Een geslaagd kampioenschap

Posted by Co Buysman on 29 april 2018 in Verslag |

De tijd is voorbij gevlogen. Zo zit je – op de laatste maandag van januari – wat onwennig om je heen te kijken, want dit Westfries kampioenschap heeft wel erg veel nieuwe gezichten, en zo reikt Nico Weel de wisselbeker uit aan de nieuwe kampioen Nick Manshanden. Drie maanden later komt een mooi toernooi ten einde.

Na een succesvol verloop denk je al snel aan de volgende editie. Wie zullen er volgend jaar meedoen? Gebruikelijk is dat men bij de Westfriese clubs de ranglijst van de clubcompetitie langsloopt om te kijken wie de vereniging zal vertegenwoordigen. Kersvers Westfries kampioen Nick Manshanden zal bij Caïssa-Eenhoorn niet op de eerste plaats eindigen. Daarvoor is zijn achterstand op koploper Roy Kerkhoven veel te groot, maar Nick heeft wel het recht om als titelverdediger volgend seizoen weer op het WFK actief te zijn. Fred Avis staat tweede in de interne van de Hoornse club, Sjoerd Kelder is derde en Gijs Leene vierde. Westfries vice-kampioen Robbert van Dijkhuizen heeft een ruime honderd punten minder dan Gijs (gelijk aan een winstpartij) en kan met een goede eindsprint nog wel inlopen. Er zijn in De Kreek nog vier dinsdagavonden te gaan voor de clubcompetitie.
Bij Aartswoud leidt Marc Helder het veld van 49 spelers en heeft een redelijke voorsprong op Wilko van der Gracht. In de eindstand van het Westfries kampioenschap staat Wilko hoger. Hij verzamelde net als Marc 4½ punt, maar mocht dankzij een beter saldo aan weerstandspunten donderdagavond bij De Groene Zes naar voren komen om uit handen van organisator Nico Weel de derde prijs in ontvangst te nemen. Rowan Louter is verrassend derde in de clubcompetitie van Aartswoud, al zit met name Pascal Zijlstra hem op de hielen. Rowan heeft overigens ook op het ‘Westfries’ prima gespeeld.
Emil Zaal herstelt van een blindedarmoperatie en ontbrak daardoor in de slotronde van het WFK. De magere score van anderhalve punt schreeuwt om een herkansing. Het zit er dik in dat hij bij Attaqueer de titel verovert en dan mag een tweede deelname geen probleem zijn. De Attaqueer-routiniers en oud-WFK-deelnemers Jos Vlaar en Carlo Oud volgen op enige afstand, maar uit welingelichte kringen heb ik begrepen dat Barry de Vries volgend jaar de nieuwe debutant wil zijn.
Bij De Pionier is de koppositie voor Lukas Boots geen verrassing. De veelvoudig clubkampioen heeft een flink gat geslagen met onder meer Dale Neijzing die volgens mij aan zijn beste interne bij de vereniging uit Abbekerk bezig is. Het is wel eens leuk om twee Pioniers op het Westfries kampioenschap in actie te zien.
Eugène Koomen speelde op het WFK een aantal sterke partijen en toonde aan dat je met de laagste rating niet per se op de laagste plaats hoeft te eindigen. In de clubcompetitie van De Groene Zes is het verschil met Nico Weel te groot om daar kampioen te kunnen worden, maar zijn optreden smaakt zeker naar meer.
Bij Schaaklust gaat de titelstrijd tussen Jaap Gorter en Piet Reus. De Andijkse honneurs op het ‘Westfries’ werden dit keer alleen door Jaap waargenomen en hij speelt vaak een belangrijke rol in het toernooiverloop. De afgelopen maanden stuitte hij vooral op opponenten uit de bovenste en de onderste regionen, terwijl Jaap zelf in de middenmoot eindigde. Schaaklusts topper is door zijn sportieve instelling een sieraad voor de schaaksport. In zijn slotpartij tegen Nick Manshanden ging hij niet in op een remise-aanbod, omdat Jaap dat niet eerlijk vond ten opzichte van Nicks concurrenten die alleen baat hadden bij een nederlaag van de koploper.
KTV was er dit jaar niet bij. In de Enkhuizer clubcompetitie vormen Adri Haakman, Tom Balla en Marco Groot momenteel de top drie en het zou toch mooi zijn als het sterk verjongde WFK-deelnemersveld een uitdaging vormt voor Kom Terug Vrienden, zoals we de club in dit verslag eenmalig noemen. Aan de wieg van het Westfries kampioenschap stonden ooit KTV, Schaaklust en Caïssa en die drieëeenheid moet eigenlijk worden hersteld.
Bij Degoschalm komen we bekende namen tegen. Frits Greuter leidt de interne competitie, maar Bas Doodeman (tweede bij De Groene Zes), Gerard Broersen en Carlo Oud (derde bij Attaqueer) liggen op de loer. Achter de schermen wordt hard gewerkt om met alle Westfriese schaakclubs meer samen te doen en een breed WFK-deelnemersveld volgend jaar, met de Venhuizer/Westwoudse vereniging erbij, is om het deftig te zeggen een mooi aandachtspunt.
Dat geldt ook voor Revanche. In Wervershoof is de interne eindstand bekend. Rob van Gageldonk clubkampioen, Jan Kelder en Harrie van Dijk op respectievelijk de tweede en derde plaats. Wie o wie durft de WFK-handschoen op te pakken?
Het 67e Westfries kampioenschap is een editie geworden die vooral in het teken stond van de strijd tussen de jongeren en de senioren. Bij alle gastverenigingen – achtereenvolgens Schaaklust, De Pionier, Aartswoud, Degoschalm, Caïssa-Eenhoorn, Attaqueer en De Groene Zes; dank voor de verleende gastvrijheid – viel de samenstelling van het deelnemersveld op. Verheugend is bovendien dat de talenten van diverse clubs komen. In Hoogkarspel (Kevin Smit), Hoogwoud en omgeving (Rowan Louter, Toine Molenaar), Hoorn (Robin Duson, Robbert van Dijkhuizen, Nick Manshanden) en Nibbixwoud (Emil Zaal) zijn er voorbeelden dat we niet al te somber naar de toekomst hoeven te kijken. Hopelijk kan de samenwerking tussen de Westfriese schaakverenigingen in meer plaatsen, ook waar nog geen schaakclubs zijn, tot een opwaardering van de denksport leiden.
En nog eenmaal gaan we de gespeelde partijen van de ronde langs.

