De zes zijn niet zo groen meer

Posted by Co Buysman on 28 februari 2020 in Verslag |

Op zaterdag 14 december j.l. is de wedstrijd Opening’64 – Caïssa-Eenhoorn 3, voor de KNSB-competitie, gespeeld. De eerste drie schakers in dorpshuis De Geist in Sint-Pancras zijn Edwin Flierman (die namens de thuisploeg al bezig is de speelzaal in te richten) en de Hoornse routiniers Ger Roos en Arend Stapel. De drie tonen een blik van – vage – herkenning. ,,Ik heb vroeger bij De Groene Zes gepeeld’’, opent Edwin het welkomstgesprek. ,,Ik ook’’, zegt Arend. ,,En ik ook’’, volgt Ger.

We hebben een schaakclub uit een dorp onder de rook van Alkmaar en een schaakclub uit de hoofdstad van Westfriesland en bij de eerste wederzijdse woorden klinkt de naam van de schaakclub uit Bovenkarspel, op de laatste donderdag van februari 2020 gastheer voor de tweede avond van het Westfries kampioenschap. Maar de groene zes zijn niet zo groen meer. De vereniging is opgericht door zes Streekers die zichzelf een groentje op het schaakbord vonden. Voor de 69e editie van het WFK wordt aan zes borden gespeeld en de meeste deelnemers hebben jarenlange ervaring.

Ingeklemd tussen de oude en de nieuwe Westfrisiaweg liggen vier dorpen op een rij: Hoogkarspel, Lutjebroek, Grootebroek en Bovenkarspel. Gezamenlijk goed voor ruim 30.000 inwoners, waarbij de Bovenkarspelers eenderde vormen. Er zijn twee schaakclubs: Torenhoog (Hoogkarspel) en De Groene Zes. Samen tellen zij nog geen promille van de bevolking.

Dat is wel eens anders geweest. In de eerste helft van de twintigste eeuw, met name in de eerste jaren van de Rooms-Katholieke Westfriesche Schaakbond – opgericht in 1938 – hadden alle dorpen een schaakclub. In Bovenkarspel OLIS (Ons Leus Is Schaken), in Grootebroek DWS (Door Wilskracht Sterk) en Schaakmat, in Hoogkarspel Schaaklust en in Lutjebroek BMT (Biedt Moedig Tegenstand). En dan zijn er nog voorgangers als SIOG uit Grootebroek en de Hoogkarspelse clubs Boer, SLD, DEZ en Ons Genoegen.

Maar we laten het verleden achter ons. Voor de tweede ronde van het Westfries kampioenschap schaken we in het Vereenigingsgebouw, waar De Groene Zes al jaren zijn domicilie heeft. Het is in het begin van de avond even improviseren. Er wordt in het pand vereenigd, om het voltooid deelwoord uit het jaar van de ingebruikneming (1887) te gebruiken. De spelers van biljartclub ’t Trefpunt zijn actief in de grote zaal met de bar, het koor Streeksmart zingt in de grote feestzaal en de twaalf deelnemers aan het Westfries schaakkampioenschap zitten in de garderobe. Verschil moet er zijn. Het is een vooruitgang ten opzichte van de eerste ronde, toen een stellage in de verbouwde speelzaal van Attaqueer uit Nibbixwoud werd gebruikt om de jassen op te hangen. Nu zijn er echte kapstokken.

Voor de clubcompetitie van De Groene Zes worden slechts twee partijen gespeeld. Er zijn vijf leden aanwezig en Hans Slot is de oneven pechvogel. Als hij naar huis wil gaan en de garderobe verlaat, staat hij ineens met de deurklink in de hand. Niet veel later vormt WFK-organisator en Groene Zes-speler Nico Weel de helft van de reparatieploeg.

Een van de GZ’ers die een clubpartij heeft, is Renzo Snel. Hij neemt het met zwart op tegen Dick Reinold en speelt prima. Schrijver dezes verlaat even het WFK-terrein om de twee clubpartijen (Groene Zes-voorzitter Rob Smit zal later het onderspit delven tegen Bas Doodeman) te volgen en merkt tegen Nico op dat Renzo – zijn februarirating is 1097 – een mat in drie heeft gemist. Enkele tellen later wordt hij door Dick gefeliciteerd. Renzo beslist de strijd met een mat in twee.

