Een avond zonder Jaap

Posted by Co Buysman on 18 april 2019 in Verslag |

Een maandagse schaakavond zonder Jaap Gorter. Bij Schaaklust zijn ze er waarschijnlijk al aan gewend geraakt, nu hun clubgenoot twee maanden afwezig is. Maar voor de organisatie van het Westfries kampioenschap, voor de zesde ronde te gast in Andijk, ziet het er merkwaardig uit. Jaap herstelt goed van een onfortuinlijke val op de eerste WFK-avond en we hopen hem natuurlijk te zijner tijd weer achter het bord te zien zitten. Spelend tegen de mede-Schaaklusters en spelend tegen mede-WFK-deelnemers.

Op pure wilskracht heeft Jaap op die pechvolle avond toch zijn partij gespeeld. De blessure zag er ernstiger uit dan aanvankelijk werd gedacht en zijn optreden op het Westfries kampioenschap bleef beperkt tot één ronde. Clubgenoot Piet Reus nam de Schaaklust-honneurs waar, waardoor niet alleen het aantal spelers op een even aantal bleef, maar ook de Andijker vereniging in het deelnemersveld vertegenwoordigd bleef. Een mooi gebaar van de routinier die nu een druk schaakvoorjaar heeft. Piet gaat aan kop in de clubcompetitie van Schaaklust en is voorts op zeven woensdagmiddagen actief op het NHSB-lenteveteranenkampioenschap. Door zijn zege in de slotronde gisteren eindigde Piet daar met een score van vier uit zeven in de subtop.

Jaap Gorter is niet aanwezig in dorpshuis Centrum, maar toch ook weer wel. In het klassement van Schaaklusts interne staat hij – achter Piet Reus en Dirk Mantel – op de derde plaats. Vanaf 1982 heeft hij onafgebroken op het Westfries kampioenschap gespeeld en, de partij van 31 januari tellen we uiteraard mee, staat nu op 38 deelnames. Er komt een jubileum in zicht.

Tijdens het rondje langs de borden bedenk ik me dat er in Nederland niet veel schakers zijn die zo vaak op  hetzelfde evenement actief zijn geweest. Je moet sowieso al een toernooi of een kampioenschap hebben dat een lange historie heeft. Jaaps debuut was in 1982. In de onderlinge eerste ronde hield hij clubgenoot Dirk Mantel op remise. Jaap draaide steeds in de bovenste regionen mee en werd met 4½ punt uiteindelijk gedeeld derde.

Het seizoen 1981-1982 stond ook in het teken van de opmars van Koningsclub. De betonmiljonair Arnfried Pagel – niet meer dan een redelijk schaker – woonde in Bergen en dacht bij de gelijknamige schaakclub meteen in het eerste team te komen, toen hij zich als lid aanmeldde. Dat lukte niet en uit kwaadheid richtte hij een eigen vereniging op: Koningsclub. De spelers konden een aardig centje verdienen en al snel trok dat de belangstelling van grootmeesters en internationaal meesters. Het bestuur van de Noordhollandse Schaakbond vond dat de nieuwe club in de laagste klasse moest beginnen en in die omgeving was Koningsclub natuurlijk veel te sterk. Na drie kampioenschappen op rij belandde het in de eerste klasse A. We melden de eerst vier uitslagen: Koningsclub – Heerhugowaard 7½-½, Caïssa 2 – Koningsclub 1-7 (op 20 oktober 1981 remiseerden Leni van den Berg en Arend Stapel), Koningsclub – Santpoort 2 8-0, Schaaklust – Koningsclub ½-7½. Van die laatste wedstrijd weet ik niet wie voor dat halve bordpunt heeft gezorgd, maar het zou me niet verbazen als dat Jaap Gorter is geweest. Het Bergense gezelschap met spelers uit de nationale top werd met overmacht kampioen in de afdelings eerste klasse A.

Na in totaal zeven titels op rij bereikte Koningsclub de hoogste klasse van Nederland, de hoofdklasse. Het optreden daarin bleef beperkt tot anderhalf seizoen. De sponsor belandde achter de tralies, de spelers kregen geen geld en de ter ziele gegane vereniging werd een uniek hoofdstuk(je) in de vaderlandse schaakgeschiedenis.

In het seizoen 1981-1982 was Jaap Gorter eveneens actief in een uniek Nederlands kampioenschap: dat van de gemeenten. Verzekeringsmaatschappij Asconed heeft dat jarenlang gesponsord, waardoor het ook wel het Asconed-toernooi werd genoemd. Eind 1981 hadden 322 gemeenten zich aangemeld, een record. Hoorn nam met twee viertallen deel en in het sterkste kwartet speelde de Schaaklust-crack met de Caïssa-leden Frans Bouwman en Wim Helling en oud-lid Hans Ossebaar. De eerste wedstrijd, tegen Amstelveen, werd met 3-1 gewonnen, maar daarna stokten de successen.

