Rob van den Heuvel een unieke kampioen
Het gebeurt niet vaak dat in de slotronde van een kampioenschap of toernooi de zwartspelers in de uitslagen domineren. In het Vereenigingsgebouw in Bovenkarspel wordt Rob van den Heuvel als West-Fries kampioen gehuldigd. Hij is een van de zes die 0-1 heeft behaald.
Rob zorgt voor een unicum door als eerste kampioen met vijf punten solo te zegevieren. We zoeken het op in het prachtige boek van Rob Bijpost over de historie van het West-Fries kampioenschap. Na de eerste editie in 1934 (met vier deelnemers) duurt het tot 1970 eer er zeven ronden worden gedraaid. Dan zijn er acht spelers die elkaar eenmaal treffen. In 1978 is er een uitbreiding: tien man. Vervolgens nemen meestal veertien of zestien West-Friese schakers het tegen elkaar op, met als uitzondering de titelstrijd in 1993 met achttien namen.
Het kampioenschap van 2012 is het 43e met zeven ronden. Vaak verovert de winnaar vijfenhalve punt of meer, maar niet in 1971, 1979, 1987, 1988, 1992 en 1994. In de eindstanden van die zes toernooien is sprake van een gedeelde eerste plaats en volgen er beslissingspartijen. Kampioenschapsrecordhouder Arie Karreman verslaat in 1971 Peter Kooiman met 1½-½, Rein van der Veen heeft in 1979 tegen Bert Meester nog een extra barrage nodig: 2-1. Dimitri Reinderman en Rob Bijpost winnen in 1987 en 1988 tegen Jaap Gorter en Adri Haakman beide partijen. In 1992 pakt Jaap Gorter tegen Arie Karreman winst en remise en in 1994 eindigen zelfs drie man met vijf punten bovenaan. Wilko van der Gracht triomfeert in de daaropvolgende driekamp met een winstpartij tegen zowel Jerrel Thakoerdien als William de Wit.
En nu, achttien jaar later, is vijf punten genoeg om zonder beslissingswedstrijden het kampioenschap te winnen. De krachtsverschillen zijn niet groot geweest. Rob wordt gevolgd door vier deelnemers met een half punt minder, terwijl het verschil tussen de tweede en de elfde plaats slechts één punt is.
Genoeg cijfers, we gaan schaken. Bas Dudink zit voor zijn werk op de geplande datum voor de slotronde in de Verenigde Staten en speelt vooruit tegen koploper Wilko van der Gracht. Dat gebeurt op de clubavond van Aartswoud, waar Wilko aan de interne competitie meedoet. Bas moet winnen om op gelijke hoogte met wit te komen, terwijl Wilko met een halve punt voorsprong op de naaste concurrenten zich een remise kan permitteren om zeker te zijn van minimaal een barrage.
Hij kiest voor een solide opening en laat dameruil vergezeld gaan van een remise-aanbod. Zwart speelt verder, maar heeft wat geluk als hij een paardruil krijgt aangeboden en zijn koningspaard en de witveldige loper hinderlijk in wits verdediging kunnen komen. Bas heeft een pionnenmeerderheid op de damevleugel en kan die wat opschuiven, als zijn opponent de defensie reorganiseert. Langzamerhand worden de remisegrenzen zichtbaar, tot Wilko zich verslikt en een loper laat instaan. Hij heeft twee pionnen tegen het stukverlies, maar zwart vereenvoudigt de stelling en wint de pionnen terug. Na de slotzet dreigt Bas ook de witte pionnenstructuur op de koningsvleugel te breken en is de eerste verrassende uitslag van de slotronde een feit.
Zes dagen later gaan de overige veertien spelers naar Bovenkarspel, waar de speelzaal in het Vereenigingsgebouw enigszins een zoekplaatje is. ,,Onvindbaar dit’’, zegt een van de deelnemers bij binnenkomst dan ook.
In de voormalige school – in 1887 in gebruik genomen – stikt het van de zalen. De koffiezaal is de ruimte waar gastheer De Groene Zes zijn clubavonden heeft, maar die is te klein om het WFK-circus onder te brengen en een ronde van de clubcompetitie te laten verspelen. We gaan naar binnen en lopen langs de (volle) biljartzaal en het voorcafé, dat achter de biljartzaal is gesitueerd, door de gang naar een trappetje. We missen de vergaderzaal en banen ons een weg door de grote zaal, waar op het podium instrumenten gereed staan voor een swingend muziekoptreden.
