Anders in Abbekerk

Posted by Co Buysman on 1 maart 2019 in Verslag |

Het is op deze jaarlijkse gastavond anders in Abbekerk. De deelnemers aan het Westfries kampioenschap worden als vanouds enthousiast ontvangen door De Pionier. Maar de kwinkslag in het welkomstwoord van Arnold Velthuis is duidelijk. ,,Omdat jullie hier zijn, hebben we iedereen naar huis gestuurd. Er is alleen nog ruimte voor Dale en mij.’’ ,,De toppers’’, reageert Marc Helder, een van de drie WFK-koplopers, ad rem.

De clubcompetitieronde van De Pionier telt deze donderdagavond welgeteld één partij: Arnold Velthuis – Dale Neijzing. Het voortbestaan van de vereniging is in gevaar. En dan kijk je toch anders rond in de sfeervolle schaakzaal van café-restaurant Het Nieuwe Bonte Paard. Gastheer Diederik komt langs met koffie, later staan er kommen met nootjes naast de klokken. In de hoek een vierkante tafel met een echt schaakbord – van pakweg tachtig bij tachtig centimeter – als blad.

Is dit de laatste keer dat we hier zijn? Het is nauwelijks voor te stellen. In het seizoen 2011-2012  had De Pionier nog een clubcompetitie met veertien deelnemers die zelden een avond misten. Verschillende oudere leden haakten echter om gezondheidsredenen af; anderen stopten vanwege een verhuizing. Een ruime week geleden is Klemens Schäffer, lid van het eerste uur, overleden. Hij werd in 2012 in de clubcompetitie derde, achter winnaar Lukas Boots en Arnold Velthuis. Toen deed ook de 15-jarige Toine Molenaar, het grootste talent van De Pionier, mee. Voor zijn ontwikkeling was een overstap naar een sterke competitie beter en inmiddels is Toine een van de toppers van Aartswoud. Lukas Boots is daar, na het veroveren van talrijke Pionier-titels, eveneens op de vrijdagavond actief.

En dan blijven er anno 2019 niet veel spelers meer over. In 1989 was De Pionier begonnen in de huiskamer, waar verschillende schaakliefhebbers hun onderlinge partijen speelden. Na de oprichting belandde de club in wijkcentrum De Molenwoid in Midwoud en via café De Rode Leeuw in Benningbroek is De Pionier in Het Nieuwe Bonte Paard in Abbekerk terecht gekomen, waar enkele jaren geleden de daling al was ingezet en menig clubpartij in de zaal met de vrouwenbiljartclub is gespeeld.

Op tweede paasdag 2009 vierde de vereniging haar 20-jarig bestaan met een toernooi met verschillende speeltempi: vijf, tien en twintig minuten. Dat viel zo in de smaak dat de traditie van het Anders dan Anders-toernooi werd geboren. Arjon Buikstra (HSV De Eenhoorn) zegevierde, voor Marc Helder (Aartswoud) die op deze WFK-avond de topper speelt tegen mede-koploper Tom Balla. In de B-groep werd overigens WFK-organisator Nico Weel eerste.

Het Anders dan Anders-toernooi heeft in de loop der seizoenen zijn naam eer aangedaan. Een toernooiopzet die anders dan anders is, een deelnemersveld dat vaak anders dan anders is, anders dan andere grootmeesters (Karel van der Weide, Vladimir Episjin), de prijsuitreiking die anders dan ander is, de verhalen die anders dan anders zijn. In het eerder genoemde jaar 2012 nam David Klein, destijds 18-jarig talent uit Heemstede, met veel succes deel aan het Europees kampioenschap in Plovdiv, waar de ene na de andere grootmeester zich in hem verslikte. De terugreis vanuit de Bulgaarse stad werd verlengd met een ritje naar Abbekerk en zonder goede nachtrust meldde David zich bij de wedstrijdtafel van De Pionier. Om ook op het Anders dan Anders-toernooi volop punten te scoren, al moest hij de eerste plaats laten aan Dimitri Reinderman. Geen anders dan andere winnaar, want de Amsterdamse grootmeester is met vijf zeges recordwinnaar in het Westfriese dorp.

De Pionier is een anders dan andere schaakclub. Al een aantal keren op rij komt de organisatie van het Westfries kampioenschap in Abbekerk de meeste toeschouwers bij een WFK-ronde tegen. Ditmaal zijn Jessica Stratmann, Jos Vlaar, Wilko van der Gracht en Hans Kooter nieuwsgierig naar de verrichtingen op de acht borden. Op vrijwel alle WFK-avonden zijn de clubpartijen eerder afgelopen dan die van het Westfries kampioenschap. Maar als Robin Duson haar strijd tegen Emil Zaal heeft gewonnen, staan alle WFK-deelnemers bij de bar, terwijl Arnold Velthuis en Dale Neijzing voor de interne van De Pionier nog bezig zijn. Ook dat is anders dan anders.

