Dimitri en Nick

Posted by Co Buysman on 4 april 2016 in Verslag |

Is het toeval dat de KNSB en de KNSB op elkaar lijken? Schaatsen en schaken, de jeugd leert het met vallen en opstaan. De jongste deelnemer aan het Westfries kampioenschap is Nick Manshanden, een van de grootste talenten van Caïssa-Eenhoorn, Westfriesland en daarbuiten. Toch kan hij op dit evenement zijn stempel niet drukken.

Hoe was dat vroeger? Dimitri Reinderman is de enige grootmeester die Westfriesland heeft voortgebracht. Als 11-jarig jochie bezoekt hij in de herfst van 1983 voor het eerst een clubavond van Caïssa en wordt in groep 2 – waar Henk van Rietbergen de jeugdleider is – ingedeeld. In zijn eerste partij verslaat hij Arnaud van der Kroon.

Eind dat jaar haalt Dimitri voor het eerst de krant. Bij het Westfries kampioenschap legt hij in de categorie van spelers tot 13 jaar beslag op de eerste plaats. Zijn score: 6½ uit zeven. De enige remise is tegen… clubgenoot Arnaud van der Kroon. Een krantenkop: ‘Dimitri Reineman, de jongste schaakmeester’. Ook in de uitslagen wordt zijn achternaam foutief vermeld.

De kersverse jeugdkampioen promoveert in de clubcompetitie meteen naar de hoogste groep en wint daar zijn eerste drie partijen. Er zijn evenwel te weinig ronden om een goede eindklassering te behalen. Wel wordt Dimitri toegevoegd aan Caïssa 2 dat zich in de NHSB-jeugdcompetitie voor de finale plaatst. In de regionale wedstrijden is met vier man gespeeld, voor de finalezeskamp in Beverwijk bestaan de teams uit vijf jeugdspelers. Purmerend en Caïssa kwalificeren zich voor de verdere strijd om het landskampioenschap, Caïssa 2 legt beslag op de derde plaats. Dimitri Reinderman is met 4½ uit vijf teamtopscorer.

Tussen beide Beverwijkse zaterdagen in neemt Caïssa – op 19 mei 1984 – deel aan het NK snelschaken voor jeugdploegen. In het Hoornse team spelen Eddy Schouten, Michael Wendarmin, Jasper Seelemeijer, Niek Narings en Dimitri Reinderman. Vier gelouterde jeugdspelers en een ‘broekie’ van 11 jaar. Caïssa wordt zevende en houdt tien tegenstanders achter zich.

Nog in hetzelfde seizoen, amper een half jaar na zijn entree bij Caïssa, debuteert Dimitri op een persoonlijk NK. Het is het bekende Haskoning-toernooi in Nijmegen, waar hij met 3½ punt een score van vijftig procent haalt; goed voor een gedeelde zevende plaats. Ber den Boer (Nieuwegein) wordt eerste, Loek van Wely derde. Het Hoornse talent schrijft zijn eerste analyse voor het clubblad van Caïssa, van zijn partij tegen Jeroen Kimmels. Michiel Bosman uit Zuidoostbeemster, Nederlands kampioen in de op een na hoogste leeftijdscategorie, stelt in het middenspel een kwaliteitsoffer van Dimitri voor, maar dan al toont de jonge Hoornaar zijn schaakkarakter. Eigenwijs: ,,Dat offer lijkt mij niet zo correct.’’ Zo’n tien zetten na de bewuste stelling geeft zijn tegenstander op.

Een paar maanden later reizen de vier fanatiekste jeugdspelers van de Hoornse vereniging (Jan Groenewold, Niek Narings, Dimitri Reinderman en Jasper Seelemeijer) naar Grubbenvorst – ligt bij Venlo; ruim tweehonderd kilometer heen en ruim tweehonderd kilometer terug – om deel te nemen aan een viertallentoernooi. Ze melden zich op een zaterdagmorgen om half zeven bij Jan van Kalken die de talenten met zijn auto naar Zuid-Limburg brengt. In groep 1 van spelers tot 16 jaar legt het kwartet beslag op de eerste plaats. Na twee kleine zeges op Schaesberg en MSV (2½-1½) wint het Hoornse viertal alle partijen in de wedstrijd tegen Mierlo. De eerste prijs komt evenwel terecht bij een ploeg in een lagere poule. Toch gaat Caïssa niet met lege handen naar huis. Een jaar geleden is er een medaille blijven liggen en de Limburgse organisatie meent die te geven aan de spelers die zo’n lange reis hebben gemaakt.