De schaakborden zijn neergezet in de tafeltenniszaal, waar een verbouwing gaande is. Hier heeft vroeger De Treffers gespeeld. Per 1 januari 2009 is de club met Dito samen verder gegaan als TTV Stede Broec. Het is geen onlogische plek voor de denksporters, want schaken en tafeltennis gaan ook al enige tijd samen. Marc Helder (de topspeler van schaakclub Aartswoud) is daar een mooi voorbeeld van en bij Caïssa tafeltennissen Joop Mus, Roel Ridderikhoff en Willem van der Veen recreatief. Verder is er een heus Nederlands kampioenschap schafeltennis, op 16 juni in Hilversum.
Wedstrijdleider Nico Weel heeft de bekers voor de nummers 1, 2 en 3 klaar gezet en de wisseltrofee, met als versiering een paard en een pion en ertussen een gestileerde dame. Nico legt uit dat bij gelijk eindigen in de strijd om de titel (bij een lagere klassering gelden de weerstandspunten) beslissingswedstrijden volgen. ,,Wilko en Bas staan op 4½ punt en daar kunnen er nog drie bij komen. In totaal hebben zelfs zeven spelers kans op 4½ punt.’’
Opvallend beeld in Bovenkarspel is de gelijke stelling na tien zetten van Rik Slaman en Andrew Weltevreden die naast elkaar zitten en het met zwart opnemen tegen Lukas Boots en Lourens van Veelen. Het zal een zwarte avond worden en de eerste die in het Vereenigingsgebouw een witspeler verslaat is Rik. In het Frans verovert hij drie pionnen van Lukas, voltooit min of meer in het middenspel zijn ontwikkeling en heeft dan een uitstekende stelling. Dat blijkt zes zetten na de rokade. Wit gaat dameruil uit de weg en moet dat na een tussenschaakje met torenverlies bekopen.
Rond half elf is het nog altijd mogelijk dat vijf deelnemers op 4½ punt eindigen; een schrikbeeld voor de organisatie. Peter van der Schee schiet haar ongewild te hulp. Tegen titelkandidaat Rob van den Heuvel bouwt hij in een variant van de Aljechin-verdediging een goede stelling op. Het uitblijven de rokade zal de oud-kampioen echter later opbreken. Bovendien kan hij een zwarte pion op e4 nemen, maar doet dat niet. Meteen grijpt Rob zijn kans. Hij is baas op de open f-lijn en zijn dame en koningsloper komen binnen in de witte koningsstelling. Peter vindt geen goede verdediging en dreigt na de slotzet (19. … e3) materiaal te verliezen.
Voor de vice-kampioen van schaakclub Aartswoud begint het lange wachten. Clubgenoot Jasper Seelemeijer en Ronald Ritsema kunnen zich op gelijke hoogte nestelen, maar moeten dan wel winnen. Jasper begint agressief tegen Peter Holscher door met zijn g-pion eerst de dameloper aan te vallen en daarna het koningspaard naar een randveld te laten uitwijken. Zwart blijft rustig en krijgt in het begin van het middenspel de kans op pionwinst. Meteen ook blijkt de koningsvleugel van wit kwetsbaar te zijn. De open structuur is gunstig voor Peter en zijn stukken werken goed samen. Wit probeert met een dame-offer de partij te redden. Beiden hebben in het eindspel het loperpaar, met voor Jasper een toren en paard tegen de zwarte vorstin. Als de Caïssa-routinier de stelling vereenvoudigt door een licht stuk te ruilen, ziet het er somber uit voor de smaakmaker van het kampioenschap. Er zit geen verband meer in zijn verdediging, zoals de actieve Zwaagse dame snel aantoont en de toren wint.
De middenmoters Fred Avis en Adri Haakman houden elkaar in evenwicht en ronden het evenement af met een score van vijftig procent. Aanvankelijk geven ze elkaar weinig toe. In het Geweigerd Damegambiet worden enkele lichte stukken geruild alsmede de dames. Zeven pionnen staan op het bord, waarbij zwart mikt op de achtergebleven pion op e3. Wit werkt die druk snel weg door de pion door te schuiven en krijgt enig positioneel voordeel als alle torens zijn geslagen. In een eindspel met paard en een loper van dezelfde kleur heeft Fred een vrijpion op d4, terwijl zijn koning snel positie kiest in het centrum. Bovendien nemen zijn stukken de pionnen op de damevleugel onder vuur. Wit denkt wel aan het winnende 34. d5 (om de verdediger van de pion op a6 weg te jagen), maar voert die niet uit en geeft Adri de kans om naar een remise-achtige stelling toe te werken.
Lourens van Veelen kiest tegen Andrew Weltevreden voor het Milner-Barry-gambiet en geeft twee pionnen voor een flinke voorsprong in ontwikkeling. Na wits veertiende zet is op de zwarte koningsvleugel nog niets gebeurd. Het lukt Andrew niet daarna zijn koning in veiligheid te brengen en de druk op zijn stelling blijft onverminderd groot. Lourens steekt veel tijd in zijn plan om de juiste aanvalsvelden voor zijn stukken te vinden. Hij houdt nog geen twee minuten over voor zijn laatste tien zetten voor de eerste tijdcontrole, maar dan kijkt hij wel tegen een winnende aanval aan die met een matzet door de dame wordt bekroond. De WFK-debutant van Degoschalm is de enige witspeler in de zevende ronde die de volle buit vindt.