Maar laten we hopen dat volgend jaar nog veel bij het oude blijft.

 

Tom Balla (1990) – Marc Helder (2076) ½-½

Precies dertig jaar geleden maakte Tom Balla zijn debuut op het Westfries kampioenschap, Marc Helder deed dat een jaar later. In 1990 gingen beide toenmalige Westfriese talenten – nu zijn ze routiniers – na vijf ronden aan de leiding en speelden ze in Het Kontaktcentrum in Hoorn tegen elkaar; met dezelfde kleuren. De topper kreeg geen winnaar, maar in de slotronde versloeg Marc Caïssa-speler Dirk Lont (die zich bij de koplopers had genesteld) en ging Tom onderuit tegen Mark van Ojik, de nummer 2 van de eindstand.

Ook hun tweede WFK-partij eindigt in remise. In de Caro-Kann worden vlot enkele lichte stukken geruild. De strijd kabbelt nog enige tijd voort en snel is duidelijk dat geen van de twee het risico van verlies wil nemen. Tom en Marc zorgen voor een solide stelling en tekenen na zeventien zetten de vrede. Net als in 1990 blijven ze bovenaan staan, met een derde speler (Peter Poncin). Het verschil is dat er nog vier ronden te gaan zijn en dat een flink aantal achtervolgers op de loer ligt. De spanning is in ieder geval toegenomen.

 

 

 

Aris Ruijter (1649) – Peter Poncin (1963) ½-½

De prestaties van Aris Ruijter doen denken aan die van Peter van der Schee in 2009. Als nieuwkomer – en deelnemer met de op twee na laagste rating – verraste de speler van de toen 50-jarige vereniging De Groene Zes drie oud-Westfries kampioenen om in de slotronde titelverdediger Peter Holscher te verslaan en op sensationele wijze eerste te worden. Zo ver is de Attaqueerder nog niet, maar ook Aris is debutant en heeft een van de laagste ratings in het deelnemersveld. En hij presteert eveneens opzienbarend.

Er komt een iets andere Caro-Kann op het bord dan bij Tom Balla – Marc Helder. Wit heeft vlot zijn h-pion naar de vijfde rij getransporteerd en lijkt daar kwetsbaar. Het lukt zijn opponent niet die te veroveren. Als veel lichte stukken aan de kant staan, is het evenwicht niet verstoord. Peter kan een pion op e5 nemen, maar zijn ontwikkeling is nog niet voltooid en het actievere materiaal van de witspeler biedt voldoende compensatie. Zwart doet het overigens niet en de twee belanden in een eindspel met alle torens en elk zes pionnen. Het eerste stel wordt op de open d-lijn geruild en dan kijkt de Caïssa-Eenhoornaar tegen een iets betere stelling aan. Aanlokkelijk lijkt 29. … Ta4, als tussenzet voor een aanval op de kwetsbare pionnen op e5 en h5. Er volgt 29. … Ta5 en niet veel later zit er aan beide kanten geen vooruitgang meer in: remise.

 

 

Emil Zaal (1830) – Robin Duson (1990) 0-1

Van de zeven eenpunters behalen vier in de derde ronde een overwinning. Robin Duson is een van het kwartet. Zij kiest tegen Emil Zaal voor de Benoni, met een onverwachte negende zet: … b5. Met het pionoffer wint de zwartspeelster een tempo om de druk op de verzwakte e4-pion te vergroten. Die verdwijnt ook snel van het bord en vervolgens ontwikkelt zich een langdurige, spannende strijd. Even lijkt het alsof een Hoornse toren op b2 ingesloten wordt, maar met enkele sterke paardsprongen houdt Robin het gevecht levendig. De lichte stukken spelen sowieso een belangrijke rol. Aan beide kanten blijven het loperpaar en een paard over. Uiteindelijk houdt Emil een loper over en zijn opponente een paard. Zwart kan iets eerder met haar koning een prominente plaats in het centrum innemen en langzamerhand komt voor de Attaqueer-speler het probleem van zetdwang in beeld. Hij kan overigens met 37. a3 overeind blijven, maar de pion gaat een veld verder en dan is zetdwang ineens een groot probleem. Op kundige wijze maakt Robin daar gebruik van.

 

 

Kevin Smit (1949) – Piet Reus (1849) 1-0

Kevin Smit en Piet Reus zijn ploeggenoten bij de NHSB-tweedeklasser De Groene Zes/Schaaklust en in dat team ook de puntenpakkers. Handhaving is met nog één wedstrijd te gaan vrijwel verzekerd. Handhaving in de subtop van het Westfries kampioenschap staat op het spel in hun partij uit de derde ronde.