Jaap Gorter (1885) – Nick Manshanden (1928) 0-1
De Westfries kampioen van 1989, 1992, 1993, 2004 en 2014 (dat jaar samen met Peter Holscher en Ronald Ritsema) neemt het op tegen de Westfries kampioen van 2018. Een aardig detail is dat drie jaar geleden Nick – toen met wit – en Jaap ook in de speelzaal van De Groene Zes tegenover elkaar zaten. Het Hoornse talent had destijds een uitstekend Tata Steel-optreden achter de rug en dat is dit seizoen ook het geval. Een derde overeenkomst is dat hij weer een vrijpion naar de overkant kan brengen en de vierde is dat de Caïssa-Eenhoorn-speler opnieuw wint.
De topper in de zevende ronde gaat lang gelijk op. Beiden willen de aanval zoeken, maar houden ook hun verdediging in controle. Na dertig zetten is er veel geruild en komen ze in een eindspel van een Andijkse loper contra een zwart paard. Laatstgenoemd stuk zoekt al springend de zwakke plekken op de damevleugel op. Daar ligt de basis voor het succes. Jaap krijgt een dubbelvrijpion op de d-lijn, zijn opponent vrijpionnen op de a- en b-lijn. De Hoornse koning is in de buurt om promotiegevaar af te wenden, terwijl Nick meteen zijn b-pion op pad stuurt. Die haalt de overkant, waarop wit zijn loper geeft om de nieuwe kracht op te ruimen.
Maar Nick houdt een paard en twee pionnen over en het stuk is op tijd terug om Jaaps pionnenmeerderheid op de koningsvleugel de baas te blijven. Wits koning kan dan geen twee dingen tegelijk doen: die pionnenmeerderheid beschermen en de vrije randpion tegenhouden. Na de slotzet blijkt uit een snelle berekening dat promotie van de a-pion niet te verhinderen is.
Nick Manshanden Westfries kampioen. Het is zijn derde grote titel. Vier seizoenen geleden was de Hoornaar de beste jeugdschaker in de B-categorie van de Noordhollandse Schaakbond en in 2016 werd hij eerste bij het open Hoorns kampioenschap.

Robbert van Dijkhuizen (1855) – Kevin Smit (1922) 1-0
Robbert van Dijkhuizen en Kevin Smit spelen de tweede topper van de avond. Zij staan een punt achter op Nick Manshanden en alleen winst telt om nog een kans op de titel te maken.
Al in een vroeg stadium zet zwart zijn dame in. Dat leidt snel tot een dameruil op d1. De koningsvleugel zit aardig dichtgetimmerd en beide spelers zoeken de open c-lijn op. Een voordeel voor wit is dat zijn loperpaar meer bewegingsvrijheid heeft dan de collega’s van zijn opponent. Ze hebben ondertussen veel tijd gestoken in de partij, waarbij de Torenhoog-troef tegen een kleine achterstand op de klok aankijkt.
Kevin verslikt zich in een gelijkwaardig eindspel. Hij beantwoordt een paardaanval op zijn laatste toren met een paardaanval op de Hoornse koning die evenwel simpel een stapje achteruit gaat en dan is meteen duidelijk dat zwart de kwaliteit of een stuk zal verliezen. Het wordt het eerste, waarna Robbert op kundige wijze in rap tempo zijn materiële voorsprong uitbreidt. Na zijn achtste plaats vorig jaar kroont hij zich nu tot vice-kampioen, daar ranglijstaanvoerder en clubgenoot Nick geen fout maakt.