Piet Reus en Marco Groot spelen bij De Groene Zes een interessante slotpartij. Wit houdt de stelling in het centrum (waar hij een pion meer heeft) en op de damevleugel dicht om de positie van zijn koning op e2 niet te ondermijnen. Op de open g-lijn ruilen de twee een toren, waarna de dame van de KTV-voorzitter zich op de h-lijn vertoont en het aanvalsspel van wit verlamt. Grappig is de stelling na 21. bxc3 die drie dubbelpionnen voor Piet en één dubbelpion voor Marco laat zien. De Schaaklust-speler posteert toren en dame op de h-lijn, maar richtpunt h7 geniet voldoende bescherming. Daarom kan zwart zijn zwaarste stuk en het paard zonder problemen inzetten voor een offensieve actie op de damevleugel. Die strandt evenwel op het goede verdedigen van wit, maar kort na de eerste tijdcontrole mist hij een paardsprong naar c5 met fatale consequenties: een vork op de koning en de dame en partijverlies.
En zo krijgt het West-Fries kampioenschap een zinderende ontknoping. Ronald Ritsema en Jaap Gorter zijn nog bezig en de laatste partij van het evenement beslist over de uitslag. Wit trekt snel het initiatief naar zich toe en breekt de d-lijn half open om op de zwarte pion op d6 te jagen. Zwart besluit die te geven om tegenspel te krijgen. Hij plaatst een paard op d4 en zijn dame komt via b4 en a3 in de witte stelling. Beide stukken dwingen Ronald tot secuur tegenspel. Met nog vier seconden op de klok besluit hij tot een kwaliteitsoffer op de 36e zet. De aanval levert bovendien loperwinst op, maar Jaaps dreiging is een kans op promotie. Wit heeft alleen baat bij het volle punt en blijft naar winstkansen zoeken. In de tweede tijdnoodfase krijgt de partij een abrupt einde, als hij zijn dame in laat staan.
Rob van den Heuvel kroont zich voor de eerste maal tot West-Fries schaakkampioen. Hij is als achtste geplaatst en neemt voor de vijfde keer deel aan het evenement. Zijn eerdere resultaten (negende in 2005, vijfde in 2006, derde in 2007, vijfde in 2009) hebben al aangetoond dat de Aartswoud-speler meer is dan een outsider. Rob heeft in de afgelopen weken gewonnen van Andrew Weltevreden, Peter Holscher, Piet Reus en Peter van der Schee, geremiseerd tegen Ronald Ritsema en Wilko van der Gracht en verloren van clubgenoot Jasper Seelemeijer.
Huiskamerschaak op het WFK
In een huiskamerachtige sfeer worden voor de zesde ronde van het West-Fries kampioenschap de eerste zetten gedaan. De zestien deelnemers zijn te gast bij Degoschalm. Het is alsof je thuis schaakt. Trek in koffie? De pot staat in een hoek van de speelzaal te pruttelen. Je mag zelf inschenken.
Degoschalm is waarschijnlijk de eerste fusieschaakvereniging van West-Friesland. ‘DEnk GOed NA’ bedachten ze in Venhuizen in het begin van de jaren negentig bij de oprichting van schaakclub Degona. Origineel en mooi in al zijn eenvoud.
Dorpshuis De Schalm in Westwoud, een echt cultuurcentrum en dus kan de schaaksport daarin niet ontbreken, bestaat langer. Zo’n twintig jaar eerder leidde het loopje van een aantal schaakliefhebbers naar De Schalm tot het oprichten van De Schalmloper.
Beide clubs kregen voldoende leden om een bondsteam samen te stellen en verschillende seizoenen kwamen De Schalmloper en Degona uit in de vierde klasse, meestal in 4B. Degona is zelfs enkele keren gepromoveerd, maar het verblijf op het hogere niveau duurde nooit langer dan één jaar. Omdat de belangstelling voor het schaken later daalde, besloten de leden tot een fusie en met ingang van het seizoen 2006-2007 schaken ze verder als Degoschalm.