De twaalf WFK-gangers zorgen voor veel spanning. Drie witspelers winnen, drie zwartspelers winnen. Het aantal remises na twee van de zeven ronden bedraagt welgeteld één. Emil Zaal is – met Wilko van der Gracht – gedeeld eerste, maar hij staat alleen bovenaan als het om het aantal zetten gaat. Na de 75 op 14 februari schrijft hij er ditmaal 63 op.

Een paar uur eerder heeft Streeksmart ‘Avond’ van Boudewijn de Groot gezongen. De mannen- en vrouwenstemmen vormen, met begeleiding van één gitaar, een fraaie combinatie. ,,Je kunt niet zeker weten, maar alles gaat voorbij.’’ En dat is kort na middernacht ook met de Bovenkarspelse avond het geval.

 

René Brouwer (1631) – Gerard Beerepoot (1602) 1-0

In de eerste ronde is oud-Westfries kampioen Rob van den Heuvel nog te sterk voor hem geweest, maar dichter bij huis behaalt René Brouwer zijn eerste WFK-overwinning. De speler van Schaaklust uit Andijk slaat toe tegen Gerard Beerepoot. Met het Evansgambiet legt wit de basis voor zijn succes.

Door een dubbele aanval op f7 krijgt René zijn geofferde pion snel terug. Hij zet het centrum onder druk en creëert daarmee zwaktes in de zwarte stelling. Gerard verzuimt na 15. dxe5 dezelfde zet uit te voeren en heeft meteen een groot probleem. Veld f4 blijft vrij voor de Andijker dame en zij staat daar dominant. Als de witspeler een tweede centrumpion verovert, beseft de Attaqueerder dat hij voor een kansloze missie staat.

 

Fred Avis (1859) – Peter Poncin (2005) 0-1

Voor de tweede maal dit seizoen delft Fred Avis het onderspit tegen clubgenoot Peter Poncin. In het najaar bij het herfstveteranenkampioenschap van de Noordhollandse Schaakbond zegevierde de Westfriese titelverdediger als witspeler, nu pakt hij met zwart het punt.

De oud-NHSB-voorzitter mag graag de Trompowsky-opening van stal halen, maar had daar vorig jaar op het WFK weinig succes mee. Misschien dat hij daarom 3. Lxf6 doet; in de vorige editie tegen Emil Zaal en Robbert van Dijkhuizen bleef de zwartveldige loper op het bord. Peter bouwt zijn stelling goed op en maakt avontuurlijke zetten van zijn opponent – die die vaak speelt – onmogelijk. Het positionele spel past beter bij zwart.

Vanaf 16. Pe1 komt Fred met enkele mindere zetten en heeft geen antwoord op het naderende gevaar op de koningsvleugel. Terwijl van beiden slechts een licht stuk en een pion zijn geruild, staat hij na 23. Ta5 verloren. De zwartspeler dreigt met de toren wits pion op c5 te nemen om de witte dame in grote problemen te brengen.

 

Jan Stapel (1803) – Jaap Gorter (1822) 1-0

Jan Stapel en Jaap Gorter gaan op herhaling. Net als drie jaar geleden zitten ze in de tweede ronde tegenover elkaar en net als drie jaar geleden zegeviert Jan. En net als drie jaar geleden is het weer een boeiend gevecht.

Het enige verschil met 2017 is dat de Aartswoud-routinier destijds in de speelzaal van zijn eigen club zwart had en nu de witte stukken inzet. Jaap antwoordt met het Hollands en plaatst een goede verdediging tegenover de opkomende pionnen van zijn opponent. In een gelijkwaardige stelling gaat het vanaf 20. … f4 mis. De witspeler heeft zijn dame op c2 en een loper op d3 en na de tekstzet wordt de diagonaal heel aantrekkelijk voor een offer. Dat komt er en dan blijkt ineens dat enkele zwarte stukken onfortuinlijk geposteerd zijn. Jan wint het stuk vrijwel direct terug en speelt een gewonnen partij.