In zijn eerste seizoen als jeugdschaker is Dimitri Reinderman heel actief geweest en dat zal zo blijven. Hij verovert Westfriese, NHSB- en nationale titels en maakt als 14-jarige begin 1987 zijn debuut op het Westfries kampioenschap voor senioren. In de clubcompetitie van Caïssa (1985-1986) is hij achter Bert Meester, Michael Wendarmin en Wilko van der Gracht op de vierde plaats geëindigd en vertegenwoordigt met Piet Ootes (zesde) zijn vereniging op het WFK.

Zoals gebruikelijk treffen in de eerste ronde clubgenoten elkaar en Piet delft met wit het onderspit. Vervolgens wint Dimitri in een interessante partij van Jaap Gorter – die een remise-aanbod afslaat – en is dan de enige die na twee ronden de maximale score heeft. Daar maakt Adri Haakman, als derde tegenstander, een einde aan. ‘Reinderman verslikt zich in spel Haakman’, is de kop in het Dagblad voor West-Friesland.

De KTV’er en zijn clubgenoot Arie Karreman (tienvoudig winnaar van de Westfriese titel) zijn de nieuwe ranglijstaanvoerders. Dimitri Reinderman herstelt zich door mede dankzij een dame-offer Arie, die in tijdnood enige tempi heeft weggegeven, te verslaan. De jongste deelnemer in het gezelschap speelt in de vijfde ronde Frans tegen Ronald Ritsema die een kans op eeuwig schaak mist en daarna promotie niet kan verhinderen.

Adri Haakman staat bovenaan, met een halfje meer dan Dimitri en anderhalf punt voorsprong op Jaap Gorter. Het Westfries kampioenschap krijgt een zinderende ontknoping. Jaap strijdt voor zijn laatste kans en wint van Adri, Dimitri is te sterk voor Dirk Mantel. En nu leidt de jonge Hoornaar (5), voor Adri (4½) en Jaap (4). Nog zijn de verrassingen niet uit de lucht. Jaap voltooit met succes zijn eindsprint – winst op Thomas Balla en daarmee vier uit vier in de laatste vier ronden – en ziet beide concurrenten verliezen. Ronald Ritsema gebruikt een sterk loperpaar optimaal om Adri Haakman zijn tweede nederlaag op rij te bezorgen. Soes Martojo offert tegen Dimitri Reinderman zijn dame voor een toren, loper en enkele pionnen. Beiden hebben nog één minuut voor tien zetten, als Dimitri zijn dame teruggeeft en dat kost hem de partij.

Toch komt het allemaal goed voor het Hoornse talent. Op twee woensdagavonden bij De Groene Zes in Bovenkarspel is hij in de barragepartijen met zowel wit als zwart te sterk voor Jaap Gorter en kroont zich tot Westfries kampioen. Niet veel later verovert hij ook de open Hoornse titel, waarna het Caïssa-talent overstapt naar Het Witte Paard. De opmars naar de nationale top is ingezet.

Nick Manshanden is 16 jaar, als hij in 2015 in het Westfries kampioenschap debuteert. En net als vorig seizoen moet de Hoornse speler het ook ditmaal met een middenmootpositie doen. Maar sterk is wel zijn optreden in Caïssa-Eenhoorn 2 dat in de landelijke derde klasse uitkomt. In vijf partijen (goed voor 4½ punt) heeft hij een TPR van 2188, ruim driehonderd punten boven zijn rating van 1872. Misschien moet Nick gaan pieken op het Westfries kampioenschap van 2017. Het zal mooi zijn als dan, precies dertig jaar na Dimitri Reinderman, weer een jeugdspeler bovenaan eindigt.

 

Jaap Gorter (1895) – Ronald Ritsema (1997) ½-½

Door de geringe krachtsverschillen in de top van het klassement staat er iedere ronde wel een topper op het programma. Jaap Gorter begint zijn zesde partij in de wetenschap dat hij bij winst Ronald Ritsema passeert en zijn titelkansen vasthoudt.

