Barrage voor oud-kampioenen

Posted by Co Buysman on 12 april 2016 in Verslag |

Net als een jaar geleden krijgt het Westfries kampioenschap een verlenging. Ronald Ritsema en Peter van Waert, de koplopers na zes ronden, winnen hun laatste partij en houden daarmee vijf concurrenten op afstand. Beide titelkandidaten gaan in een barrage uitmaken wie de eindzege pakt. De Westfriese kampioenen van 1991 (Peter) en 2014 (Ronald) spelen de beslissingstweekamp op 12 en 19 april bij Caïssa-Eenhoorn.

Van Peter de Waerts kampioenschap in 1991 is in het vijfderondeverslag melding gemaakt, over de WFK-historie van Ronald Ritsema is nog niet geschreven. De clubkampioen van Caïssa-Eenhoorn doet dit seizoen ‘slechts’ voor de achtste keer mee, maar zijn debuut dateert van 31 jaar geleden.

Het evenement van 1985 staat in het teken van de jeugd. Vooral dankzij de afvaardiging van De Groene Zes. De Bovenkarspelse vereniging wordt bij de start vertegenwoordigd door de 17-jarigen Ronald Ritsema en Ardjan Langedijk, van wie laatstgenoemde enkele dagen voor de slotronde zijn verjaardag viert. Hun leeftijdgenoot Eddy Schouten doet – met Arnold van der Wolff – namens Caïssa mee. De drie talenten zullen in de top zes eindigen.

In de eerste ronde spelen traditioneel clubgenoten tegen elkaar en Ronald en Ardjan delen het punt. De Bovenkarspelse jeugdschaker zorgt in zijn tweede partij voor een verrassing door Jaap Gorter, ook dan al een van de favorieten, te verslaan. ,,Hoewel Gorter in de beginfase de betere stand had, nam Ritsema langzaam het initiatief over. Enkele dubbele penningen op de koning en dame werden Gorter uiteindelijk noodlottig’’, meldt het Dagblad voor West-Friesland van 25 februari 1985.

Ronald neemt het in de derde ronde op tegen de als eerste geplaatste Arie Karreman en delft het onderspit tegen de KTV-routinier die een maand later zijn negende Westfriese titel verovert. De vierde tegenstander is Cees Fris (Attaqueer) die met de remise ongeslagen blijft, maar daarna in het toernooi wegzakt.

Soes Martojo is de regerend kampioen die een slechte start kent (een halfje uit twee), een bescheiden rol blijft spelen en zijn enige winstpartij tegen Ronald boekt. Het klassement toont een grote middengroep. Hoewel Ronald in de resterende twee ronden zwart heeft, komt hij tot een mooie eindsprint van anderhalve punt – Arnold van der Wolff verliest, KTV’er Karel ten Geusendam houdt hem op remise – en dat levert het GZ-talent in een veld van veertien deelnemers de zesde plaats op. Ardjan Langedijk wordt vijfde, Eddy Schouten tweede.

Twee jaar later verbetert Ronald Ritsema zich iets (vijfde). In 2000 volgt zijn derde optreden, namens HSV De Eenhoorn. Hoewel als derde geplaatst, behaalt hij een bescheiden klassering. Vanaf 2012 krijgt de dan voor Caïssa uitkomende routinier de Westfriese smaak te pakken. Na twee middenmootnoteringen volgt het behalen van de titel in 2014, met Jaap Gorter en Peter Holscher. De prestatie wordt gerealiseerd dankzij vooral een sterke tweede toernooihelft. In de derde ronde verliest Ronald van Peter en staat hij op een score van vijftig procent. Met aansluitend 3½ uit vier (remise tegen Jaap) nestelt Ronald zich op gelijke hoogte met zijn beide concurrenten. Omdat het al laat in het seizoen is, lukt het niet om tenminste drie data te vinden voor de beslissingspartijen, waarna wordt besloten om de titel te delen.

Maar de barrage komt er nu wel. Het is zowel voor Peter van Waert als voor Ronald Ritsema voor het eerst dat ze zo’n mini-tweekamp spelen.

De slotronde wordt gehouden in de speelzaal van KTV, in verenigingsgebouw De Nieuwe Doelen. We kijken nog eens goed rond, want de komende maanden zal er het nodige veranderen. Omdat de gemeentelijke subsidie is stopgezet, wil de eigenaar voortaan meer commercieel gericht te werk gaan. Met de mogelijkheid om meer particuliere en zakelijke activiteiten te ondernemen. Dan moet het zalencentrum wel aangepast worden aan de eisen des tijds. Het is de bedoeling dat de verbouwing in september klaar zal zijn en dat betekent dat de Enkhuizer schaakvereniging in het nieuwe seizoen in een vernieuwde omgeving aan zet is.