Door de komst van de zestien WFK-gangers is de schaakzaal in het dorpshuis tot op de laatste plaats bezet. Degoschalm-voorzitter Gerard Broersen regelt dat er zelfs een paar tafels bij worden geplaatst en zo zien we deelnemer Rob van den Heuvel – pal voor het begin van zijn topper tegen Piet Reus – mee helpen sjouwen. Die amicaliteit en sportiviteit is er ook bij Jaap Gorter. Tegenstander Lourens van Veelen (regerend clubkampioen van Degoschalm) heeft gemeld dat hij wat later komt; vanwege een examenavond in Venhuizen voor de schaakjeugd van zijn club en van Torenhoog uit Hoogkarspel. Het wordt iets later dan later, maar Jaap wacht geduldig en de oud-kampioen is opgelucht dat de klok niet hoeft te worden ingedrukt zonder dat zijn opponent tegenover hem zit.
Lourens mag overigens worden gefeliciteerd, want hij speelt voor de bond bij Kijk Uit en het eerste achttal is drie avonden eerder tijdens de gezamenlijke slotronde van de eersteklassers bij Santpoort kampioen geworden. Een aardig detail: hij nam het op tegen Marco Groot, in de vorige West-Friese ronde zijn tegenstander. Op 21 maart werd het remise, maar de bondspartij leverde winst op voor de KTV-voorzitter. Het is Lourens’ enige nederlaag in het bijna voorbije NHSB-seizoen. Frappant is dat de verliezer kan lachen (omdat zijn ploeg naar de promotieklasse is gepromoveerd) en dat de winnaar minder reden tot vrolijkheid heeft. KTV immers is op de zesde plaats geëindigd en de Enkhuizers zijn nog niet zeker van handhaving. De landelijke competitie eindigt op 21 april en de derdeklassers VAS 2 (Amsterdam) en Het Witte Paard spelen tegen elkaar in 3D. Als de Zaanse schakers – die een punt meer hebben – degraderen, krijgen de NHSB-klassen te maken met versterkte degradatie. En dan is KTV de klos.
Dat geldt op deze maandagavond voor Jasper Seelemeijer. Dankzij een schitterende serie van vier overwinningen op rij is hij koploper, maar de reeks wordt door concurrent en clubcompetitiegenoot Wilko van der Gracht afgebroken. Jaspers dame-switch van a5 naar g5 leidt het spektakel in. Wit jaagt meteen de vorstin op, maar wordt na dameruil geconfronteerd met een dubbelpion op de f-lijn. Zwart neemt twee pionnen, Wilko herovert die ten koste van een paard. De stelling zindert dan, want na het ‘paardoffer’ staat een zwarte loper op de open e-lijn tweemaal aangevallen en kan die op straffe van torenverlies niet weg. Met kwaliteitsvoorsprong gaat de witspeler het eindspel in. Zijn twee torens op de zevende rij vormen een machtig wapen, terwijl zijn zwartveldige loper prachtige diagonalen heeft. Met de slotzet valt wit twee stukken aan en is het over en uit, waarmee Wilko de eerste plaats op de ranglijst herovert.
De tweede beslissing valt aan de andere kant van de ranglijst. Andrew Weltevreden gaat tegen Lukas Boots op jacht naar zijn eerste partijzege van dit kampioenschap en dringt met aanvallend spel vanuit de opening zijn opponent terug. Hij mist echter een mooie kans op succes. Wit kan een paard op e5 nemen, met als doel om met een eigen paard via c4 naar b6 te springen en torenwinst als resultaat. GZ’s clubkampioen kiest voor een ander plan en wordt verrast door een torenoffer op g2 van Lukas. Zwart heeft opeens een sterk loperpaar gekregen en het offer opent de g-lijn voor de andere toren. Vier stukken van Andrew staan op de damevleugel en doen niet mee. Als de zwartspeler zijn toren geeft voor een loper, volgen enkele schaakjes en zelfs de matzet omdat wit met zijn koning naar een verkeerd veld gaat.
Rob van den Heuvel en Piet Reus leveren vanaf de vierde zet volop strijd. Wit slaat al vroeg in de partij met zijn dame in op b7 en moet niet veel later met haar flink manoeuvreren om geen materiaal te verliezen; ook een onverdedigde loper op c4 dient Rob in de gaten te houden. Na dameruil heeft hij twee pionnen meer, maar nu brengt Piet met enkele scherpe zetten de kracht van zijn loperpaar tot uiting. De stelling komt enigszins tot rust, al staat de Schaaklust-routinier dan wel de kwaliteit achter. Beiden blijven naar aanvalskansen zoeken. Met een spectaculaire koningswandel eindigt de partij. De witte vorst maakt de oversteek van d1 naar e6, om op b3 tot rust te komen. Ondertussen is er wel een licht stuk buit gemaakt. En zwart verliest een tweede, als hij een paard in de penning zet.
Er zijn twee opvallende partijen in de zesde ronde. Bas Dudink en Fred Avis rijden dit hele kampioenschap samen naar de gastclub en dat geldt ook voor Peter Holscher en Ronald Ritsema. En in Westwoud staan Dudink-Avis en Holscher-Ritsema op het programma. Het is jammer dat de terugrit naar Hoorn voor de vier zo kort is, want die tien minuutjes zijn onvoldoende om hun partijen na te bespreken.