Het NK van de lokale overheden had het knockout-systeem als opzet. Elke dag werd een zet doorgebeld naar de tegenstander. Ergens in het gemeentehuis hing een magnetisch wandschaakbord – door Asconed beschikbaar gesteld – waar de spelers de stelling bekeken en afspraken wat de beste zet was om telefonisch door te geven. Zo duurde het enkele jaren, voordat de kampioen bekend was. De gemeente Hoorn heeft, met Jaap Gorter in de gelederen, jarenlang meegedaan.

Bij het Westfries kampioenschap is de winnaar sneller bekend. Schaaklust is gastheer voor de zesde en voorlaatste ronde. Op vrijdag 26 april sluiten we af bij schaakclub Aartswoud.

 

Robin Duson (1990) – Tom Balla (1990) uitgesteld

 

Marc Helder (2076) – Peter Poncin (1963) ½-½

De topper in dorpshuis Centrum in Andijk is de partij tussen Marc Helder en Peter Poncin. In de ruimte naast de schaakzaal wordt Oostenrijkse muziek gespeeld en wellicht inspireert dat de twee titelkandidaten om er een Weense partij van te maken. Zwart offert een pion voor een aanvalsvariant die gericht is op verzwakkingen op de damevleugel. De pion op c3 (de voorste van een dubbelpion) wordt bestookt en die gaat er ook af.

De strijd blijft lang in evenwicht. In vlot tempo is geruild en in een eindspel met dame en toren beschikt Marc nog over een paard en Peter over een loper. Na dameruil komt wit meer onder druk te staan. Een Hoornse toren belandt in de stelling en opnieuw wordt een pion op c3 belaagd door de zwartspeler. Ook die wint hij, maar het eindspel ziet er onduidelijk uit en na 33 zetten krijgt de partij geen winnaar.

 

Toine Molenaar (1778) – Kevin Smit (1949) 0-1

Na zijn tweede nederlaag op rij valt Toine Molenaar weg uit de top van de ranglijst. Kevin Smit daarentegen gaat op herhaling. Een jaar geleden bezette hij na zes ronden de gedeelde tweede plaats en met nog één partij voor de boeg doet de Torenhoog-speler weer mee in de strijd om de posities op het podium.

Net als vorig seizoen treffen de twee elkaar, met dezelfde kleuren, in de vijfde ronde. Dat duel eindigde in remise. Ditmaal zoekt Kevin de damevleugel als aanvalsterrein op en daar boekt hij op de 21e zet succes mee. Na dame- en loperruil levert een paardvork op twee onverdedigde pionnen pionwinst op. Niet veel later zitten ze in een toreneindspel en is de plus van zwart een vrijpion op a5. Beide koningen spoeden zich naar de rand. De belangen zijn uiteraard wederzijds: het opschuiven dan wel tegenhouden van die pion.

Na het nodige gemanoeuvreer  kiest Toine met 46. Tb8 voor een risicovolle actie. Hij wil de achterste pion van een pionnenketen aanvallen. Zijn opponent heeft hetzelfde plan, maar kan daar één zet eerder mee beginnen en wint met een tussenschaak een extra tempo. Als wit in tijdnood zijn laatste kans mist (54. hxg4 in plaats van het gespeelde Tc6), kan promotie van de g-pion niet meer worden verhinderd.

 

 

Robbert van Dijkhuizen (1843) – Rik Slaman (1838) ½-½

Robbert van Dijkhuizen lijkt op weg om zijn prestatie van een jaar geleden te herhalen: verlies in de eerste ronde en daarna ongeslagen blijven. Het verschil is dat er nu veel meer halfjes in het rijtje staan. Tegen Rik Slaman tekent de vice-kampioen van Westfriesland voor zijn vierde remise.

Na twee jaar afwezigheid is de Torenhoog-speler met zijn elfde WFK-optreden bezig en daarmee heeft hij een soort van schaakhardheid opgebouwd. Ondanks een mindere stelling kan hij toch een half punt afdwingen tegen Robbert.

Als reactie op het Hollands posteert wit veel pionnen op de vierde rij en beperkt daarmee de bewegingsvrijheid van zijn opponent. Op het juiste moment opent de Caïssa-Eenhoorn-speler de stelling en een toren bereikt veld c7. Hij wil het bezit van de open c-lijn niet uit handen geven en dat breekt hem mogelijk op. Zwarts zwakke b7-pion wordt met de dame geslagen in plaats van met de toren en na torenruil staat de dame van Rik ‘toevallig’ perfect op e8. Zij kijkt naar een onverdedigd paard op a4, maar kan ook via h5 en f3 in de Hoornse stelling binnendringen. Met het correcte 28. Dc2 sluit Robbert die twee mogelijkheden uit. Na het antwoord … Db5 moet hij wegens een matdreiging op f1 zijn extra pion opgeven en dan zit er niet meer dan remise in.

 

 

Emil Zaal (1830) – Lukas Boots (1779) 1-0

Met een rating van precies 2000 debuteerde Emil Zaal een jaar geleden op het Westfries kampioenschap. Daarmee werd hij iets te hoog ingeschat, terwijl zijn eindscore van anderhalve punt weer te laag voor zijn niveau was. Maar zie, anno 2019 kunnen we de Attaqueerder beter op zijn waarde beoordelen. Met zijn winstpartij tegen Lukas Boots maakt hij de sprong naar de subtop.