De twee kanshebbers maken er een boeiende partij van. Na twintig zetten staan alle pionnen nog op het bord, waarop Ronald de aanzet geeft om de gesloten stelling te openen. Er volgt een grote afruil en tien zetten later beschikken beiden over de dame en een toren. Van de vijf pionnen voor zwart zijn er drie geïsoleerd, bij zijn opponent alleen de e-pion.

Het tempo dat Jaap nodig heeft om de Hoornse c-pion te veroveren, biedt de clubkampioen van Caïssa-Eenhoorn de mogelijkheid op een gevaarlijke aanval op f2. Wit moet op zijn hoede zijn voor dameverlies en voor mat achter de paaltjes en moet de pion teruggeven. Met zetherhaling eindigt de topper; de slotstelling toont geen kansen voor een van de twee.

 

Rik van Ingen (1775) – Peter van Waert (1941) ½-½

Zes jaar geleden zaten Rik van Ingen en Peter van Waert in het kader van het Westfries kampioenschap voor het laatst tegenover elkaar. Het betrof toen een middenmootpartij die door Rik (met wit) werd gewonnen.

De belangen liggen nu anders. Peter deelt met Ronald Ritsema de koppositie, zijn opponent heeft een punt minder en maakt kans om in de prijzen te vallen. Rik trekt het initiatief naar zich toe en kan zich na de rokade van zwart met 12. Pf6+ grote winstkansen toeëigenen, maar kiest voor een passieve paardzet. In een gelijkwaardig middenspel verslikt Peter zich na de rokade van wit door geen vluchtveld te maken voor zijn witveldige loper. Die verliest hij na 23. f5. Als compensatie neemt hij twee pionnen en de GZ’er reorganiseert zijn stelling snel.

Wit besluit om met de kleine kwaliteit meer (twee lichte stukken voor een toren) verder te gaan. Na dameruil biedt de zwartspeler met twee actieve torens flinke tegenstand om te proberen de schade zo beperkt mogelijk te houden. Hij offert de kwaliteit om zijn a-pion naar de tweede rij te brengen, maar die blijft daar niet lang. In een toreneindspel met een paard extra voor de Aartswoud-speler lukt het zwart om dat lichte stuk te veroveren en resteert een remisestelling.

 

Peter van der Schee (1906) – Fred Avis (1859) ½-½

Als er ooit een hoofdstuk wordt geschreven over bizarre ontknopingen, dan komt Peter van der Schee – Fred Avis daar zeker voor in aanmerking. De witspeler staat duidelijk gewonnen, maar kan de juiste voortzetting niet vinden en accepteert met weinig tijd op de klok een remise-aanbod.

Beide subtoppers houden elkaar in een Spaanse partij lange tijd in evenwicht. Wel beschikt wit over meer ruimte en daar profiteert hij gaandeweg van. Fred heeft de meeste stukken gegroepeerd opgesteld op de koningsvleugel en komt op de andere flank in de problemen. Peter verovert daar eerst een pion en met actief spel legt hij het tegenspel van zwart lam. Als de Caïssa-Eenhoorn-voorzitter een achtergebleven pion verliest, ziet het er slecht voor hem uit.

Helemaal wanneer de witspeler zijn laatste passieve stuk (de loper op b1) erbij haalt. Hij kan een stuk winnen, maar de klok loopt door en de Bovenkarspelse aanvalsmachine hapert. Zwart bemerkt dat en houdt de stelling zo gecompliceerd mogelijk. De GZ’er verspeelt met de slotzet zijn dame, hoewel de zwarte vorstin ook niet te redden is. Daarop vinden de twee elkaar met remise.

 

Andrew Weltevreden (1734) – Erik Romkes (1678) 1-0

Net als vorig seizoen nemen Andrew Weltevreden en Erik Romkes het in de vijfde ronde tegen elkaar op. Wederom met de witte stukken voor de GZ’er, maar de uitslag wordt anders. Andrew neemt revanche voor zijn nederlaag uit 2015 en handhaaft zich in de subtopgroep met kans op een eindprijs.