In de twintigste ronde (24 januari) van Caïssa’s clubcompetitie heeft Fred met zijn opening Bas verrast, met een snelle overwinning voor de voorzitter als resultaat. Bas speelt nu met wit en besluit om Freds opening te gebruiken. Dat lijkt goed uit te pakken. In het Geweigerd Damegambiet trekt de preses van HSV De Eenhoorn het initiatief naar zich toe. Als het zwarte koningspaard wordt aangevallen, springt dat naar het gevaarlijke h5-veld. Het wordt ingesloten, al pikt zwart nog wel even twee pionnetjes mee. De koningsvleugel wordt het domein voor offensieve plannen. Wits voordelen zijn de betere witveldige loper (die van zwart wordt geblokkeerd door een eigen pion) en de snelle mogelijkheid om de torens te verdubbelen dan wel in te zetten voor aanvallende acties. Bas heft een tussenschaak met zijn loper in plaats van met een paard op, waardoor de grootste dreigingen uit de stelling raken en Fred overeind blijft. Na torenruil kan hij eeuwig schaak geven.
Peter Holscher en Ronald Ritsema hebben in de clubcompetitie van Caïssa tweemaal tegen elkaar gespeeld, waarbij de nog geregerend kampioen met wit won en Ronald remiseerde. In dorpshuis De Schalm is het bovendien de partij van de gaande en de komende titelhouder. Ronalds voorsprong lijkt voldoende om Peter af te lossen. Het zal bij Caïssa zijn eerste clubtitel na 2004 worden; de vijfde in totaal.
In de West-Friese strijd heeft hij een half punt meer en na veertig zetten in de zesde ronde is dat nog steeds zo. Wit speelt de Schmid-variant van de Benoni. Omdat c4 is uitgesteld, kan Peter na een afruil van alle torens zwarts b5-pion nemen en wordt het veld geschikt voor een paard. Ronald heeft de witte b2-pion verorberd en kijkt met zijn koningsloper uit over een mooie diagonaal. Als de dames van het bord zijn, lijkt Peter door zijn verder opgeschoven pionnen wat meer spel te hebben. In een eindspel met vier paarden krijgt hij een vrijpion op d6, maar Ronald verdedigt goed en het voordeel is minimaal. Na een paardruil blijkt dat een paar cijfers achter de komma te zijn: remise derhalve.
Na twee nederlagen weet Adri Haakman weer wat winnen is, maar tegen Rik Slaman moet hij daar hard voor werken. In een Franse partij heeft de KTV’er wel het initiatief, al biedt zwart prima tegenstand. De strijd gaat richting het eindspel gelijk op. Beiden hebben de dame, een toren en vijf pionnen met voor wit een paard erbij en voor de zwartspeler een loper. Een geïsoleerde zwarte d-pion vormt een doelwit voor Adri. De verovering levert echter nog geen concreet voordeel op. Beetje bij beetje verbetert wit zijn stelling, mede omdat Rik wat meer defensieve zetten doet. Als de lichte stukken worden geruild en ook de dames, is de pion meer wel een – letterlijk – pluspunt. De Enkhuizer koning staat veel centraler dan zijn collega op h8 en zwart beseft dat hij het opruimen van zijn a- en b-pion (waarmee zijn opponent drie vrijpionnen krijgt) niet kan voorkomen.
Jaap Gorter is in opmars. Na een desastreus begin (nul uit twee) begint het er met een serie van drie overwinningen en een remise beter uit te zien. Hij maakt er met Lourens van Veelen een tactische strijd van. Wat zijn de beste velden en waar komen de juiste stukken te staan? Lange tijd zijn de twee aan elkaar gewaagd. Door de veelheid aan pionnen blijft het voorzichtig manoeuvreren. Zwart neemt de open b-lijn in bezit, wit stemt zijn plan af op een isolani op c6. Die pion wordt geflankeerd door de dame en een toren en dat maakt veld c4 heel geschikt voor een paardvork. Nog net voor de eerste tijdcontrole beslist die zet de partij.
Op vier van de acht borden staan opvallende paarden. Voor de West-Friese schakers zijn aan het begin van de avond prachtige stukken opgesteld, maar bijzonder is dat in vier partijen de lopers kleiner zijn dan de paarden. Ze hebben een wat langere nek dan de ‘pony’s’ op de andere borden. Een vergelijking met giraffen gaat niet op, maar de paarden bij Bas Dudink-Fred Avis, Peter Holscher-Ronald Ritsema, Jaap Gorter-Lourens van Veelen en bij Marco Groot-Peter van der Schee kunnen beter over alles heen kijken. Is het een toeval dat in al die partijen paarden een belangrijke rol spelen?