Piet haalt Albins Tegengambiet van stal om een mooie pion op d4 te krijgen en de witte ontwikkeling te stagneren. Dat eerste lukt. Het tweede deel van het plan niet, omdat Kevin om de zwarte d4-pion heen speelt. Er wordt vanaf de dertiende zet stevig geruild en uiteindelijk verdwijnt ook de Andijkse pion en in een eindspel met witveldige lopers en een paard staat de Hoogkarspeler – die Torenhoog vertegenwoordigt op dit WFK – nog steeds een boertje voor.

Piet ruilt het paard voor zijn loper en probeert de macht van de loper te beantwoorden met de kracht van zijn paard (Jan Timman, bedankt). Wit staat evenwel dominant op de koningsvleugel en profiteert van het openen van een kleine diagonaal. Na zijn slotzet betekent zetdwang een verloren stelling voor de zwartspeler.

 

 

Toine Molenaar (1778) – Fred Avis (1917) 1-0

Na twee spectaculaire partijen hoopt Fred Avis met de Cambridge Springs-verdediging Toine Molenaar te verrassen. Dat gebeurt niet. Met 9. … b5 kiest hij voor een vroegtijdige aanvalszet die echter een verzwakte stelling op de damevleugel oplevert. Als wit met 13. a4 komt, blijken er wat gaten te zitten in de defensie. Zwarts loper op b7 staat in de penning en er dreigt een vork op c6. Op de achttiende zet gaat Freds b-pion verloren en dan moet hij proberen met alle zware stukken en de eerder genoemde loper overeind te blijven.

De Aartswoud-speler rondt de partij op uitstekende wijze af. Met een pion voorsprong zorgt hij eerst voor een blokkade van de kwetsbare Hoornse c6-pion. Fred heeft weinig velden voor zijn stukken en hij kan dan ook nauwelijks iets doen. Met drie verdedigers tegenover vier aanvallers gaat zijn c-pion verloren en als Toine met een schaakzet dameruil afdwingt (en een derde pion verovert), is de strijd beslist.

 

 

Lukas Boots (1779) – Rik Slaman (1838) 1-0

Na een fietstocht van ruim twintig kilometer is voor Rik Slaman een bijna lege accu het eerste probleem van de avond. Dat kan hij met een stopcontact enkele meters achter zijn stoel snel oplossen. Het tweede probleem, Lukas Boots, is lastiger. Aan twee eerdere confrontaties (in 2012 en 2016) heeft de Aartswoud-speler een halfje overgehouden, maar in Abbekerk tekent hij voor zijn eerste WFK-zege tegen Rik.

Wit geeft in een Franse partij een centrumpion voor ontwikkelingsvoorsprong en ruimte op de koningsvleugel. Als hij zijn f-pion opspeelt (waarmee de druk op die flank wordt vergroot), rokeert zijn opponent te snel en brengt zichzelf in de problemen. Zwart moet terug en ziet de f-pion doorschuiven naar de zesde rij, waarmee e7 als vluchtveld vervalt. Lukas slaat meteen toe via de h-lijn. Een dame-offer brengt geen verlichting van de zorgen. Riks poging om een mat achter de paaltjes te bereiken wordt in de kiem gesmoord en dan is het voor hem tijd om te kijken of de accu is opgeladen.

 

 

Roy Kerkhoven (1984) – Robbert van Dijkhuizen (1843) ½-½

Roy Kerkhoven en Robbert van Dijkhuizen gaan ook op de Franse toer. De clubkampioen van Caïssa-Eenhoorn offert eveneens een centrumpion, maar de vice-kampioen van Westfriesland rokeert lang en net voor het moment waarop wit wil aanzetten voor een aanval op de koningsvleugel. Die komt er uiteindelijk niet. Omdat alle stukken enige tijd op het bord blijven staan en Robbert iets meer speelruimte heeft, lijkt hij licht voordeel te hebben. Met 15. g4 wil de witspeler de druk wat verminderen. Beiden hebben het loperpaar en met vijftien pionnen is het voorzichtig manoeuvreren. Na 22 zetten zien ze weinig mogelijkheden en wordt tot remise besloten.

 

 

Rik van Ingen (1745) – Axel Zee (1595) 1-0

Na twee verliespartijen zal Rik van Ingen of Axel Zee – of allebei – na de derde ronde verlost zijn van de nul. De topper in de onderste regionen pakt voor wit prima uit.

In het vroege middenspel is er nog sprake van evenwicht, maar dat verandert na 13. d5. Axel kan zijn opponent opzadelen met een geïsoleerde pion. Hij staat echter toe dat de Aartswoud-speler die ruilt op e6 en dan kijkt zwart tegen een isolani aan. Hij heeft niet gerokeerd. Rik beschikt over mooie lijnen en diagonalen om de kwetsbare zwarte koning te belagen. Dat gebeurt via de damevleugel. Al na enkele zetten wint wit materiaal en kijkt de Groenezesser tegen een beroerde stelling aan. Hij heeft geen serieus tegenspel meer.

 

 

 

Copyright © 2010 Westfries Schaakkampioenschap | Website realisatie: BeNancy Media