Na 22 zetten staat er niet veel meer op het bord. Beiden hebben een paard en de zwartveldige loper alsmede zes pionnen. Lukas verdeelt ze eerlijk over beide flanken, zijn opponent heeft er twee op de dame- en vier op de koningsvleugel. Het lijkt een korte remisepartij te worden, maar dat gebeurt niet en aan het einde van de zitting blijkt dat Emil voor de derde keer meer dan zestig zetten heeft moeten noteren.

De strijd speelt zich af op de damevleugel, waar na een pionnenruil wit een vrijpion op a4 krijgt en zwart een vrijpion op c4. De Aartswoud-routinier hoopt zijn boertje op c3 te verankeren, want verdedigd door de lichte stukken. Het paard kan zich evenwel niet op d5 handhaven en Emils koning wordt een extra stuk om het gevaar weg te werken. Op een handige manier zorgt Emil ervoor dat loperruil pionwinst oplevert en ook de zwarte pion op c3 sneuvelt. Lukas staat verloren en laat zich op de 66e zet mat zetten.

 

 

Piet Reus (1849) – Aris Ruijter (1649) 0-1

Na zes ronden – en met nog één te gaan – heeft Attaqueer twee man in de subtop en dat is naar alle weerschijnlijk in de bijna 80-jarige historie van het Westfries kampioenschap niet eerder voorgekomen. Aris Ruijter meldt zich bij Emil Zaal in de strijd om de podiumplaatsen.

In de Versnelde Draak ziet de stelling van Piet Reus er iets minder harmonieus uit, vooral na zijn verrassende 9. g4. Zwart verovert soepel een pion op de andere zijde (b2), waarop de Schaaklust-speler meteen inzet op een aanval op de koningsvleugel.

Het uitblijven van de rokade breekt wit op, omdat hij zijn dame vanwege een penning niet kan inschakelen. De diagonaal naar de Andijker koning wordt later geblokkeerd en het plan om de dame opnieuw naar h6 te brengen (met een matdreiging op h7) mislukt wegens 22. … g5. Als Piet een tweede pion verliest, gaat het snel. Een torenoffer op de h-lijn haalt niets uit, omdat Aris over de e-lijn uiterst gevaarlijk kan opereren. De schade blijft beperkt tot het geven van de kwaliteit, maar nog steeds staat de zwartspeler gewonnen.

 

 

Rik van Ingen (1745) – Roy Kerkhoven (1984) 0-1

Met een score van vijftig procent lonkt de bovenste helft van de ranglijst en daar hoort Roy Kerkhoven toch zeker thuis.

Tegen Rik van Ingen heeft de clubkampioen van Caïssa-Eenhoorn in het vroege middenspel zijn eerste plus te pakken: pionwinst op e4. Een tweede plus is dat na een ruil van enkele lichte stukken zwart het loperpaar heeft en de witspeler beide paarden, terwijl de stelling langzamerhand een open karakter krijgt.

De spanning lijkt terug te keren, als Roy zijn dame geeft voor de torens. Hij heeft evenwel alles prima berekend en Rik krijgt geen kans op tegenspel. De Aartswoud-speler heeft nog een paard die als verdediger meteen wordt verjaagd. Hij kan niet opboksen tegen de torens op de d-lijn die op fraaie wijze de e-pion begeleiden op weg naar promotie. Zo ver komt het niet; zwart staakt zijn verzet in een verloren stelling.

 

 

Axel Zee (1595) – Fred Avis (1917) 0-1

Fred Avis herstelt zich van een matige eerste WFK-helft. Zijn twaalfde deelname leverde twee remises in de eerste vier partijen op, maar na Rik van Ingen verslaat hij ook Axel Zee en met die twee uit twee staat de oud-voorzitter van de Noordhollandse Schaakbond op een score van vijftig procent.

Makkelijk gaat het niet tegen de debutant van De Groene Zes. Fred trekt snel het initiatief naar zich toe, maar de witspeler biedt hardnekkig tegenstand. Na achttien zetten is er veel materiaal geruild en met dame, toren, paard voor elk en pionnen op dezelfde lijnen ziet het er remise-achtig uit. Dat verandert, als de druk op de witte veste groter wordt. De laatste torens zijn van het bord verdwenen en een zwarte pion op e4 is een lastpost voor Axel.

Toch zijn de routine en de eindspelkennis van de Caïssa-Eenhoorn-speler beslissend. Als de GZ’er zijn verdedigende stellingen verlaat en zijn opponent een pion op a2 wint, lijkt wit met een dameschaak (36. Dd8+) naar zetherhaling toe te kunnen werken, maar hij besluit tot een paardschaak. Dat stuurt de koning van Fred naar een beter vluchtveld en kost een tempo. Daarmee kan zwart de belangrijke diagonaal a1-h8 innemen en voor zijn a-pion de weg naar promotie vrij maken.

 

 

Copyright © 2010 Westfries Schaakkampioenschap | Website realisatie: BeNancy Media