In de Versnelde Draak beschikt Marco Groot over het loperpaar (en de dame en twee torens) en Peter van der Schee over een loper en een paard. De zwarte loper staat prachtig op de langste zwarte diagonaal en bijna al zijn pionnen bezetten witte velden. Maar wit dwingt loperruil af en ook alle torens belanden naast het bord. De spanning stijgt als de koningen naar het centrum gaan en de pionnen op de koningsvleugel zich tegenover elkaar (met een veld ertussen) bevinden. Marco staat onder druk, al is er een ontsnappingsroute. Hij kan toewerken naar een vrijpion op de b-lijn, waardoor Peters koning attent moet zijn dat hij niet een veld te ver naar voren opschuift. Als wit denkt dat het zwarte paard op a3 in de tang zit, dreigt zwart met een doorbraak van zijn e- of f-pion. Opeens is de stelling niet meer te redden voor de KTV-speler en op fraaie wijze werkt Peter toe naar een winnend eindspel.
De conclusie na zes avonden West-Fries schaken? Het blijft onverminderd spannend en het is zelfs mogelijk dat vijf deelnemers met een gelijk aantal punten bovenaan eindigen. Op donderdag 12 april is bij De Groene Zes in Bovenkarspel de apotheose.
Geen water en geen vuur, maar nog altijd gezellig
Het prachtige wandtapijt verraadt dat de zestien deelnemers van het West-Fries kampioenschap te gast zijn. Geen schaakstuk is erop te zien, maar wel een schitterend tafereel van acht kaartende honden.
De vijfde ronde wordt gehouden bij Torenhoog. De schaakvereniging uit Hoogkarspel zetelt normaliter in de ijsclubkantine De Deurlouper. Daar zal het te krap zijn als veel eigen leden op de vaste clubavond komen plus de zestien West-Friese toppers, zo redeneerde het bestuur. Daarom is de gastheer uitgeweken naar het Water & Vuurhuis, waar Torenhoog eens een – geslaagd – jubileumtoernooi heeft gehouden.
In de zaal waar vaak bridgers hun drive hebben, staan de schaakborden klaar. In de aangrenzende zaal biljarten leden van De Poedel. Ook daar is het gezellig druk. Op twee tafels zijn libristen bezig met een serie, gadegeslagen door ruim tien clubgenoten die zich rondom de stamtafel hebben verzameld. En ook hier een wandtapijt, in dezelfde stijl gemaakt. Uiteraard bridgen hierop de honden niet, maar biljarten ze.
Water- en vuurhuizen waren een kleine honderd jaar geleden gebouwen waar de mensen die thuis geen warmwatervoorziening hadden, warm water kochten. Ook waren er kolen voor de kachel verkrijgbaar. Er werd druk gebruik van gemaakt, waardoor die huizen tevens de functie van een sociale ontmoetingsplaats hadden en niet zelden konden de bezoekers er een drankje (al of niet met alcohol) bestellen.
Tegenwoordig kan iedereen thuis douchen en hebben de mensen een gaskachel of centrale verwarming. Maar de gezelligheid is er in het gebouw aan de Sint Laurentiusstraat nog altijd. De drukte in de ‘schaakzaal’ valt overigens mee. Torenhoog-voorzitter Ed Hornick – hij heeft oog voor detail; bij de ‘West-Friese’ borden staan extra dames – verwelkomt de WFK-deelnemers en huldigt Just Bakker als jeugdkampioen. ,,Vorig jaar tweede, nu eerste en wellicht dat hij binnen no time tussen jullie zit.’’ Het Venhuizer talent krijgt een welverdiend applaus van de huidige toppers.
Just speelt een clubpartij, net als Rick Molenaar (de vorige jeugdkampioen) en Renzo Snel. Renzo draagt een shirt van Rammstein, de Duitse Tanzmetallband. En dat is zeker toepasselijk in een ruimte, waarin muziek domineert. Aan de muren hangen een gitaar, een saxofoon, trommels en zelfs een doedelzak, er zijn veel ‘muzikale’ schilderijen te zien en een portret van Elvis Presley siert de klok.