 

Wilko van der Gracht (2057) – Rob van den Heuvel (1884) 1-0

Na remises in 2006 en 2012 krijgt de tweestrijd tussen de clubgenoten Wilko van der Gracht en Rob van den Heuvel in Bovenkarspel wel een winnaar. Acht jaar geleden voerden de twee Aartswoud-spelers het veld aan na drie ronden en eindigde hun onderlinge in remise. Rob verloor zijn vijfde partij en boekte daarna twee overwinningen. De laatste was in de voormalige tafeltenniszaal van hetzelfde Vereenigingsgebouw, waarin we nu zitten. Omdat alle concurrenten hele en halve punten lieten liggen, werd hij verrassend Westfries kampioen.

Tegen Wilko lijkt hij ditmaal op weg om op een score van honderd procent te blijven staan. Wit kiest voor aanvallend spel en dat levert hem na zo’n twintig zetten een goede stelling op. Dat verandert na 23. Lc4, waarmee zwart de kans krijgt zijn paarden actief te laten springen. Wilko houdt de schade beperkt tot pionverlies, maar hij stond er al één achter.

Ondertussen heeft Rob een tijdsachterstand van een half uur opgelopen, terwijl de winst nog zeker niet in zicht is. Zijn opponent zorgt ervoor dat de damevleugel een open karakter krijgt, waardoor de veiligheid voor de zwarte koning in het geding is. Hij verkleint het verschil in tijd aanzienlijk, maar niet het gevaar en via de open b-lijn slaat Wilko toe.

 

Axel Zee (1586) – David Verweij (1725) 0-1

David Verweij volgt het voorbeeld van René Brouwer – die de eerste uitslag van de avond neerzet – door ook als debutant zijn eerste WFK-zege te behalen. Het wordt tegen Axel Zee een lange zit. Net als in de eerste ronde, toen tegen Emil Zaal, ontpopt de outsider van De Groene Zes zich als een heel lastige opponent en na zo’n twintig zetten heeft hij een betere stelling dan de zwartspeler. Om die vast te houden was het misschien beter geweest wat materiaal te ruilen.

Beetje bij beetje dringt David wit terug. Hij valt de zwartveldige loper aan, daarna een achtergebleven pion op b3. De verplichte antwoorden verkleinen de positionele voorsprong van de GZ’er. Verschillende keren is Pd5 een goede zet, maar als wit dat paard naar a2 speelt, neemt het Aartswoud- en het Caïssa-Eenhoorn-talent het heft in handen. Hij plaatst alle zware stukken op de open d-lijn. Na een massale afruil maakt David veld c4 vrij voor een loperzet die op slag winnend is.

 

Peter van Waert (1884) – Emil Zaal (1836) 0-1

Het lijkt erop dat Emil Zaal, die voor de derde keer meedoet, zich per jaar verbetert. Bij zijn debuutoptreden anderhalve punt in het hele toernooi behaald, in 2019 één punt na twee ronden en nu twee gewonnen partijen op zak. Hij blijft in een zinderend eindspel rustig.

Peter van Waert wijkt in een Siciliaan al op de derde zet van de gebruikelijke opening af en speelt 3. b4. Zwart neemt het gambiet aan en trekt meteen met de dame en twee lichte stukken ten aanval. Hij haalt de rokademogelijkheid uit de stelling, maar de ervaren speler uit Hem ligt daar niet wakker van en heeft een plan op de damevleugel bedacht. Met witte pionnen op c5 en d5 – op half open lijnen – beseft Emil dat hij ook aandacht aan zijn verdediging moet besteden en komt met het sterke 18. … Lh6. Hij accepteert kwaliteitsverlies, maar na dameruil spelen zijn overgebleven stukken (toren, loper en paard) een dominante rol.

Ze belanden in een eindspel met twee torens contra toren en loper, terwijl zwart een pion meer heeft. De vier op de koningsvleugel, contra drie van Peter, schuiven heel langzaam op. Een fout van de Attaqueerder kost hem de loper, al snoept hij wel een pion mee en is die op e4 opeens een vrijpion geworden. Niet veel later komt er een vrijpion op de f-lijn bij, al is de stelling voor Emil verloren. Peter speelt echter enkele minder sterke zetten en mist de kans om de voorste f-pion te slaan. Zwart grijpt zijn kans en buigt de verloren stand om in een gewonnen partij.

 

Copyright © 2010 Westfries Schaakkampioenschap | Website realisatie: BeNancy Media