion kan worden weggelokt, waardoor die voor Rik verloren gaat. Na een flinke afruil zitten beiden meteen in een eindspel van dame en toren plus een paard voor Axel contra een zwarte loper. De Torenhoog-speler wil zijn achterstand met 22. … Db6 (aanval op de b2-pion en een paard, als hij ook … Td8 kan uitvoeren) wegwerken. Wit steekt de nodige tijd in het zoeken naar de beste voortzetting en vindt die: 23. Db5. Dameruil volgt, waarna Rik de stelling met een pion minder behoudt. Omdat de mogelijke winstweg nog heel lang is, vinden de twee elkaar in remise.

Copyright © 2010 Westfries Schaakkampioenschap | Website realisatie: BeNancy Media