Torenhoog is een kleine schaakclub en een van de jongere in West-Friesland, maar schaken in Hoogkarspel is niet in 1970 begonnen met de oprichting van de Dam- en Schaakvereniging Hoogkarspel. Al in 1922 was er een schaakclub. Bladerend door oude kranten in het Westfries Archief leert dat er vroeger in Noord-Holland talrijke dorpsclubs zijn geweest. Een alfabetische opsomming van plaatsen, waar in de jaren voor de Tweede Wereldoorlog werd geschaakt: Anna Paulowna (Excelsior), Bakkum (De Pion), Bergen (De Pion), Breezand (DOS), Castricum (De Pion), Den Burg (Texelsche Schaakclub), Den Oever (DOS), Dirkshorn (Schaakmat), Edam (De Pion), Egmond aan Zee (De Egmonden), Hippolytushoef (Wieringer Schaakclub), Julianadorp (Het Witte Paard), Katwoude, Koedijk (De Pion), Kolhorn (De Onderlinge Schakers), Krabbendam (De Pion), Limmen (Vita Nova), Middenmeer, Nieuwe Niedorp, Oosthuizen (DESO), Sint Maarten, Sint-Pancras (Het Paard), Slootdorp (Wieringermeerschakers), Tuitjenhorn (Dr. Max Euwe), Westerland, Wieringerwaard en Zuid-Scharwoude.
En dan nog een rijtje met dorpen dichter in de buurt: Andijk-West (De Toren), Hoogkarspel, Medemblik (A-Z), Oostwoud (De Pion), Opperdoes (Denk en Zet), Spanbroek (Het Schaakbord), Spierdijk (DIO), Twisk, Ursem (SVU), Venhuizen (De Pion en de Venhuizer Arbeiders Schaakclub) en Zwaag (ODI), terwijl momenteel Obdam en Berkhout (Schada) clubs hebben die niet bij de bond zijn aangesloten. Al die verenigingen zijn van grote waarde geweest voor het schaken in het huidige NHSB-gebied, zoals kleinere regioclubs als Attaqueer, Degoschalm, De Groene Zes, De Pionier, Revanche en Torenhoog nog steeds een belangrijke rol spelen.
Nog een beetje geschiedenis. Het eerste kampioenschap van West-Friesland dateert uit 1934. Maar in januari en februari 1903 speelden twaalf West-Friese schakers een onderlinge competitie in het Noordhollandsch Koffiehuis in Hoorn; op de hoek Grote Noord/Roode Steen, waar vroeger de Winston-bioscoop stond. De eindstand na elf ronden: 1. P. Kistemaker (Hem) 10 punten, 2. M. Veer (Andijk) 9, 3. J. Hinke (Spierdijk) en W. Tensen (Schellinkhout) 8½, 5. J. Stapel (Sijbekarspel) 8, 6. C. Molenaar (Schellinkhout) 5½, 7. W. Nobel (Hoorn) 4, 8. W. Bronkhorst (Lutjebroek) en G. Klaver (Zomerdijk) 3½, 10. J. Rol (Schellinkhout), 11. J. Groen (Andijk) 2½, 12. P. Klaver (Spierdijk) 0; na zes verloren partijen gestopt. Johan Hinke en Willem Tensen zouden een beslissingswedstrijd om de tweede plaats hebben gespeeld, maar daarover is in geen krant iets terug te vinden.
Genoeg oude koeien, we gaan naar de tegenwoordige tijd. Voor Rik Slaman is na zijn remises in de derde en vierde ronde Jaap Gorter niet de ideale tegenstander om de opgaande lijn voort te zetten. De oud-kampioen hoort natuurlijk niet in de onderste regionen thuis en toont dat in zijn vijfde partij aan. Hoewel Rik vier lichte stukken heeft ontwikkeld en zwart slechts twee, komt hij al in de opening in de problemen. Met een paard achterstand moet wit verder en krijgt geen enkele kans om er nog iets van te maken. Jaap speelt louter sterke zetten en na 21. … Pc4 mag zijn opponent kiezen: mat in één of dameverlies.
Vier man voeren na vier ronden de ranglijst aan en ze zitten allevier tegenover elkaar. Onder het wandtapijt met de bridgende honden kiezen Ronald Ritsema en Wilko van der Gracht voor het Konings-Indisch. Ronald plaatst in het centrum een sterk pionnenblok (d5-e4, met ook c4) dat wordt tegengehouden door de zwarte pionnen. De stukken van Wilko hebben weinig bewegingsvrijheid en dat geeft wit een kansje om met zijn damepaard iets te proberen, al is – afgezien van pionwinst – niet helemaal duidelijk wat het resultaat op langere termijn wordt. Wit besluit evenwel tot een loperzet die zwart verplicht tot 16. … f6 om dameverlies te voorkomen. Daarna blijft een dichte stelling over en met al het materiaal nog op het bord nemen de titelkandidaten genoegen met remise.
De subtoppers Piet Reus en Bas Dudink zijn als derde partij klaar. Piet is bezig aan een goed kampioenschap, maar verliest in de opening een pion en kijkt bovendien tegen een geïsoleerde centrumpion aan. Hij maakt jacht op de stukken die die pion aanvallen of kunnen aanvallen en beiden komen in een kort middenspel terecht. In een torenpaardeindspel blijkt de Andijkse pion op e5 zowaar een solide aanvalswapen te worden en moet Bas (nog steeds ongeslagen) zijn materiële voorsprong prijsgeven. Vervolgens vinden de twee elkaar in een puntdeling.