Robin Duson (1863) – Wilko van der Gracht (2053) ½-½
Ook Wilko van der Gracht staat een punt onder de koploper, als hij aan de slotronde begint. Tegenover hem zit Robin Duson die in Bovenkarspel haar laatste partij voor het Nederlands jeugdkampioenschap speelt dat dit weekend van start gaat. Een jaar geleden veroverde Robin in Assen bij de B-meisjes de nationale titel en ditmaal is de strijd gecombineerd met de A-categorie. Een mooi resultaat op het WFK is goed voor het zelfvertrouwen en dat mooie resultaat komt er.
In een Siciliaan maakt ze met 7. g4 snel haar bedoelingen duidelijk. Wit wil druk uitoefenen op de koningsvleugel. Niet veel later schuift de pion een veld op en is dan een vervelend obstakel voor de oud-Westfries kampioen. Als de pressie toeneemt, speelt hij 15. … d5, een zet die na afloop door alle omstanders wordt geroemd. ,,Een zet van Kasparov’’, is een van de reacties en er zijn slechtere vergelijkingen denkbaar. De voormalig wereldkampioen en de Hongaarse grootmeester Péter Dely hebben deze variant uitgebreid bestudeerd.
De meeste stukken van Wilko staan op de zevende en achtste rij, maar hij komt er handig uit en bouwt een mindere stelling om naar een gelijkwaardige. Er is ondertussen veel geruild en zijn loperpaar voelt zich thuis op de verschillende diagonalen. Robin beschikt over een loper met paard; beiden hebben ook een toren. Wit beschikt over weinig tijd en houdt zich in een boeiend eindspel met wederzijdse kansen goed staande. De laatste torens gaan van het bord. Zwarts sterke lopers bieden tegenwicht aan de lichte stukken van zijn opponente en haar vrijpion op d5 en korte tijd later wordt tot remise besloten.

Marc Helder (2029) – Toine Molenaar (1758) 1-0
Ze zitten niet naast elkaar (en kunnen dus niet afkijken), maar aardig is dat Marc Helder in navolging van Robin Duson ook snel g4 speelt en met g5 een zwart paard terugdringt. Toine Molenaar zit meteen enigszins klem op de koningsvleugel en zoekt op de andere flank naar zijn kansen. Wit ziet af van de rokade en houdt zijn koning lang in het midden, waarop zijn clubgenoot er een kwaliteitsoffer tegenaan gooit.
Het op h7 ingesloten zwarte paard krijgt zijn vrijheid terug, maar Marc laat zijn stukken (dame, torens, witveldige loper) goed samenwerken. Zijn koning vertrekt vanuit het centrum naar veiliger oorden en langzaam begint zijn materiële voorsprong te tellen. Als alle zware stukken zijn geruild, kan Toine zijn f7-pion niet meer verdedigen en dat geeft wit de kans zijn vrijpion op de e-lijn op te spelen. Even later zet zwart zijn paard in de penning en zal het verloren gaan. Net als de partij.

Gerard Beerepoot (2627) – Rowan Louter (1648) 0-1
Het leuke van veel nieuwe deelnemers is dat er steeds weer andere partijen op het bord komen. Gerard Beerepoot dwingt Rowan Louter om met drie paardsprongen te beginnen. Niet veel later staat er een flink blok aan witte pionnen in en bij het centrum, waarop zwart besluit dat via de zijkanten te bestoken. Na zestien zetten heeft Rowan liefst vier stukken aan de rand en is Gerards dubbelpion op de c-lijn niet te redden.
De immer avontuurlijk spelende Attaqueerder doet de naam van zijn club eer aan en offert twee lichte stukken om ruimte te creëren en de positie van de zwarte koning (het Aartswoud-talent heeft niet gerokeerd) te ondermijnen. Er zit zelfs opeens een mat-in-één in de stelling en dat levert in de analyse een enthousiaste reactie van Rowan op. Een voorsprong van twee stukken en dan nog opletten dat je niet mat gaat; schrijver dezes heeft het in een bondspartij tegen Gerard ook meegemaakt. Het typeert de bijzondere aanpak van de witspeler die deze Wognumse derby evenwel niet zal winnen. Met 23. … Kd7 voorkomt Rowan de matzet. Zijn stukken aan de rand worden actief en na dameruil bemerkt zijn opponent dat het materiële verschil wel erg groot is geworden.

Eugène Koomen (1445) – Lukas Boots (1781) 0-1
De finish van Eugène Koomen heeft niet de allure van zijn deelname. Na een reeks van prima partijen delft hij in de slotronde het onderspit tegen Lukas Boots.
Nota bene bij zijn eigen club speelt Eugène zijn kortste partij van dit kampioenschap. Als hij kort heeft gerokeerd, gooit zwart meteen flink wat geschut in de strijd. Dame op h4, paard op f4 en een loperpaar op diagonalen die naar de koningsvleugel wijzen zorgen voor een linke stelling voor wit. Daartegenover zet de GZ’er niet de juiste verdediging. Met een tijdelijk paardoffer als inleiding wint Lukas de kwaliteit en twee zetten later kan de Pionier-kampioen via een tussenschaak ook een loper veroveren. Tijd om de bar op te zoeken.

Copyright © 2010 Westfries Schaakkampioenschap | Website realisatie: BeNancy Media