 

Ronald Ritsema (1997) – Rik van Ingen (1775) 1-0

De twee koplopers, allebei met wit, zitten naast elkaar en kunnen het verloop van elkaars partijen goed in de gaten houden.

Ronald Ritsema trekt snel het initiatief naar zich toe en opent het centrum, als hij wat actiever staat dan Rik van Ingen. Als de meeste lichte stukken zijn geruild, heeft wit dan ook een pion voorsprong. Hij kiest echter iets te vroeg voor de aanval, waardoor de zwartspeler met 30. … Pf5 de machine laat haperen. Met een sterk kwaliteitsoffer houdt Ronald die toch aan de praat. Er verschijnen vrijpionnen op c6 en d5 die Rik heel moeilijk kan wegnemen. Zijn opponent krijgt de kans om op de koningsvleugel twee pionnen op te ruimen, waardoor de zwarte monarch minder bescherming geniet.

Ondertussen heeft Peter van Waert gewonnen, waardoor Ronald dezelfde prestatie moet leveren om de barrage uit het vuur te slepen. Hij behandelt het verre middenspel uitstekend. De c6-pion is dan geslagen, maar er komt nu een vrijpion op d7. Terwijl Riks aandacht naar die pion gaat, verovert de clubkampioen van Caïssa-Eenhoorn de laatste pionnen op de koningsflank en dan is er voor zwart geen redding mogelijk.

 

Peter van Waert (1941) – Andrew Weltevreden (1678) 1-0

De clubgenoten Peter van Waert en Andrew Weltevreden hebben op het Westfries kampioenschap nog nooit tegenover elkaar gezeten en beleven de primeur bij KTV. Andrew speelt overigens ook mee in de Enkhuizer clubcompetitie en regelmatig komen KTV’ers kijken.

Wit steekt momenteel in een goede vorm en onderstreept dat in de slotronde. Hij offert een centrumpion, maar als de ranglijstaanvoerder die op de zestiende zet terugwint, is het evenwicht niet verstoord. Andrew geeft prima tegengas en na dameruil lijkt winst voor de witspeler nog ver weg.

Opeens wordt de balans verstoord. Zwart laat een torenruil op e7 toe, waarna zijn zwartveldige loper daar onbeschermd staat. Het biedt Peter de mogelijkheid een pion te veroveren. Vervolgens houdt hij zijn laatste toren achter de pionnen, terwijl zijn opponent dat zware stuk ervoor opstelt. Dat breekt Andrew op. Na 34. a4 heeft zijn toren op de vijfde rij slechts twee vluchtvelden en hij pakt de verkeerde. Al had zeer waarschijnlijk het betere 34. … Td5 (met vervolgens een isolani daar en een kans op nogmaals pionverlies) geen beter resultaat opgeleverd. Even later raakt ook Andrews loper ingesloten en met een stuk minder strandt ook zijn slotactie. Een vrijpion blijft op a2 steken en zal verloren gaan. Net als de partij.

 

Peter van der Schee (1906) – Jaap Gorter (1895) ½-½

De langste partij van de zevende ronde is die tussen Peter van der Schee en Jaap Gorter. Schaaklusts routinier staat een halfje achter de beide koplopers, Peter een heel punt. Liefst zeven deelnemers kunnen nog op de eerste plaats (al dan niet gedeeld) eindigen.

Kort na de opening komen Dirk Mantel en Piet Reus binnen. Twee oud-deelnemers van het Westfries kampioenschap, maar nu clubgenoten van Jaap en supporters. Als niet lang daarna ook Arjen Vriend, voorzitter van de achttien leden tellende Andijker vereniging, de opgestane Jaap begroet, zegt de oud-kampioen met een glimlach: ,,Nog veertien te gaan.’’

Hij maakt er met Peter een spannende partij van. Er wordt weinig geslagen en het is zoeken naar de juiste velden voor de stukken. Na 33 zetten zijn er drie open lijnen (b, d en f) en wit besluit om via de f-lijn de aanval te zoeken. Jaap kan evenwel alles keepen, maar hij verslikt zich als hij met een toren de dame blokkeert die een isolani op e5 verdedigt.

Het is het begin van een zinderend eindspel, waarin met name voor de GZ’er de klok een rol speelt. De pakweg laatste 35 zetten van de partij hoeft Peter niet te noteren, maar hij schrijft er wel veel op. Wit lijkt een stuk te winnen, al heeft Jaap een sterk antwoord in petto. Door de dreiging van een mat achter de paaltjes moet de Groene Zes-speler het stuk teruggeven.