Peter Holscher voegt zich bij de subtoppers dankzij een mooie overwinning op Adri Haakman. Aanvankelijk lijkt de KTV’er met opkomende pionnen op de damevleugel licht positioneel voordeel te hebben. Daarachter worden een loper en de dame geposteerd voor een koningsaanval in samenwerking met een paard op g4, maar Peter zet al zijn stukken op de juiste velden. Zijn verdediging klopt niet alleen tot in de puntjes, hij wint een pion als Adri het zwarte offensief inzet. Vervolgens offert zwart onnodig een loper en blijft met een stelling zonder muziek zitten.
Spectaculair verloopt de strijd tussen Fred Avis en Lukas Boots. De voorzitter van Caïssa slaat zijn eerste slag, als hij een centrumpion verovert. Toch blijft Lukas de aanval zoeken. Dat kost hem een tweede pion, maar hij heeft een sterk paard in de witte stelling. Dat wint een pion terug en na 24. … Txa2 staat het in materieel opzicht gelijk en dreigt de kampioen van De Pioniet met mat achter de paaltjes. Fred maakt een luchtgaatje en kan vervolgens tevreden constateren dat drie zwarte stukken op de damevleugel te ver verwijderd zijn van het front en te laat worden ingeschakeld om het gevaar te bezweren. Lukas verliest een stuk en laat heel sportief wit de mataanval, inclusief een paardoffer, afronden.
Jasper Seelemeijer en Rob van den Heuvel zijn de overige ranglijstaanvoerders en zijn maken er in het Water & Vuurhuis een wildwestpartij van. De opportunistische speelwijze van Jasper wordt al in de opening duidelijk. Hij gaat vol in de aanval; alle gespeelde pionnen gaan direct naar de vierde rij en twee lichte stukken zetten de zwarte koningsvleugel onder druk. De (lange) rokade wordt lang uitgesteld. Rob doet dat op de zeventiende zet, wit vijf zetten verder. Daar tussenin speelt zwart met vuur. Wit dreigt met een gevaarlijk paardvork en zwart offert een loper, waarvoor hij twee pionnen krijgt. Maar hij ziet – in vliegende tijdnood – de emmer met water niet staan. Met een paardvork kan Rob de kwaliteit winnen. Hij neemt echter met het verkeerde stuk een derde pion (op h4) en dat kost hem een volle toren. Jasper verslaat zijn clubgenoot en mag zich, als elfde geplaatst, na vijf ronden de enige koploper noemen.
Na twee nederlagen is ook Peter van der Schee in opmars. Met twee remises en zijn overwinning op Andrew Weltevreden erbij sluit de GZ’er aan bij de middenmoot. De strijd komt in een beslissend stadium, als de stelling een wat open karakter krijgt. Alle lopers gaan eraf, de dames, torens en paarden verplaatsen zich naar de koningsvleugel, waar voor zwart de half open g-lijn een nadeel is. Wit verhuist zijn vorstin van een veld voor zijn g-pion naar een veld erachter. Peters g-pion schuift door naast die op f5 en heeft dan een ijzersterke aanval. Een tijdelijk paardoffer breekt de verdediging van Andrew die bovendien geen tijd meer heeft. De vlag valt, maar hij kijkt dan al tegen een verloren stelling aan.
Het voordeel van de – qua tijd – langste partij is dat die de meeste toeschouwers trekt. Lourens van Veelen en Marco Groot stoppen er ver na de eerste tijdcontrole mee en houden elk een half punt aan de marathonzitting over. En ze hebben een interessante partij gespeeld. Diverse mede-WFK-deelnemers analyseren na afloop dan ook mee. Lourens krijgt na zijn Engelse opening drie pionnen op de vijfde rij, terwijl Marco stelletjes vormt. Na 22 zetten staan zijn pionnen op a7 en b7, op c6 en d6, op e5 en f5 en op g6 en h6. Wit heeft aan lichte stukken twee paarden, zwart een paard en een loper. De Degoschalm-debutant breekt de f-lijn half open om op f5 een paard te posteren. Het andere paard springt naar d6; ze steunen elkaar en maken van enkele belangrijke velden verboden gebied voor de zwarte stukken. Maar wit heeft ook weinig speelruimte en kort voor middernacht beseffen de twee dat remise het hoogst haalbare resultaat is.
De uitspraak van de avond komt van de ranglijstaanvoerder. Jasper Seelemeijer heeft met recht-voor-zijn-raap-schaak vier partijen op rij gewonnen. ,,Ik zie wel waar het schip strandt’’, zegt hij wel eens na een partij. Maar voorlopig ligt hij op koers naar een veilige haven.






