In de Draak heeft wit lang gerokeerd en zet op de koningsvleugel de aanval in. Alle pionnen vormen de frontlinie met daarachter de zware stukken die op meerdere manieren in actie kunnen komen. Erik krijgt geen gelegenheid om zijn verdediging te versterken. Met een doorschuivende f-pion vergroot Andrew de druk nog een beetje en dan beseft zijn opponent dat er geen herhaling van afgelopen jaar in zit.

 

Rob Bijpost (1746) – Nick Manshanden (1872) ½-½

De vijfde ronde geeft Nick Manshanden de kans om wat aan het zelfvertrouwen te doen in een drukke week. In de clubcompetitie van Caïssa-Eenhoorn heeft hij twee dagen eerder onverwacht verloren en twee dagen na de Westfriese ronde wacht een bondswedstrijd in het tweede team dat in de landelijke derde klasse zijn kampioenskansen zal verdedigen. Op de valreep doet hij ook nog mee in een duel van het viertallenteam van zijn club. De remise tegen Rob Bijpost is het begin van een drieluik met een totaalscore van 2½ punt.

De ervaren Aartswoud-speler moet zich al snel instellen op een aanval op de koningsvleugel. Er worden verschillende stukken geruild, maar de druk blijft aan. Nick kijkt met drie stukken naar de pion op e3. Wit dicht het gat, maar wordt geconfronteerd met een dame-uitval met schaak naar h2. Die switch levert na torenruil pionwinst op en daar komt dankzij de samenwerking van dame met paard en een aantal schaakjes nog een pion bij.

Robs koning vlucht van f1 naar a5. Op een beslissend moment kan zwart niet doordrukken en hij verslikt zich bovendien in het taaie verdedigen van zijn opponent. De witspeler werkt de achterstand van twee pionnen weg en komt zelfs een stuk voor te staan. In wederzijdse tijdnood levert zetherhaling remise op.

 

Lukas Boots (1750) – Dirk Lont (1878) 1-0

Ook Lukas Boots – Dirk Lont is een partij die een jaar geleden eveneens op het programma stond. Toen in de derde ronde, met eveneens winst voor wit die in een gelijkwaardige stelling de Blokkerse vlag zag vallen.

De middag ervoor heeft Dirk een uitstekende partij gespeeld in het NHSB-lenteveteranenkampioenschap, waarin hij hoog geklasseerd staat (tweede). Het lukt hem niet dat niveau in de speelzaal van De Groene Zes te evenaren. Al op de zesde zet verliest zwart onnodig een centrumpion en hij treft het niet dat Lukas prima verder speelt en hem geen kans geeft terug te komen in de partij. In het vroege middenspel geeft de Caïssa-Eenhoorn-routinier de kwaliteit om zijn verdediging in stand te houden. Na dameruil sputtert Dirk met een actief loperpaar nog wel tegen en met een pion meer offert Lukas de kwaliteit om die samenwerking te breken.

In een eindspel van een wit paard contra een zwarte loper krijgt de witspeler een vrijpion op de d-lijn. Hij heeft zijn paard uitstekend opgesteld en zijn opponent is niet bij machte de opmars tegen te houden. De promotie wordt overigens wel verhinderd en de laatste stukken verdwijnen van het bord, maar dan kan de koning van Lukas alle zwarte pionnen opruimen om drie verbonden vrijpionnen te creëren.

 

Erwin Brouwer (1828) – Rik Slaman (1842) 0-1

Rik Slaman bouwt ondertussen in het Westfries kampioenschap een aardige staat van dienst op. In de afgelopen tien jaar heeft hij elf keer gewonnen, maar in deze editie moet hij het doen met drie remises. Dat gemiddelde van één stelt hij tegen Erwin Brouwer veilig.

De Hoornse debutant heeft zich ontpopt als een aventurier d’échecs, een schakende avonturier die tegen Rik voor het Frans kiest. Er komt een wat ongewone variant op het bord. Wit heeft het terugnemen (op d4) van een geofferde pion uitgesteld en hij komt in de problemen, als de zwartspeler een loper kan insluiten. Daarna wordt er veel geruild en in de open stelling begint de achterstand van een stuk steeds zwaarder te wegen. Erwin offert een paard om twee centrumpionnen te veroveren, maar hij strijdt voor een verloren zaak en gunt zijn opponent het uitvoeren van de matzet.

 

Copyright © 2010 Westfries Schaakkampioenschap | Website realisatie: BeNancy Media