Na dameruil heeft hij in een eindspel van een eigen loper contra een Andijks paard nog steeds een pion meer. Jaap realiseert een vrijpion op de a-lijn, maar zijn opponent offert de loper om promotie te verhinderen en kan door de betere positie van zijn koning zwarts laatste pionnen op de koningsvleugel opruimen. Omdat ook de resterende witte pionnen verloren zullen gaan en alleen een paard overblijft, wordt kort voor middernacht de uitslag bekend: ½-½.

 

Fred Avis (1859) – Erwin Brouwer (1828) 1-0

Door de absentie van Dirk Lont, de aanvankelijke tegenstander van Fred Avis, wordt het slotprogramma enigszins aangepast. Fred maakt kans op een eindprijs en de organisatie besluit om hem geen gratis punt te geven. Hij krijgt Erwin Brouwer tegenover zich, terwijl Erwins eerdere opponent Nick Manshanden een vrije ronde (en daarmee een reglementair punt) heeft.

Voor wit telt alleen de winst, maar ook zijn clubgenoot wil aanvallen. Met 17. … h5 staan al vijf pionnen op de vierde of vijfde rij. Een nadeel is wel dat er daarachter veel ruimte ligt en de zwarte verdediging kwetsbaar wordt. Beiden rokeren vervolgens lang en als alle lichte stukken en de dames zijn geruild, houden ze de torens en elk vier pionnen over.

De stelling is dan remise-achtig, ook als Erwin de torens op de eerste rij verdubbelt en met mat op c1 dreigt. Fred maakt een vluchtveld en even later heeft er torenruil plaats. Handig manoeuvrerend verovert de witspeler de a-pion, maar het volle punt is dan nog niet in beeld. Dat zicht wordt duidelijker, als de witte vrijpion op de a-lijn beetje bij beetje opschuift en de witte toren een betere positie heeft dan de zwarte. Wel krijgt Erwin nog kansen op remise (65. … Te7, om de opmars van de a-pion te blokkeren; 66. … Te1, met matdreiging op a1), maar de aanvalsspeler gaat in de verdediging en dat breekt hem op. Hij komt in zetdwang en kijkt tegen een verloren stelling aan.

Fred eindigt zo gelijk met Jaap Gorter op de derde plaats. Reglementair tellen dan de weerstandspunten en die zijn van de Andijker veel hoger.

 

Rik Slaman (1842) – Lukas Boots (1750) ½-½

De enige WFK-partij tussen Rik Slaman en Lukas Boots werd in 2012, ook in de slotronde, gespeeld. Rik zegevierde toen in een Franse strijd met zwart, maar moet nu flink aan de bak om als witspeler een half punt veilig te stellen.

In het middenspel oogt de stelling van Lukas iets beter. Hij heeft op beide flanken degelijke pionnenstructuren, terwijl wit op de damevleugel kwetsbaarder lijkt. Na dameruil forceert zwart een dubbelpion voor zijn opponent op de f-lijn. Beiden beschikken over de torens en een zwartveldige loper. De zware stukken belanden eveneens in de doos en dan verkeert wit in serieus gevaar. Hij verliest ook zijn f2-pion en heeft vier losse pionnen, terwijl de zwarte op beide flanken nog steeds verbonden zijn.

Met weinig minuten over verzuimt Lukas om tijdig op de koningsvleugel een doorbraak te forceren. Als er toch een vrijpion op g3 komt, heeft zijn opponent er een op de a-lijn en dat zijn de laatst overgebleven pionnen. Het lijkt erop dat beide spelers hun loper kunnen geven om promotie te verhinderen en daarom vinden ze elkaar met remise.

 

Erik Romkes (1734) – Rob Bijpost (1746) 1-0

Met een score van vijftig procent eindigt Erik Romkes in de grote middengroep. Rob Bijpost moet het deze editie zonder winstpartij doen. Vijf remises op rij tonen aan dat hij moeilijk te verslaan is, hoewel hij in de slotronde een nul incasseert.

Het Wolga-gambiet verschijnt op het bord, al neemt wit de op a6 aangeboden pion niet aan. De zwartspeler zorgt voor pressie op de damevleugel, maar Erik stelt zijn stukken goed op. Robs dame gaat voorop in de strijd en hij besluit haar te geven voor een toren en een paard om druk op de ketel te houden. Dat lukt niet. Wit verovert de zwarte a-pion alsnog en beschikt dan over twee verbonden vrijpionnen op die flank. De Aartswoud-routinier biedt taai verzet. Als het materiaal wat is uitgedund, kan Erik zijn dame ruilen voor beide torens en dan krijgt de vrijpion op b6 vrij baan naar promotie. Dat wacht Rob niet af.

 

Copyright © 2010 Westfries Schaakkampioenschap | Website realisatie: BeNancy Media